Herinnering aan oorlogstijd
Tekst van Aaf Brans-Huitema


Van 1936 tot juni 1942 heb ik op Schiermonnikoog gewoond. Mijn vader was de beheerder van de zuivelfabriek op het eiland. Als zes-jarig meisje ging ik met mijn vader vaak mee naar Martin van Waning. Hij had zijn atelier in de oude zeevaartschool (in 1934 als zodanig opgeheven). Het atelier was een grote ruimte met tegen de achterwand een sofa waarop een rood kleed met ingeborduurde spiegeltjes lag. Dat vond ik als kind prachtig.


Aan de wanden van het gebouw hingen vele schilderijen. Daar was een heel groot schilderij bij van 2 bij 1 meter voorstellende de kwelders met op de achtergrond de duinen. Mijn vader vond de schilderijen prachtig en kocht er zo nu en dan een. Ieder schilderij had op de achterkant een etiket met nummer, jaartal en wat het voorstelde.

In 1943, toen wij alweer in Friesland woonden, mocht ik logeren bij Tineke Hooghart, een schoolvriendin. Op die dag vielen er wel 35 bommen op het eiland. In de duinen, maar ook op het dorp. Er viel een bom precies op de zeevaartschool. Het geluk was dat er een zware houten deur over Martin van Waning viel. Dat redde zijn leven, maar al zijn schilderijen waren kapot. Later had hij zijn atelier in zijn tuin aan de Voorstreek. Als we op het eiland waren gingen we altijd even bij Martin op visite. In dat tuinatelier begon hij bronzen beelden te maken; die waren misschien beter bestand tegen het oorlogsgeweld.

Op 28 juli 1943 speelden wij in een groot duin achter het voetbalveld bij de eerste dennen. Door het geluid van het afweergeschut en van de vliegtuigen werden we bang en vluchtten we snel naar huis. Toen we thuis waren, hoorden we de bommen door de lucht gieren. We werden door moeder Hooghart vlug naar binnen geduwd naar de betonnen gang. Mijn zus was ook op het eiland bij de familie Faber aan de Langestreek en daar moesten ze onder de tafel kruipen om te overleven. Een ander vriendinnetje verloor haar moeder die dag.

in het duin waar we speelden bleek later ook een bom te zijn gevallen. Duitse jachtvliegtuigen zaten achter de bommenwerpers aan, daarom moesten ze hun zware lading kwijt. We verstuurden op het postkantoor 's middags een telegram: 'Alles is goed met ons'.Thuis wisten ze nog van niets, van een bombardement (geen telefoon, geen televisie, dat kun je nu haast niet meer begrijpen).