Het (verdwenen) eiland Bosch


Enkele eeuwen geleden was de rij Waddeneilanden een aantal eilanden rijker. Tot in de late Middeleeuwen lag er voor de kust van Groningen - tussen Schiermonnikoog en Rottumeroog - het eiland Bosch. Met de Allerheiligenvloed van 1 november 1570 - de ergste watersnoodramp uit de Nederlandse geschiedenis - verdween het eiland goeddeels in de golven.

Schiermonnikoog lag in 1570 nog ruim 10 kilometer ten westen van Bosch, maar omdat Schiermonnikoog langzaam naar het oosten opschoof, ligt het oostelijk deel van het huidige Schiermonnikoog nu op de locatie waar eens het westelijk deel van Bosch lag.


Bij de stormvloed van 1570 werd de duinenrij van het eiland Bosch weggeslagen en werd het eiland de speelbal van wind en water. De zandplaat zakte langzaam in de zee. Tijdens de Kerstvloed van 1717 verdween het eiland voor altijd.

Een team van geologen, historici, archeologen, biologen, museummedewerkers en jutters maakte een studie van het eiland Bosch. Om te weten te komen wat voor eiland het was, door wie het werd bewoond en gebruikt - en of het nu wel of geen pirateneiland was - werd er op gezette tijden onderzoek verricht. En dat is lang niet gemakkelijk in het waddengebied. Men moest rekening houden met eb en vloed, waardoor er maar een paar uur overbleef om een locatie te onderzoeken. De beste tijd om naar interessante lagen te zoeken is na volle maan of nieuwe maan en het liefst na een storm. Als alle ingrediënten bij elkaar kwamen gingen de wad-archeologen op zoek naar Bosch.

De onderzoekers vonden niet veel maar wel wat: overblijfselen van eerdere bewoning onder de duinen van Schiermonnikoog. De restanten dateren uit de 16e eeuw. Deze overblijfselen werden met een grondradar ontdekt. De beelden laten op een diepte van 3 a 4 meter verstoringen in de bodemopbouw zien, wat er op wijst dat op de onderzochte plek vroeger een eiland lag. 

De tekenen wijzen erop dat het eiland Bosch nauwelijks bewoond werd. Waarschijnlijk werd het voornamelijk gebruikt om veel te laten grazen. Tot 1570 woonden er wellicht mensen op het eiland. Zo stond er een huisje voor de strandvoogd. Die moest gestrande schepen en goederen bergen. De strandvoogd was aangesteld door het klooster van Aduard, de toenmalige eigenaar van het eiland.

Tussen 1530 en 1717 had het eiland verschillende eigenaren die er overigens niet zelf woonden. Het eiland is in handen geweest van het klooster van Aduard en verder van verschillende rijke Groningse families en van Karel V. Onderzoek wijst ook op een rol in de piraterij. Het eiland lag aan een drukbevaren handelsroute en met enige regelmaat strandde er een schip, slachtoffer van de elementen of van misleidende strandrovers.

Het onderzoek in 2006 van een multidisciplinair team mondde uit in een expositie in openluchtmuseum 'Het Hoogeland' in Warffum. Daar was 16e eeuws kaartmateriaal te zien, waaruit valt af te lezen hoe het eilandje eruit zag. Via een kapersbrief van de toenmalige vorst aan een kapitein konden we lezen over de piratenpraktijken in het waddengebied en een kopie van een gekloofde piratenschedel liet zien dat het slecht kon aflopen met een strandrover.