Stranding in de winter van 1785


Het was 27 december 1785, toen het schip dat in de scheepsverklaring wordt vermeld met de naam 'Prospriteit van Belfast', vast komt te zitten op de gronden van Schiermonnikoog. Het schip zou op 25 december 's morgens uit Gotenburg zijn vertrokken. Men komt niet verder dan Schiermonnikoog. 


Onderweg treft men donker weer, sneeuw en een hoge zee. Op de 27e december heeft men de marszeilen en de onderzeilen gereefd. Van tijd tot tijd wordt er gelood. Op een gegeven moment wordt het anker uitgezet, de zeilen opgehaald en een deel van de lading in het water gegooid om het schip te lichten. Helaas zonder resultaat. De lading bestond uit haring, vlees, verfstoffen en linnen. Nog dezelfde morgen stelt men vast dat de kompassen op '1 1/4 streek te Noordweste ring' staan Op woensdag 28 december stuurt de kapitein de stuurman met vier anderen naar de wal voor hulp. Het duurt tot de middag van de volgende dag voordat men terug is vanwege het lage water en het ijs. Het schip is dan intussen 'aan stukken en vol water'.

Door een snik (afbeelding rechts) die een uur later arriveert, worden negen kisten linnen geborgen, met een anker, een partij zeilen, drie kabels en wat proviand, zoveel als men kon laden. De kapitein en drie anderen van de bemanning vertrekken met deze snik naar het eiland. De stuurman blijft met vijf mensen achter. Op vrijdag stuurt de kapitein men een man van het scheepsvolk, vier visserssnikken naar het gestrande schip. Zij vinden het schip onder water. Eerder die ochtend om vier uur is de stuurman met de nog aanwezige bemanning in een boot richting het eiland gegaan. Men zal zich vermoedelijk niet meer veilig hebben gevoeld. om negen uur wordt deze boot met de bemanning door een snik overgenomen. Toch komen nog een aantal snikken langszij van het gestrande schip. Bij laag water worden zeilwerk en touwen geborgen.

Tegen de avond arriveert men weer op het eiland. Vanwege het ijs en onstuimig weer kon het wrak niet meer worden bereikt. Het zijn slechte kerstdagen voor de bemanning geweest. Een deel van de lading ging verloren en het schip zal vermoedelijk geheel onder het zand zijn verdwenen, tenzij men naderhand onder betere weersomstandigheden nog delen heeft kunnen slopen. Blijkens een advertentie in de Oprechte Haerlemsche Courant zal op dinsdag 18 april 1786 op Schiermonnikoog 'met gereden gangbaren Gelden' publiek worden verkocht een aanzienlijke partij in Ierland gefabriceerd linnen in soorten, gestreepte katoenen, kamerdoek en Chitsen. Verder zes tonnen gezouten haring en twee vaatjes verf. Van het schip zelf worden zeilen, touwen, werpankers aangeboden.