Rennen over het wad van Schiermonnikoog
Kees Smetsers - 14 september 2015

Vandaag zou ik weer gaan rennen en ik was benieuwd hoe mijn benen zouden voelen. Twee dagen geleden had ik twee uur en vijftien minuten gerend, waarvan een gedeelte door los zand, en ik had me toen verbaasd dat het allemaal zo gemakkelijk ging. Om een lang verhaal kort te maken, ook vandaag ging het weer prima.


Rond een uur of zeven in de ochtend begon ik weer te rennen over het schelpenpad richting het strand dat een kilometer breed is. Ik zag dat het laag water was en dat de branding nog verder weg lag dan gisteren. Op het brede strand was niemand te zien, ik was er helemaal alleen. Ik rende verder omdat ik wist dat daar ergens een zandplaat was waar vaak zeehondjes liggen.

Tot mijn verbazing kon ik blijven rennen, zonder dat het water dichterbij kwam. De vuurtoren achter mij verdween steeds verder uit het zicht en ik kreeg echt het gevoel dat ik in een woestijn liep met alleen maar zand om me heen.

Het zand werd wel steeds natter en hier en daar liep ik langs kleine geulen waar kleine vogeltjes in rond scharrelden. Ik had al zeker twintig minuten over de zandvlakte gelopen toen ik me begon af te vragen waar al het water gebleven was. Het leek wel of de zee was leeggestroomd. Toen realiseerde ik me plotseling dat ik over het wad rende. Wat een bijzondere ervaring wad dit. Ik bleef maar rennen en ik zag nog steeds geen water. Wel grote kolonies wulpen, scholeksters en andere vogels die ik helemaal niet ken. Boven mijn hoofd zweefden grote meeuwen en in de verte zag ik aalscholvers die hun vleugels hadden gespreid om hun veren te laten drogen. Ik was diep onder de indruk door alles wat ik om mij heen zag...

Toen zag ik plotseling in de zandvlakte een schip varen. Dat was zo'n raar gezicht dat ik mijn ogen niet kon geloven. Daar moest water zijn... of was het een fata morgana? Ik begon in de richting van het schip te rennen, maar het duurde nog tien minuten voor ik er was want er waren steeds meer geulen die ik moest ontwijken. Toen zag ik eindelijk weer water. Ik weet zeker dat ik een kilometer of drie van de duinen was want de vuurtoren was inmiddels een stipje geworden. Ik sloeg rechtsaf en begon weer terug te rennen in de richting van de vuurtoren, langs de branding waar ontelbare vogels bezig waren met het zoeken naar voedsel.

Toen ik weer bij de vuurtoren was, kwam ik er achter dat ik net als gisteren een geul moest oversteken om bij ons duinhuisje te komen. Ik had verwacht dat de geul wel leeggestroomd zou zijn nu het laag water was. Dat was een misrekening. Dus trok ik m'n schoenen uit en liep door het water van de geul naar de overkant.

Eenmaal thuis moesten mijn mede-bewoners natuurlijk lachen toen ik hen dat vertelde. Ik had twee uur en vijf minuten gerend en mijn benen voelden nog steeds heel erg licht. Super is dat.

De trainingen werpen hun vruchten af. Ik ben klaar voor de halve marathon van Eindhoven. Dat wordt een geweldige belevenis. We gaan dan lopen voor de gehandicapte kinderen op Bali, die door de Stichting Stepping Stones Bali geholpen worden. Deze week op Schiermonnikoog heeft mijn vertrouwen in een goede afloop van die wedstrijd alleen maar sterker gemaakt.