- Jan
   Tony, column in het Brabants Dagblad, 8 september 2014


Als je iemand een leven lang kent, verouder je synchroon en heb je het van elkaar niet zo in de gaten. Vlakbij de eerste krant waar ik in 1965 als werkstudent begon - het Nieuwsblad van het Noorden aan het Zuiderdiep in Groningen - stond het keurige café-restaurant van de familie Fischer. Zoon Jan oberde er in een donkerblauw pak zoals hij zijn leven lang zou dragen. Hij moet toen 25 jaar zijn geweest. Nu hij is overleden lees ik dat hij van 1940 was. Waardoor blijkt dat ik me nooit heb afgevraagd hoe oud hij precies was. Dat is kennelijk niet van belang bij mensen die er voor jouw idee altijd zijn geweest. En van wie je tegen beter weten in denkt, dat zij er ook altijd zullen blijven.


Later werd Jan Fischer eigenaar van Hotel Van der Werff, dat hij overnam van de erven van juffrouw Dien. Over haar was weinig bekend en dat wilde zij graag zo houden. Ik heb haar eens geïnterviewd. Dat viel niet mee. Maar het had ook wel wat: een geacht hotel dient zijn geheimen te koesteren. Ik herinner me vooral de temende gedienstigheid waarmee ze over de gasten sprak en dan met name 'de heren jagers'. Haar meest voorname gast bedacht zij met de magische aanbeveling, die nog steeds op de hotelrekening staat: 'Bij herhaling vereerd met bezoek van Z.K.H. Prins Bernhard'.

Jan Fischer volgde haar stijl op. Ook hij was geen vriend van het gesproken woord. Ik logeerde er een keer toen het in de prachtige gelagkamer begon te lekken. Kennelijk liep boven ergens een bad over. "Meneer Fischer!", riep een dame opgewonden. "Wat is dat?". Jan keek rustig naar het plafond en beperkte zich tot: "Dat is nat mevrouw".

Als wij met de gedurige regelmaat van de getijden weer naar het eiland kwamen, zat Jan Fischer achter het stuur van zijn hotelbus zijn gasten op te wachten. Bij het betreden van de bus strekte hij zijn hand uit en zei tegen me: "Tony". Ik antwoordde decennia lang met: "Jan!". Oppervlakkige waarnemers ervaren dit wellicht als een vrij sober begroetingsritueel. terwijl daar een diepmenselijke warmte achter schuil ging die maar moeilijk valt te overschatten.

Hoewel ik daar geen lange zinnen aan wijdde, ging ik hem in al die jaren steeds meer waarderen. Vanaf 1982 had hij een nogal verkommerd maar zeer authentiek hotel niet alleen van de ondergang weten te redden. Hij paste de kamers ook aan op een geruisloze manier, zodat je daar als gast geen last van had, wel genot. "Modernisering is een gebrek aan zelfbeheersing", was zijn adagium. Voor Jan Fischer eigenlijk een opmerkelijk lange zin.

Zijn dochter Charlotte volgt hem op met dezelfde onverstoorbaarheid waarmee Jan de eigenheid van zijn druk beklante hotel behield. Aan de overkant van de Reeweg werd in 1995 een nieuw hotel gebouwd van een andere eigenaar: Graaf Bernstorff. Moderner, met ook een eigen publiek. Maar 'wij van Van der Werff' zullen er geen stap zetten. Ook al koestert dat hotel zich heel aantrekkelijk in de middagzon.

Als ik weer op het eiland ben, ga ik naar het graf van Jan op begraafplaats Vredenhof. En ik beperk me tot: "Jan!".


>  Zie ook de pagina over Hotel Van der Werff. Klik hier.