Theun Talsma en het jutten
J. Visscher


Kraakhelder is het op het eiland. Nachtvorst heeft zowaar voor een miniem laagje ijs op de sloten gezorgd. Duizenden rotganzen bevolken de uitgestrekte weilanden. "t Is een prachtige dag", zegt Theun Talsma, terwijl hij met zijn Landrover richting strand rijdt. Een strand van kilometers lang. Langs de verlaten kustlijn trippelen scholeksters. Steltlopers pikken in het zand.


Geregeld struint Theun Talsma met zijn terreinwagen het strand af. Op zoek naar bruikbaar spul. Komt de wind uit het noorden, dan heeft de jutter de meeste kans. "Geef ons maar een noordwester, kracht 10", zegt Talsma. "Dan spoelt er nog wel eens wat aan".

De afgelopen jaren haalde Talsma - veehouder en beheerder van een vakantieboerderij - vooral bruikbaar hout weg langs de kust. De balken spoelen vaak in pakketten aan. "Dat spul kan ik goed gebruiken. Er is op de boerderij of in onze appartementen altijd wel hout nodig".

Als hij het strand afstruint, houdt hij meteen de vogelstand in de gaten. "Je doet soms leuke waarnemingen. ooit heb ik een sneeuwuil langs de waterkant zien vliegen. Die zijn vrij zeldzaam. Net als bijvoorbeeld de isabeltapuit" (foto 1 en 2 onder)

Meer dan eens stuit de jutter op vogels die een lading stookolie niet hebben overleefd of verstrikt zijn geraakt in een net. "Zeekoeten, alken (foto 3 en 4 onder), Jan van Gents". Soms krijgt Talsma zieke zeehonden in het vizier. "Laatst heb ik er nog twee gevonden. Die gaan achterin de auto en worden naar de Zeehondencrèche Pieterburen gebracht".

Talsma keek vreemd op toen hij ooit een complete koe zag aanspoelen. In de keuken bladert hij in zijn jutters-fotoboek. "Kijk, die koe had nog een stuk touw aan z'n poot. Ik denk dat hij overboord is gezet". Opmerkelijk was ook de vondst van een dood paard.

Vergeleken met vroeger zet de jutterij nog maar weinig zoden aan de dijk, stelt Talsma met spijt vast. Schepen verliezen niet zo gauw iets van hun lading. Afval gaat in containers. "Het lijkt wel of er na iedere storm een soort stofzuiger over het strand gaat. Zo nu en dan spoelt er een partijtje hout aan, maar dan moet je er wel snel bij wezen. Wie het eerst komt, wie het eerst maalt. het hele dorp weet binnen een halfuur dat er iets op het strand ligt. Het is hier een kleine gemeenschap. Als ik een nieuw hek neerzet, weet het eiland het binnen een dag"

Talsma heeft in het verleden heel wat spullen van het strand gehaald. Boeien, meetapparatuur van schepen, reddingsmateriaal. Bijzonder was de ontdekking van een lading computerspelletjes. "Mooi voor onze kinderen. Je hoefde er alleen maar batterijen in te doen en ze deden het weer". De vondst van 25 puntgave weekendtassen zal hij ook niet snel vergeten. "Kun je weggeven als cadeautje. 't  Heeft iets speciaals, een weekendtas uit zee".

De zee geeft soms ook bittere geheimen prijs. In al die jaren vond Talsma drie lichamen. van een zeeman, een toerist en een onbekende. "Zulke dingen vergeet je niet", zegt hij, terwijl hij met een doek de beslagen voorruit van de landrover schoonveegt. "Dat zijn hoopjes ellende".

Je bent eilander, dus je jut. Zo simpel is dat. En Talsma geniet telkens weer. "Je bent er even uit, Ik houd van avontuur en natuur. Het strand is ieder dag weer anders. Andere geulen, andere vogels, een andere zee. Ik ben iedere keer weer nieuwsgierig hoe het strand eruitziet. Als ik een dag aan de wal ben geweest, ben ik blij als mik weer terug ben. Die treinen, vliegtuigen, tunnels... het hoeft voor mij allemaal niet".

Tegen vier uur zakt een oranje bal in zee. Lichtblauw wordt donkerblauw, wordt zwart. Het eiland verstilt en verkilt. De weg van het dorp naar de veerboot is aardedonker. Hier even geen roet, rook, reclame en meer randstedelijke rimram. Hoog en door duister onzichtbaar bepaalt het klagelijke gegak van een formatie ganzen de muziek. Vorstaankondigers. En nog veel hoger fonkelen de sterren.

Het jutten is van alle tijden.

 

Lees ook over het werk van Theun Talsma als kooiker.