Joke Folmer - Herinneringen
Naar een tekst van Andre Horjus


Al meer dan veertig jaar woont Joke Folmer op het eiland. "Ik had een vriend, een zeeman, die wilde begin jaren '70 met mij op het eiland genieten van zijn pensioen. Helaas overleed hij vlak van te voren. Toen heb ik besloten om alleen te gaan".


Verscholen in het groen en aan de achterkant omgeven door een hoog duin bewoont Joke een romantisch, wit huisje met de naam 'Parnassia'. De grond pacht zij van de Dienst Domeinen, die ook de koninklijke paleizen beheert. "Oma's tuin is eigenlijk van de koningin", vertelde zij haar kleinkinderen altijd. Maar al te goed weet Joke hoe zij de fantasie van de kleintjes kan prikkelen. 

Het houten hekje dat naar de duinen leidt, noemt Joke ook wel 'het hekje naar de hemel'. Eindeloos konden de kinderen er ravotten. Het hekje staat inmiddels symbool voor talloze goede herinneringen.

Joke is een van de tien grootste verzetsstrijders van Nederland. Zij plukt de dag sinds ze zeventig jaar geleden ontsnapte aan een doodsvonnis vanwege mensensmokkel. De achtertafel ligt vol herinneringen aan de oorlog. Foto's van geallieerde piloten die, verkleed als Hollanders, door Joke in samenwerking met anderen naar een veilig onderkomen in België werden gebracht, zo'n 120 in totaal.


Er ligt ook nog een originele parachute op tafel. Voorheen, als ze scholen bezocht om haar verhaal te vertellen, spreidde Joke de flinterdunne lap bij voorkeur uit over het schoolplein, om een idee te geven van de omvang. "Kinderen moeten iets in handen hebben, ze moeten er bij wijze van spreken aan kunnen likken. Dat werkt altijd".

Op een gegeven moment besluit ze te stoppen met de schoolbezoeken. Het werd haar te vermoeiend. En dan ligt er een vergeeld treinkaartje, dat pijnlijke herinneringen oproept. Amsterdam, Centraal Station, 28 april 1944. Twee vrouwen die na een korte omhelzing plotseling in de boeien worden geslagen. Joke en haar moeder. Ze durven elkaar niets meer te zeggen. Elk woord kan te veel zijn. 'We hadden elkaar nauwelijks begroet", vertelt Joke. "Stomverbaasd waren we. Later bleek dat mijn moeder al weken was gevolgd door de Duitsers, die eigenlijk op zoek waren naar mij".

Joke wordt naar de gevangenis van Scheveningen gebracht, haar moeder naar het concentratiekamp Vught. Na een maand of drie, als het proces voorbij is, wordt moeder weer vrijgelaten. Na zes weken eenzame opsluiting in Scheveningen wordt ook Joke naar Vught gestuurd. "Mijn moeder bleek achteraf slechts een baar barakken verderop te zitten". Vervolgens werd Joke naar de gevangenis Wolvenplein in Utrecht gebracht (foto onder). Daar wordt bepaald dat ze ter dood veroordeeld zal gaan worden wegens mensensmokkel.

Samen met andere gevangenen wacht ze op haar executie. Ze was zich altijd bewust geweest van de risico's die ze liep met haar verzetswerk, de pilotenlijnen en de koeriersdienst. Vanaf 1943 wordt de begeleiding van piloten haar specialiteit. Op een valse pas reist Joke met de trein het hele land oor, zogenaamd om gaarkeukens te controleren. Zo'n 120 geallieerde piloten begeleidt zij naar Belgie. Ook zo'n 200 andere personen loodste ze, met gevaar voor eigen leven naar een veilig adres.

Op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, breekt er paniek uit onder de Duitsers die de spoedige bevrijding van Nederland vrezen. "Halsoverkop werden we in goederenwagons gestopt en van hot naar her gesleept". Aanvankelijk gaat het om 300 gevangen vrouwen uit verschillende landen, allen ter dood veroordeeld. Een tocht langs verschillende Duitse inrichtingen volgt. Na de oorlog blijkt dat dat was omdat de officiële papieren met het doodvonnis in veel gevallen niet aankomen en de nauwgezette gevangenisdirecteuren er hun vingers liever niet aan branden.

Uiteindelijk stopt het transport bij een tuchthuis in Waldheim, in het oosten van Duitsland. Daar gaat op 6 mei 1945 de celdeur van Joke open. Rode Kruiswagens rijden af en aan om de vrouwen uit België en Frankrijk op te pakken. Maar ze wachtten tevergeefs. Het Nederlandse reglement schreef namelijk voor dat alleen militairen en krijgsgevangenen meegenomen mochten worden...

Met twee vriendinnen vlucht Joke voor de opstomende Russen, maar ze belandt toch in een Russisch interneringskamp. Dankzij een gevangenenruil komt ze vrij en wordt per vliegtuig samen met anderen naar Brussel gevlogen. Daar vertelt de adjudant van koningin Wilhelmina dat de familie van Joke nog leeft en dat de majesteit de vrouwen die middag nog wil ontmoeten. Joke gaat daar niet op in. Ze wil naar huis. "De hartelijke groeten aan de Majesteit", zegt ze nog, "en ik hoop dat ze het begrijpt".

Begin jaren '70 begint zij met het geven van lezingen over haar verzetswerk. De oorlog tekent haar verdere leven. Als er iets is wat ze van de oorlogsjaren heeft geleerd, dan is het wel: relativeren in tijden van verdriet; altijd bedenken dat het nog erger kan.

"Het leven heeft, ondanks alles, ook veel moois te bieden,

 als je er maar voor open staat".


Na de oorlog organiseerde Joke samen met Nel Lind reünies, waarbij Britse en Canadese luchtmachtveteranen nog eens de vluchtroutes aflegden van Nederland naar de Zwitserse of Spaanse grenzen. Voor haar verzetswerk heeft Joke meerdere onderscheidingen gekregen, waaronder de Medal of Freedom with gold palm.