Lopend over het zand...
Bob van Huet - AD


Lopen over het zand bekruipt je een paar kilometer na elke strandopgang een heerlijk gevoel van vrijheid. Geen paden, geen bordjes. De wind laat vogels uit verre streken overvliegen, golven deponeren flesjes met exotische lettertekens. Eigenlijk wel zen allemaal. Niet verbazingwekkend dat ze hier op het eiland yogalessen op het strand geven onder het motto: "Een heerlijk begin van je dag". 


Toch was dit eens Sperrgebied - waar je van de Duitsers absoluut niet mocht komen. Duinen en strand waren letterlijk 'versperd voor gewone burgers. Hier wachtte de bezetter onze latere bevrijders op met bunkers, kanonnen, prikkeldraad, stekelvarkens, egels en asperges - de laatste drie zijn misleidende bijnamen voor akelige stalen en houten obstakels die op het strand lagen om een landing vanuit zee te bemoeilijken. Raar idee dat hier nog maar een mensenleven geleden ook driestrandlopertjes en scholeksters renden, maar dan tussen de mijnen.

Terug wandelend over de Badweg lijkt het of een nostalgische kleinzoon van een Duitse Bunkermeister hier een batterij luxueuze vakantievilla's heeft neergezet. Geblokte grijze bouwsels, in formatie naast elkaar. Bij navraag blijkt het een bekroond concept voor landschapsvriendelijke luxe villa's van een gerenommeerd Gronings architectenbureau. Dit is 'een ensemble in het duinlandschap, waarbij privacy, uitzicht, de omgeving en de bezonning optimaal op elkaar zijn afgestemd', zo voegt een makelaarssite eraan toe. Had ik even niet gezien. De verschansingen zijn te koop voor een kleine miljoen euro per stuk.

Dat je extra gaat letten op oorlogsarchitectuur is niet zo heel vreemd als je een afspraak hebt met Cees Soepboer. Deze geschiedenisliefhebber - en boswachter van Natuurmonumenten - is de drijvende kracht achter Bunkermuseum 'Schlei'. Zonder subsidie, maar met hulp van vrienden en vrijwilligers en heel veel vrije tijd, werd het in 2009 geopend op een locatie die in de Tweede Wereldoorlog ook nog eens zeer geheim was.

Een stroombunker van Schlei (het Duitse woord voor de vissoort zeelt) heeft de club van Schlei weer toegankelijk weten te maken voor bezoekers. Puin er uit, lichtkokers erin. Een zwaluw heeft er meteen maar een nest gebouwd.

Schlei was onderdeel van 'Himmelblett'. Dat was de codenaam van een netwerk van geavanceerde radarstations die elkaar overlapten en waarmee de Duitsers geallieerde bommenwerpers al van ver konden detecteren. Zoeklichten, afweergeschut en jachtvliegtuigen stonden dan op scherp om Britse en Amerikaanse vliegtuigen af te vangen. Niet alleen de formaties bommenwerpers die op weg waren naar het Ruhrgebied en andere Duitse industriecentra, maar ook vliegtuigen die droppings deden voor het actieve verzet in Friesland.

Zeven geallieerde vliegtuigen zijn op en rond het eiland omlaag gekomen, neergehaald of gecrasht, weet Soepboer.

In de verhalen over de Tweede Wereldoorlog zijn die van de Waddeneilanden een beetje onderbelicht gebleven, net als trouwens de hele oorlog op de Noordzee, vindt Soepboer. Wie weet er van de ertsschepen uit het 'neutrale' Zweden die hier door de geallieerden tot zinken werden gebracht - om te voorkomen dat de tankfabrieken in het Ruhrgebied nieuwe grondstof kregen? Liefst 500 schepen werden op de gevaarlijke route naar Rotterdam tot zinken gebracht. Ook talloze vliegtuigen werden neergehaald en schepen van de Kriegsmarine werden gekelderd.

Lichamen van Duitse matrozen spoelden geregeld aan op het eiland, net als die van Britse vliegeniers. Zij aan zij liggen ze op 'Vredenhof', waar gesneuvelde geallieerden tijdens de oorlog met militaire eer werden begraven door de Duitsers.

Soepboer kan er mooi over vertellen. Ook over de bijzondere verstandhouding van de op het eiland 700 gestationeerde Duitsers met de 800 eilanders. De bezetters waren niet-frontlijnsoldaten en vooral techneuten. Ze hadden vaak ook bijzondere wapens. Vaak inferieure Franse spullen die het Duitse leger had buitgemaakt. Het eigen, Duitse topmateriaal werd ingezet aan het front. Soepboer heeft een mooie verzameling Franse hulzen en kogels.

Waar je in de bunkers propagandistische schilderen zou verwachten, ontdekte Soepboer een muurschildering van een landschap. Misschien een boerenzoon die ook liever thuis op de boerderij had gezeten, denkt hij hardop.

Schlei werd gebouwd door de Duitsers, maar ook door de bewoners van het eiland. Lang is daarover gezwegen. Omdat het slecht zou worden begrepen buiten de context van bezetting en tewerkstelling. Soepboer: "Dat mensen hier konden blijven, was voor velen een meevaller. Anders zouden ze zijn afgevoerd om te werken in fabrieken in Duitsland. Je had geen keuze in die tijd. Daar is allemaal lang over gezwegen maar nu komen er meer verhalen los. Ik ben daar blij mee, want het is waardevolle informatie voor het museum. Zo is ook bekend dat informatie over de ligging van de bunkers door mensen van hier is doorgespeeld naar Engeland. Ze wisten precies waar ze lagen". 

We gaan naar de Wassermann, de bunker op het hoogste duin van het eiland, Op deze bunker had een enorme radar moeten staan, maar die is er nooit gekomen. "Er was geen materiaal meer te krijgen en er waren ook geen mensen om de Wassermann te bemannen, dit was heel specialistische apparatuur", weet Soepboer.

Soepboer constateert met genoegen dat er hernieuwde belangstelling bestaat voor die tijd. Zo gaat hij regelmatig op excursie met scholieren. De Friese Waddeneilanden willen tien bunkers restaureren om de geschiedenis van de Duitse bezettingsjaren weer zichtbaar te maken in het landschap.


> Zie ook pagina Geschiedenis.