Passie voor het wad
Hans Revier - september 2016


Al bijna vijfendertig jaar is Otto Overdijk (63) in de ban van de lepelaar. Hij observeert, ringt jongen en houdt een database bij. Hij maakte een enorme groei van het aantal broedparen in het waddengebied mee en ontdekte waar de lepelaars overwinteren. Net terug van het ringen van jonge lepelaars op Griend vertelt hij in zijn knusse huisje, vlak achter de dijk van Moddergat, over zijn passie.


"In 1982 ging ik als opzichter van Staatsbosbeheer werken op Vlieland. Daar broedden toen enkele paren. Ik vind het een waanzinnig mooie vogel en op het eiland kreeg ik de mogelijkheid ze van dichtbij te observeren. Samen met mijn toenmalige baas, Harry Horn, zijn we begonnen de jonge lepelaars op Vlieland en Terschelling te ringen. Het ging toen ontzettend slecht met de lepelaars. Op het dieptepunt in 1978 waren in Nederland nog maar 28 broedparen. Er waren ook nog veel vragen over hun levenswijze. Zo was nauwelijks bekend waar de dieren overwinteren. Alleen in een oud boek werd melding gemaakt van de Nijldelta.

Kleurringen

Wij maakten gebruik van kleurringen en langzamerhand kregen we steeds meer terugmeldingen waar de door ons geringde lepelaars werden waargenomen. Eerst uit het Zwin in België en vervolgens uit Frankrijk en Spanje. Zo konden we langzamerhand de trekbanen van onze lepelaars in kaart brengen. Toen we ook meldingen uit Marokko kregen, ben ik meegegaan met een expeditie naar de Banc d'Arguin (een waddengebied aan de kust van Mauretanie, West-Afrika). Er was al bekend dat Nederlandse steltlopers daar overwinteren. Het was enorm kicken om daar 150 lepelaars te zien die op Vlieland en Terschelling waren opgegroeid.

Spectaculaire groei

We weten nu ook waar de lepelaars die op de eilanden broeden naar voedsel zoeken. Die van Vlieland kom je bijvoorbeeld bij Harlingen tegen. En de lepelaars van Schiermonnikoog foerageren in het Lauwersmeer. Door verbetering van de voedselsituatie, bescherming van hun leefgebieden door de instelling van de ecologische hoofdstructuur en het stoppen van de jacht zijn de aantallen lepelaars in het waddengebied ontzettend snel gegroeid. Er zijn nu meer dan 2500 broedparen! Vanuit Vlieland en Terschelling zijn de andere delen van het waddengebied gekoloniseerd en heeft de populatie zich noordoostwaarts uitgebreid, Nu broeden de vogels, het grootste deel van de West-Europese populatie, op alle Nederlandse Waddeneilanden.

Traditioneel beest

Behalve met kleurringen werken we nu ook met satellietzenders. We kunnen dan individuele dieren volgen en zijn niet meer afhankelijk van toevallige waarnemingen. Uit al onze gegevens blijkt dat de lepelaar een ontzettend traditioneel beest is. Zo begon een lepelaar van Schiermonnikoog elk jaar rond 14 september aan zijn trektocht naar het zuiden. Ze zoeken ook steevast dezelfde voedselgebieden op. Dat is belangrijke informatie voor het beheer van de lepelaars. Zo hebben we geadviseerd waar een compensatiegebied moet komen voor een kleine broedkolonie in de Sloehaven bij Vlissingen. Die moet op vliegafstand komen van hun gebruikelijke foerageergebied.

Kansrijke broedgebieden zoeken

Na mijn werk bij Staatsbosbeheer op Vlieland ben ik in dienst gekomen bij Natuurmonumenten. Eerst korte tijd in de Wieden en later als beheerder op Schiermonnikoog. Ik ben altijd lepelaars blijven waarnemen, ook nu ik met pensioen ben. Gelukkig kunnen nu jonge onderzoekers aan de gang met alle gegevens in de database, want er zijn nog veel vragen te beantwoorden. Is er nog voldoende voedsel te vinden voor al die lepelaars in het waddengebied? En hoe beschermen we de broedende lepelaars tegen de gevolgen van de klimaatverandering? Steeds vaker komt het voor dat nesten wegspoelen en jongen verdrinken. We moeten nu uitkijken naar kansrijke broedgebieden waar geen overstromingsgevaar is. Bijvoorbeeld de Ruidhorn in Noord-Groningen of Utopia op Texel".


> Meer over de lepelaar? Klik hier.