Op zoek naar moois op het strand
Digibron.nl

Schiermonnikoog is ruig, afwisselend en rustgevend. Een oase voor de toerist. En een toevluchtsoord voor een jutter. Want: jutten kunnen de mensen op het eiland. het zit de eilanders in het bloed. Met Thijs de Boer voorop. Hij mag met recht ervaringsdeskundige worden genoemd. Al bijna zijn hele leven loopt hij het strand af op zoek naar moois. En hij vindt veel: schelpen, speelgoed, etenswaar, delen van gecrashte vliegtuigen... Je kunt het zo gek niet bedenken of Thijs kwam het ooit tegen in het zand van het eiland. Nog steeds struint hij de stranden af, wind en weer trotserend. Vaak alleen, maar ook als gids.


Vooral vroeger werd er veel gejut. Toen verging er nogal eens een zeilschip op de zandbanken van de Noordzee. In 1973 strandde het laatste schip voor het eiland: Eben-Haezer heette het.

Niet alleen dood materiaal spoelt aan. Soms ligt er een nog levende bruinvis op het strand. De Boer: "Ik heb er eens een de zee in gedragen, over de zandbank. Ik liet hem los, en weg was hij".

Lang geleden vonden jutters vaak overleden drenkelingen op het strand. Als ze die al begroeven, deden ze dat op het strand. Later kregen ze hun rustplaats achter de duinen. Onder meer vlakbij de bunker is een begraafplaats (Vredenhof). Nog steeds vindt Thijs de Boer menselijke overblijfselen. Zo stuitte hij eens op een menselijk scheenbeen en later op een zwarte schedel. "Die kleur betekent dat het bot erg oud is. We hebben het aan Naturalis gegeven voor nader onderzoek".

Het zand op het strand is fijn. "Net meel", zegt De Boer, terwijl hij het tussen zijn vingers laat glijden. De zee is rustig op het moment van de jutterstocht. Bij windkracht 9 of 10 zijn de golven 10 meter hoog en slaan ze tegen de duinen. "De laatste jaren hebben we weinig harde stormen gehad. Helaas".

Lugubere vondsten doet De Boer niet tijdens de tocht. Maar dat betekent niet dat de gids niets te vertellen heeft. Bij elke aangespoelde schelp heeft hij een verhaal. Zo liggen er zogeheten scheermessen, die pas sinds 1980 op de Nederlandse stranden te vinden zijn. En gele en roze nonnetjes. Een breekbare, platte schelp heet - heel verrassend - tere platschelp.

Op het strand, in de wind, is het fris. Halverwege de tocht krijgen de deelnemers aan de jutterstocht een glaasje juttersbitter, gemaakt van 'een geheim recept'. Hartelijk welkom zo'n opwarmertje.

Bij alles wat er op het strand ligt, hoort een verhaal. Een stuk gele steen is in de Gouden Eeuw waarschijnlijk gebruikt om een leeg schop ballast te geven. En zeewier is niet zomaar zeewier, maar afkomstig uit het Franse Bretagne. Een paar overgebleven veren met bot zijn de restanten van een scholekster.

Het meest bijzondere dat De Boer ooit vond - behalve de eerder genoemde mensenschedel - is een linksgedraaide wulk. Normaal is de schelp rechts gedraaid. "In 1969 liep ik met een vriendje over het strand. Hij vond toen een linksgedraaide. Ik was stikjaloers op hem. In 2009 - veertig jaar later dus - vond ik er ook een".

TIP: Thijs de Boer beheert op het eiland het Schelpenmuseum 'Paal 14'. Zeer de moeite waard.  
Voor website: Klik hier of op foto rechts.