Op Schier ben je op je mooist
Chantal Bakker


"Op Schier ben je op je mooist", zegt mijn vriend als we weer op ons geliefde eiland zijn. Misschien klopt dat wel. Schiermonnikoog doet iets met me. Op dat prachtparadijs om de hoek ben ik zo dicht bij 'mijn' stad Groningen en tegelijkertijd zo ver weg. Zodra ik op de boot richting Schier stap, glijden de spanningen en de onrust van me af. Een heel speciaal eiland lonkt.


De zon, zee, de prachtige duinen, het brede strand en De Marlijn; mijn vriend en ik krijgen geen genoeg van het eiland. We brachten er de laatste twee zomers door en sliepen in het hotel waar we elkaar een aantal jaren geleden ontmoetten.

Het was liefde op het eerste gezicht, we werden er stil van. Iets te stil want we vertrokken na vier dagen allebei zonder een woord tegen elkaar te hebben gezegd. In mijn broekzak had ik een briefje met daarop mijn naam en nummer, vastberaden om dit aan hem te geven. Maar verder dan voorzichtige blikken en een vluchtige groet kwamen we niet.

Thuis baalde ik. Waarom had ik niks gezegd? Gelukkig kreeg ik, geholpen door een hotelmedewerker, een tweede kans. Met zijn informatie op zak begon mijn zoektocht naar de mysterieuze man die zo onverwachts op mijn pad kwam. Na een tijdje speuren vond ik hem op Hyves en niet veel later was onze eerste date een feit. Gelukkig bleek het ook liefde op het tweede gezicht.

Schiermonnikoog bracht ons bij elkaar en wij vinden dat we dat niet vaak genoeg kunnen vieren. Op dat eiland, met dat eiland. Dat heeft al veel onvergetelijke herinneringen opgeleverd. Aan de dag dat wij naar 'De Balg' wandelden en daar na een fantastische tocht langs de branding op een verlaten zandvlakte de meest prachtige schelpen vonden. Aan de borrels en diners bij 'De Marlijn', waar we na een heerlijke dag op het strand bij het Jacobspad proostten op de zomer, het eiland en onze liefde. Aan de adembenemende zonsondergang die we aanschouwden in de luwte van verlaten duinen, die mijn vriend als klein jongetje met zijn zusje beklom. Aan de lange wandelingen die we maakten langs de soms rustige, dan weer woeste branding. En aan de winkeltjes zoals Retteketet, Ogygia en De Molledoer, waar ik me telkens weer vergaap aan mooie sieraden en andere tierlantijntjes, waarvan velen al de oversteek naar de stad maakten.

Het eiland voelt ontzettend vertrouwd maar het verveelt nooit. De zee, die ongestoord haar gang gaat en het geruis van de branding brengen golven van geluk, de wind die met mijn haren speelt, temt al mijn gedachten en het zout op mijn lippen smaakt overheerlijk zoet. Op het eiland ben ik gewoonweg gruwelijk gelukkig. Dan ben ik, zoals mijn vriend dat opmerkt, ongetwijfeld op mijn best.

Gaan we naar huis, dan nemen we het eiland mee. En een paar flesjes 'Schiere Monnik'. Boven onze eettafel hangt een kaart van het eiland, in een bakje gevuld met zand en schelpen ligt ons eigen stukje eiland en aan de muur hangt een kaartje dat mijn Schiergevoel zo raak samenvat.

'Dromen op het strand, dromen bij de zee en als ik weer wegga, neem ik al mijn dromen mee'.