Vliegend stormweer
6 november 1952


Het is donderdag 6 november 1952. Vliegend stormweer. Weerstations meldden windkracht negen. Minne Onnes en Karel van der Geest van Rijkswaterstaat kunnen hun werkzaamheden op het strand nauwelijks uitvoeren. Tegen negen uur in de ochtend ziet Van der Geest in het noordwesten een schip zwabberend op het strand afkomen.


Op dat tijdstip zendt de marconist van de SS Bakir een noodsignaal uit. Het schip van 4900 ton is met stukgoed onderweg naar Antwerpen en heeft 47 bemanningsleden en 3 passagiers aan boord. Er zijn problemen met de stuurinrichting. De Turkse vrachtboot koerst stuurloos op het oostelijke strand van Schiermonnikoog af.

Uit de haven van Terschelling en uit Hamburg stomen de sleepboten Holland en de Seefalke op naar het eiland. Ze komen te laat. Tegen het middaguur strandt de Bakir bij paal 9. Het nieuws van de stranding gaat als een lopend vuurtje over het eiland. Nieuwsgierige eilanders zien al van afstand zwarte rookwolken boven de duinen uitkomen. Het schip ligt hoog op het strand en de stoomketel is in werking gebleven voor verlichting en verwarming aan boord. Hagelbuien striemen op het schip en de wind wakkert nog steeds aan.

De Turken blijven aan boord en halen zelfs de touwladders naar binnen die eerst waren uitgegooid. De volgende dag verkennen bemanningsleden echter al het dorp en ontstaan er vriendelijke contacten met de eilanders. Sommige eilanders rekenen er op dat het schip in de zomer nog een aardige attractie zal zijn voor de toeristen. Anderen denken dat het schip binnen een week weer vlot getrokken kan worden.

Een week later, op 13 november, ondernemen de Holland en de Seefalke een poging. Ook de sleepboten Stortemelk 1 en Texel zijn in de buurt. De actie mislukt, er kan uit diep water geen verbinding tot stand worden gebracht met het gestrande schip. Op zaterdag 15 november brengt de dorpssmid over het strand kachels naar de Bakir.

De 42-jarige kapitein Niyazi Coskunsu heeft inmiddels met tien officieren zijn intrek genomen in Hotel Van der Werff. De andere opvarenden verblijven in de jeugdherberg. Met uitzondering van de wisselende wacht die mop het schip de zaken in de gaten houdt. De wacht kan zich verwarmen aan de kachels.

Het zijn vriendelijke bemanningsleden. Als reddingbootschipper Klaas Toxopeus met de Insulinde langszij komt laten de Turken aan touw sigaretten, brood en warm vlees zakken. Inmiddels is er een vertegenwoordiging van de Turkse rederij op het eiland aangekomen. Hotelhouder Sake van der Werff brengt hem in zijn busje naar het strand en maakt veel foto's.

Het schip zit onder het roet en ook de touwladder zit onder de smurrie. In de stuurhut bespreekt de man van de rederij de situatie met de kapitein en de slepers. Vijf sleepboten maken een dag later hun kabels vast aan de Bakir. Het wachten is op de springvloed van een paar dagen later.

De officieren en bemanningsleden zijn op 20 november weer aan boord als er water wordt gebracht door tankwagens. Op 21 november mislukt een nieuwe poging om het schip vlot te trekken. men besluit om een deel van de lading en machinerieën te lossen. Vrachtwagens uit Akkerwoude vervoeren de goederen naar Dokkumer Nieuwe Zijlen en vandaar gaan de goederen per schip over het IJsselmeer naar Rotterdam. 

Vier weken heeft de Bakir in totaal op het strand gelegen voordat het uiteindelijk op 6 december kon worden vlot getrokken.