Wim Penning en de planten van het eiland
Tekst: Koos Dijksterhuis - NRC


Schiermonnikoog is een botanisch paradijs. Wim Penning telt er beschermde planten. We ontmoeten hem op 10 januari 2009.


"De zee is de afgelopen vijftig jaar nog nooit zo hoog geweest als de afgelopen twee winters", zegt natuurtalent Wim Penning. "Het halve eiland werd zout, vanuit de Oosterkwelder (foto onder) tot de Bernhardweg. De wilgen in de rietmoerassen zijn deels afgestorven. In de schemer zien die kale takken er spookachtig uit. Voor het moeras is het goed dat die wilgen eraan gaan. Anders wordt het bos. Zeewater is het enige natuurlijke proces dat die wilgen tegenhoudt. Op de kwelder zijn veel hazen en konijnen verdronken. Ik zag muizen wegvluchten naar hogere duinen. Daar werden ze opgewacht door meeuwen".

Foto onder: Luchtfoto Oosterkwelder.

Maar zout water hoort er op een Waddeneiland toch bij? Penning fronst zijn gebruinde, kale voorhoofd. "Jawel", zegt hij aarzelend, "maar dat zout is funest voor tientallen planten van 'de Rode Lijst', waar Schiermonnikoog een van de laatste bolwerken van is. Ook de vele regen was verwoestend. Dat duinvalleien 's zomers blank staan, is geen beleid van Natuurmonumenten, maar het gevolg van extreme regenval. Eind juni 2007 zag ik de orchideeën en parnassia's onder een meter water staan. Ze gingen allemaal dood"

Wim (74) inventariseert bloemen en planten op het eiland sinds 1992. Hij doet dat voor terreinbeheerder Natuurmonumenten, maar vooral uit interesse. Daarnaast houdt hij voor Vogelbescherming de vogelstand bij. Maar planten hebben zijn voorkeur. Op alle hooilanden en in de vele duinvalleien telt Wim planten die op 'de Rode Lijst' van bedreigde soorten staan. Ruim zestig soorten. Sommige zijn in Nederland zeldzaam, maar op het eiland talrijk, zoals parnassia. "Het is geen doen om die allemaal te tellen", zegt hij. "Die tel ik per vierkante meter"

De vuurtorenvallei was vroeger een stuk strand, begroeid geraakt en door een stuifdijk van het Noordzeestrand gescheiden. Het is er vochtig dankzij kalkrijk kwelwater. Als je van de vuurtoren naar zee loopt, voert het paadje je er dwars doorheen. Slechts weinig wandelaars beseffen dat het een van de belangrijkste botanische plekken van Nederland is. Diverse orchideeën, rondbladig en klein wintergroen, zeer zeldzame zeggesoorten, moeraskartelblad en parnassia zijn enkele van de 32 Rode Lijst-planten die Penning er telt.

Maar in de zomer van 2007 waren daar elf soorten van verdwenen, zoals klein wintergroen, drienerfzegge en fraai duizendguldenkruid. Afgelopen zomer liet ook de groenknolorchis het afweten. Parnassia nam in 2007 af van 25.000 tot 900 stuks ten oosten van het paadje. In het westelijk deel van de vallei kelderde parnassia van 6000 exemplaren naar 295. Parnassia krijgt fraaie witte bloemen, waarin vijf bosjes goudgele, onvruchtbare meeldraden staan. De echte meeldraden zijn wit. Als de bloem zich opent uit de knop, rollen die meeldraden zich een voor een uit, een meeldraad per dag. Door de meeldraden te tellen, weet je hoeveel dagen de bloem bloeit.

Parnassia scoort als lievelingsplant hoog in de Top-10 van mening plantenkenner, maar Penning is nog gekker op zeggen. Dwergzegge, vlozegge, zilte zegge, tweerijige zegge, blauwe zegge. Voor een leek is het allemaal gras, maar penning wijst feilloos de verschillen aan. "Vlozegge heeft hangende aartjes, blauwe zegge een gezwollen urntje. Zwarte zegge groeit waar 's winters water staat. De steel is gegroefd. De zeldzame drienergzegge lijkt erop, maar heeft een gladde steel. Voel maar".

Stippelzegge is met stip zijn favoriete zegge. Er waren in Nederland maar twee groeiplaatsen bekend, bij de Oosterschelde en op een opgespoten terrein bij Ruigoord. Tot Penning zich in 1975 op het eilandvestigde en de plant in de ene na de andere duinvallei ontdekte. "Op 25 plekken, ik ken ze uit mijn hoofd. Als ik niet kan slapen, repeteer ik ze". Stippelzegge doet het op droge tot vochtige plaatsen, kalkrijk en kalkarm. Waarschijnlijk is hij niet zo zeldzaam als men denkt.

Zo systematisch als Wim Penning is waarschijnlijk niemand. Elke vier jaar publiceert hij - samen met Thijs de Boer - een rapport, waarin per duinvallei alle Rode Lijst-planten en hun aantallen staan. Na vijf edities weet hij precies waar de planten toe- of afnamen, verschijnen of verdwijnen. Uit de plantenaantallen is af te leiden hoe het met de leefomgeving is gesteld. Natuurmonumenten mag blij zijn met Penning, die er geen geld voor vraagt.