Middelbare school op eiland
Bron: Dirk Wolthekker - NRC


Debbie (14) en haar vriendin Pia (15) wonen op Schiermonnikoog. Ze zitten in de derde klas van de Inspecteur Boelensschool, de enige middelbare school op het eiland. Het is de kleinste zelfstandige Mavo van Nederland. Twaalf docenten geven les aan 31 leerlingen.


De twee vriendinnen vinden het eiland inde winter ongezellig en saai. Zelfs het biljartcafé, een favoriet oord voor puberende Schiermonnikoogers, is op slot. Bar-discotheek de Toxbar is wel geopend, maar op het eiland kent iedereen iedereen en zodoende weet de portier heel goed dat Debbie en Pia nog geen zestien zijn. Ze snappen het wel. Pia: "Als ik straks zestien ben, zou ik het ook niet leuk vinden als de derde klas aldoor in de Toxbar rondhangt".

Ze hebben seizoensgebonden verkering. Het vriendje van het zomerseizoen zien ze na augustus een jaar niet meer terug, maar een probleem is dat niet: in oktober komt er weer een lading toeristen en daar zit heus wel een herfstvriendje tussen. "De jongens van het eiland ken je vaak al vanaf de kleuterschool. Daar kun je niets meer mee beginnen". Een wintervriendje dient zih nooit aan en er blijft dan ook einikg anders over dan naar school te gaan. Daar is het wel gezellig.

Een kleine beschermde school? "Ik vind onze leerlingen bepaald niet wereldvreemd", zegt Carel Brandt, directeur van de school. "Ze zijn extravert, vrijmoedig en open, wat waarschijnlijk te maken heeft met de toeristen. Bovendien hebben ze allemaal al op jonge leeftijd een baantje in een seizoensbedrijf, waar ze moeten samenwerken met volwassenen. Ze lijken daarom meer op stadsjeugd dan op plattelandsjeugd".

Ellis Boom, docente Frans zegt: "Ik bereik echt de basisvorming. Collega's aan de wal kiezen in hun lessen vaak voor grammatica en teksten, want dat is makkelijk toetsbaar en discussiëren in groepen van dertig is nu eenmaal moeilijk. in mijn groepen niet". De groepen van Boom bestaan in de onderbouw uit maximaal tien, in de bovenbouw uit maar enkele leerlingen. Ze is niet alleen docente Frans, maar ze geeft ook nog les in Nederlands, drama, maatschappijleer en geschiedenis. Voor de laatste twee vakken is ze niet bevoegd, maar omdat er niemand te krijgen is voor die vakken heeft zij dispensatie van de inspectie gekregen. De meeste van haar collega's geven, naast de lessen waarvoor ze wel bevoegd zijn, eveneens vakken waarvoor ze eigenlijk niet gekwalificeerd zijn . Boom: "Maar wanneer men vraagt naar mijn beroep, zeg ik altijd dat ik lerares Frans ben en niet maatschappijleer of geschiedenis. Je eigen vak voelt och het lekkerst. Geschiedenis en maatschappijleer geef ik nog niet zo lang en ik moet die vakken eigenlijk met vallen en opstaan leren. Ik gebruik bestaande methodes met toetsvragen, omdat ik nog niet creatief ben om dat zelf te ontwikkelen. Maatschappijleer en geschiedenis zijn bovendien praatvakken, waarvoor je verhalen paraat moet hebben en die heb ik nog niet"

Maar het eiland zelf heeft de verhalen wel klaar liggen en die zijn altijd verbonden met zand en zee. Verhalen over vijftig jaar terug, toen het Lauwersmeer nog Lauwerszee heette en de boot nog vertrok uit het Groningse vissersdorp Zoutkamp.

Bij de samenstelling van het lesrooster wordt rekening gehouden met de vaartijden en wie naar de tandarts moet, wordt verzocht de boot van half elf te nemen, zodat de eerste twee lesuren nog kunnen worden gevolgd. Het schoolwerk gaat dan mee voor op de boot.

Dirk Monsma, docent Engels, zegt: "Het eiland is voor mij te klein en in de winter te saai om er te gaan wonen. Iedereen kent elkaar en de sociale controle is groot. Ik ben in Dokkum ook meer het stadse gewend. Dat is anoniemer". Hij heeft nog niet meegemaakt dat hij het eiland niet kon bereiken, maar neemt het risico daarop voor lief. Liever dan naar het eiland te verhuizen. Monsma komt elke dinsdag twee dagen naar het eiland en geeft op de resterende dagen les op een grote scholengemeenschap in Sneek. Hij kan de leerlingen van beide scholen vergelijken en bevestigt het verhaal van directeur Brandt over de extraverte en vrijmoedige instelling van de Schiermonnikoogse leerlingen, die wordt versterkt door de nauwe band tussen docent en leerling.

Dat de Inspecteur Boelensschool tot de betere Mavo's van Nederland behoort, hoeft geen betoog. Leerlingen met stadsproblemen als drugs en criminaliteit zijn er niet, de klassen zijn klein en het geld kan efficiënt worden besteed: het schoolhoofd schenkt zelf de koffie in, pleinwachten zijn niet nodig - iedereen gaat zowel in de kleine als in de grote pauze naar huis - en het is geen wonder dat voor elke leerling een computer beschikbaar is.

Maar helemaal eerlijk is het niet, dat de school bij een van de schooltesten met een negen voor Engels uit de bus kwam. Kinderen moet je niet al op hun twaalfde uit hun vertrouwde milieu halen en aan de wal in de kost doen, is de gedachte van veel ouders en daarom wordt de school ook bevolkt door potentiële havisten en vwo-ers, die een grote bijdrage leverden aan de hoge cijfers. Ze krijgen overigens wel op hun eigen niveau les.

ook de kleine omvang van de klassen kan een negatief neveneffect hebben. het bevordert niet bepaald sociaal gedrag en het gebeurt regelmatig dat leerlingen van hun vierde tot hun zestiende bij elkaar in de klas zitten. Wie dan wordt gepest - en dat gebeurt ook op het eiland - is zijn hele jeugd de sigaar en de boot belemmert een vlucht. Brandt realiseert zich dat: "Een school moet leerlingen ook tot sociale wezens opvoeden en daarom geven we het vak 'leefstijl', waarbij we vooral in spelvorm proberen sociaal en communicatief gedrag te ontwikkelen en te stimuleren".

Maar ook voor docenten is een kleine school niet altijd even gemakkelijk. Zowel Monsma als Boom missen de stimulans en 'voeding' van collega's. Monsma kan nog terecht in Sneek, maar Boom moet het hebben van een voormalige collega of gaat zelf op onderzoek uit. Wat voor iedereen geldt, maar niet door iedereen als een nadeel wordt gezien, is de afwezigheid van kunst en cultuur. Ondanks het extraverte en wereldwijze karakter van zijn leerlingen, neemt Brandt de vierdeklassers daarom jaarlijks mee op schoolreis naar de Randstad, om ze eens 'onder de mensen' te brengen. Met twee personenauto's reizen ze af en bezoeken ze een musical, een museum en de film, maar ook een drugspreventiecentrum en een krantenredactie. Onderweg brengen ze een bezoek aan een fabriek. Brandt: "Er is op het eiland geen industrie en veel leerlingen weten niet hoe industriële productie via een lopende band in de praktijk functioneert".

Maar Berber (15) zal de excursie naar de Randstad niet meer meemaken. Ze wilde niet alleen les op Havo-niveau, maar ook het diploma zelf en is daarom overgestapt  van Mavo-3 naar Havo-4. Ze zit nu op een brede scholengemeenschap in Groningen. "Bovendien wou ik wel eens andere dingen van de wereld zien dan de mensen op het eiland. Nu zit ik voor het eerst van mijn leven op een school waar ik niemand ken". Een verademing, aldus Berber. Maar ook in Groningen is er de voeling met het water en de zee; Berber zit in de kost op een schippersinternaat.