Het reizen naar en van het eiland  
Op basis van informatie van Eddie Bakker


Anno nu vinden we de oversteek van de vaste wal naar het eiland heel gewoon. De firma Wagenborg zet ons nu in comfortabele schepen over. De rol van Wagenborg is er al vanaf 1915. Hoe is dat zo gekomen? 


Op een dag in 1887 liep de twintigjarige schippersknecht Egbert Wagenborg door Martenshoek en passeerde daar de werf van Berend Niestern. De scheepsbouwer sprak hem aan. "Jongeman, zit jij zonder werk? Wil je dat ik een schip voor je bouw?" Daar had de jongeman wel oren naar en dus zei hij: "Graag! Maar man, ik heb geen cent!" Hij kreeg het schip, een turftjalk van honderd ton, met honderd procent hypotheek en hij ging er mee varen.

En dat gebaar is eigenlijk het begin geweest van Wagenborg's Scheepvaart-expeditiebedrijf NV en Wagenborg's Passagiersdiensten, gevestigd in Delfzijl. De passagiersdiensten zijn eigenlijk pas in 1905 begonnen. Eerst voer Wagenborg alleen op Emden, later ook op de Duitse Waddeneilanden Borkum en Norderneij. Tot 1915, toen de Duitse regering (in oorlogstijd) het varen op Duitse eilanden verbood.

Dus moest Wagenborg elders emplooi voor zijn boten zoeken. Er voer toen een boot van Groningen naar het Badhotel op Schiermonnikoog, de Thea-Lotte, genoemd naar de dochter van Graaf Von Bernstorff, de toenmalige eigenaar van het eiland (en van het Badhotel). De Thea-Lotte kon in 1915 niet meer aan brandstof komen en zo kon Wagenborg de Vooruitgang II (een radarboot) tussen Zoutkamp en Schiermonnikoog inzetten (foto onder).

In de zomer van 1917 kreeg Wagenborg even concurrentie van een groep ondernemende Groningers, die met het schip De Pionier naar het eiland ging varen. Maar na ongeveer een maand ging hun stoomketel kapot en kon Wagenborg hun dienst erbij doen, zodat zij toen iedere dag ging varen naar Schiermonnikoog. En dat gebeurt anno nu nog steeds, alleen heel anders als in 1915...


Egbert Wagenborg (1866 - 1944)
Egbert was schipper, koopman, scheepsmakelaar, exploitant van Noordzeebaden en grondlegger van Wagenborg's Passagiersdiensten. Egbert voer eerst als schippersknecht bij een Drentse schipper, en later op zijn eigen boot die hij op zo'n bijzondere manier had gekregen. Hij kende het buitengaats varen niet en nam een stuurman in dienst die dat wel kende, zo is alles ontstaan met de veerdienst. Egbert was van 1912 tot 1924 ook nog mede eigenaar van het Badhotel op het eiland.

Geert Wagenborg (1902 - 1984)
Geert Wagenborg ging in 1921 naar de MTS voor een opleiding als machinist. in de vakantietijd ging hij varen als stoker op de boot Groningen -Schiermonnikoog. Toen zijn vader Egbert stopte als directeur van Wagenborg, werd Geert na zijn schooltijd de tweede directeur van Wagenborg's Passagiersdiensten Schiermonnikoog. Geert bleek het gevoel voor publiciteit van zijn vader te hebben. Hij was binnen het bedrijf met name de manager van de passagiersdiensten naar het eiland in de jaren '30 van de vorige eeuw. De diensten waren toen nog bescheiden. 

Varen van Zoutkamp via Oostmahorn naar het eiland

Toern in 1915 de firma Wagenborg met de veerdienst ging varen van Zoutkamp via Oostmahorn naar Schiermonnikoog, werd van steigerhout een lange steiger gebouwd (foto boven). Deze steiger lag voor de Reeweg even ten oosten van de oprit over de dijk. In de wintermaanden werd de steiger gedemonteerd en opgeslagen in een houten loods aan de binnenzijde van de dijk. Die loods werd ook gebruikt om bagage en vrachtgoederen veilig op te bergen. Tot 1927 werd deze steiger gebruikt. Bij een ongunstige waterstand kon de Vooruitgang III het eiland niet dichter dan ongeveer 2,5 kilometer bereiken. De passagiers werden dan aan en van boord gebracht met paard en wagen en landingsboten. Bij een gunstige waterstand kon de Vooruitgang III de steiger tot op circa honderd meter bereiken. Ook werd vaak de pendelboot Bavaria ingezet om de passagiers aan wal te zetten.

Wagenborg's Passagiersdiensten onderhoudt dus sinds 1915 met het eiland een geregelde winter- en zomerdienst, met bovendien nog extra diensten gedurende het badseizoen. Op de foto hieronder ziet u de Vooruitgang III in 1925 bij vertrek van Oostmahorn. Deze boot kwam in 1919 in de vaart. Er konden ongeveer 350 mensen mee. De boot voer van Zoutkamp via Oostmahorn naar Schiermonnikoog.

In de beginperiode van Schiermonnikoog als badplaats, was een overtocht naar het eiland een groot avontuur. Na de boottocht uit Oostmahorn moest men op het wad van de Postboot overstappen in een Vlet en daarna werd men per paard en wagen naar het dorp gebracht.

In 1919 kocht Wagenborg het badhotel op het eiland voor 60.000 gulden. Hieronder ziet u het Badhotel met de vlag van Wagenborg in het midden.

Wagenborg lanceerde in 1920 een wel heel bijzonder idee in de vorm van een vliegdienst Groningen- Schiermonnikoog. Op 31 mei 1920 landde het eerste vliegtuig met toeristen op het strand bij het Badhotel.

In 1927 werd er een grote vooruitgang geboekt; er werd een nieuwe veerdam gebouwd (nu jachthaven). De lengte was 500 meter en ongeveer halverwege was een verbreding aangebracht zodat daar gelegenheid was voor het passeren van bussen en boerenwagens. Aan de oostkant bevond zich een trottoir voor voetgangers.

Op 2 augustus 1927 werd de veerdam in gebruik genomen en was het vervoer van passagiers en goederen van de vast wal naar het eiland een stuk gemakkelijker geworden. Men hoefde niet meer over te stappen op het was op paard en wagens. Men bleef echter van het tij afhankelijk; vanaf twee uur na laag water tot twee uur na hoog water kon de veerboot afmeren. Wagenborg maakte in die tijd gebruik van een platte landingsboot. De veerboot ging dan een eind uit de kust voor anker waarbij de passagiers overstapten op de landingsboot.

Voordat je in de jaren '50 van de vorige eeuw de steiger op ging moest je 20 cent wegengeld betalen. In het kaartenhokje zat Willem Dijk of Theun de Jong. Op de foto hieronder worden de passagiers van de bus van Van der Werff gecontroleerd.

In 1961 werd er besloten om een nieuwe veerdam te bouwen. Op 25 mei 1962 werd deze dam in gebruik genomen. Wagenborg was niet meer afhankelijk van het tij en kon de veerboot ten alle tijde aan de steiger afmeren met een diepgang van ongeveer 1,50 meter. 

Onder: De veerdam anno nu.