Verhaal geschreven door 'Gewoon Hanny'
16 april 2007

Wat we gefietst hebben, is maar een klein stukje van het eiland. Als je naar het meest oostelijke puntje wilt, kun je niet fietsen. Aangezien Annemarie en ik niet zulke lopers zijn, hebben we ons beperkt tot het westelijke deel van het eiland.


Zoals je op het kaartje hierboven ziet, hebben we op een gegeven moment een rondje gefietst. Waar kruisjes staan, hebben we voor korte of langere tijd een pauze genomen. De eerste pauze was bij het baken in de Kobbeduinen. Dit is een baken van de Rijksdriehoekmeting. Dit soort bouwwerken spreken me aan. 

Onze volgende pauze was bij een strandtent om wat te eten. De eigenaars zijn druk bezig om alles pico bello in orde te krijgen aan het begin van het seizoen. Het is niet helemaal gelukt, getuige dit bord. Nederland is en blijft een moeilijke taal.

Na het eten zijn we het strand op gegaan. Toen we naar het eiland voeren was het afgaand tij. Helaas was het water nog te hoog om banken (met zeehonden) te kunnen zien. Maar toen wij het strand op gingen, had het water ongeveer zijn laagste punt bereikt. Een immens strand lag voor ons en we moesten een heel eind lopen om bij het water te komen. gelukkig hoef je je nooit te vervelen op het strand. Er is altijd wat te zien. Zoals schelpjes die rechtop staan, waardoor er een soort maanlandschap ontstaat. Of het ontstaan van nieuwe duintjes door zand dat door de wind achter alles wat uitsteekt wordt neergelegd.

Ook waren er sporen op het harde zand, die ons leken uit te nodigen naar het einde van de horizon te lopen. De zee kwam steeds dichter bij en was heel kalm, ondanks de toch stevige wind. Eenmaal bij de zee aangekomen en deze vanuit een laag standpunt bekeken, lijken de rollers groot te zijn, maar schijn bedriegt.

Dan weer op de fiets. Tijdens ons eerdere bezoek in oktober ontmoetten we een paard met de meest prachtige wimpers die je maar kunt bedenken. We zagen het nu weer. Het is het meest rechtse paard. Wat we ook probeerden, het wilde dit keer niet dichterbij komen. We hadden de indruk dat ze met z'n allen hun middagdutje deden. Gedurende de hele fietstocht hoorden we fazanten roepen en diverse mannetjes zijn ons pad gekruist. Stapten we af om een foto te nemen, renden ze steeds weg. Eentje was wat minder bang en bleef een tijdje rustig aan de gang zijn maaltje bij elkaar te scharrelen.

Ons een na laatste rustpunt was bij de jachthaven. Bij laagwater kun je goed zien dat alleen bij hoog water schepen binnen kunnen lopen en dan pas bij het volgende hoog water weer uit kunnen varen. Platbodems hebben wat langer de tijd om binnen te komen.

Aan het einde van de strekdam voel je je echt helemaal op het wad. Het was inmiddels weer opkomend tij, maar tot hier was het water nog niet gekomen. De sfeer van het wad komt in de foto hieronder het beste tot uiting. Smurrie waar vogels hun kostje proberen bij elkaar te scharrelen.