Verslag van een plantenwerkgroep
Natuurvereniging IJsseldelta - Ellen van Knippenberg


Vroeg uit de veren om met zeven personen de boot naar het eiland te halen. Ondanks de weersvoorspelling - 90 % kans op regen - komt het vakantiegevoel om de hoek kijken, zodra de boot in zicht is.


Na een behouden vaart betreden we het eiland. Langs de dam begroeten ons de hal(l)ofyten, planten die kunnen groeien in een bodem met een hoog zoutgehalte, zoals zeealsem met haar markante geur, welke plant de eilandbewoners vroeger gebruikten om ongedierte zoals vlooien uit huis te verjaren. Ook zien we gewone zoutmelde, zilte schijnspurrie, melkkruid, schorrenkruid en we snoepen wat van het lichtgezouten zeekraal.

Engels slijkgras, geen inheemse soort, is ooit op het eiland terecht gekomen en nooit meer weggegaan. Die is waarschijnlijk zo enthousiast over het eland geweest dat meerdere landgenoten de overtocht hebben gewaagd. Zoals het Engels lepelblad en het Engels gras. Ook diverse 'Russen' waarderen hun verblijf in dit eerste Nationale Park in het Nederlandse stelsel van Nationale Parken. We zien in de kwelder de zilte rus en de Noordse rus en komen ook de paddenrus en de rechte rus tegen in de duinen.

Op het wad spotten we enkele lepelaars en eidereenden. We lopen de dam af en slaan rechtsaf richtig Kobbeduinen en kwelder. Langs de wadkant een prachtig kleurenspel van paarse lamsoor en grijsgroene zeealsem. Ook zien we schorrezoutgras en zeeweegbree dicht naast elkaar, zodat we goed het verschil kunnen zien tussen deze twee planten, die op het eerste gezicht veel op elkaar lijken.

Er groeit zulte, ofwel zeeaster. Rotganzen zijn hier dol op en de schapen hebben een voorkeur voor de bloemknoppen. Ook vinden we er prachtig bloeiende kattendoorn en aardbeiklaver met vruchten die veel op aardbeien lijken.

Onze lunch eten we bij het Biologenpad. We zitten tussen sierlijk vetmuur (Krielparnassia) en erg veel duizendguldenkruid en we genieten van een heerlijk warm zonnetje. Er is nog geen druppel regen gevallen. Na de lunchpauze lopen we over het Kwelderpad, langs 1e, 2e en 3e slenk in oostelijke richting. Slenken - door de eilanders slinken genoemd - zijn diepe en ondiepe geulen, die zich met vloed vullen met zeewater. Door het tij ontstaat hun karakteristieke fraaie vorm.

Bij een bebost stukje duinen vinden we duinkruiskruid met een aantal geel/zwart gestreepte zebrarupsen, de larve van de Sint Jacobsvlinder. Deze vlinder, met zijn zwarte pak met rode stippen, komen we later in de duinen tegen. We lopen verder het Kwelderpad op, langs een vlierstruik met bijzonder mooie judasoren (foto rechts). Dit is een zwam die tot de verbeelding spreekt. De naam oor is te danken aan de vorm en Judas zou verwijzen naar de verrader van Jezus, die zich uit vroeging zou hebben verhangen aan een vlierboom. De zwam is eetbaar en wordt in de moderne kruidengeneeskunde veel gebruikt.

We willen het Kwelderpad aflopen tot aan het baken van Willemsduin, maar helaas is het gebied afgesloten. We lopen een stukje terug. Zien nog een kneu en een gekraagde roodstaart zitten. Schiermonnikoog biedt veel variatie in flora en fauna.

Dan lopen we richting Noordzeestrand. Nog een lange weg te gaan, maar beslist geen saaie wandeling. In de duinen versperren enkele koeien ons de weg. Gelukkig laten ze voldoende wilde planten voor ons staan. Uiteindelijk bereiken we het strandpaviljoen De Marlijn. Wat kan je na zo'n tocht genieten van een glaasje fris!