Een paar dagen op Schiermonnikoog
Geert van der Meulen


Deze week breng ik weer een paar dagen door op Schiermonnikoog, het kleinste bewoonde Waddeneiland. Ik ben er al vaker geweest en ik weet dat het een fijn eiland is om een paar dagen door te brengen. Janita en Jeffrey brengen me naar Lauwersoog. Het is een autorit door een mistig landschap, een mist die dikker en dikker lijkt te worden als we verder naar het noorden gaan. We zijn echter nog ruim op tijd, het schip ligt te wachten en na een tijdje kan ik aan boord.


Na een half uur vertrekt het schip en is er snel niets anders meer te zien dan water. Het uitzicht is ook op de Wadden beperkt tot enkele tientallen meters. Als ik een kwartier voor aankomsttijd even naar het bovendek ga, is ook daar niets te zien. Plotseling duikt de haven op uit de mist en kunnen de passagiers van boord. De goede bus is snel gevonden en twintig minuten later stap ik uit op het einde van de Badweg waar ik voor een paar dagen een huisje heb gehuurd met uitzicht op de duinen en op de zee. Die laatste laat zich vandaag echter vanuit het raam van mijn vakantieverblijf niet zien.

Het is tijd om wat boodschappen te doen. het is een wandeling van goed twintig minuten naar het dorp en bij de Spar koop ik wat eerste levensbehoeften. Thuisgekomen wordt het tijd om een wandeling naar het strand te maken, dat op een steenworp afstand van mijn huisje ligt. Je ziet nauwelijks vijftig meter vooruit en de zee die je normaal altijd ziet als je het strand oploopt is nergens te bekennen. Ik loop een paar minuten in de richting waar ik de zee vermoed en als ik opeens de branding hoor weet ik dat ik dichtbij ben. De mist is echter bijzonder dik en pas als ik bijna in het water sta zie ik de witte schuimkoppen op de golven. Ik loop een paar minuten langs de branding en loop dan weer terug naar de duinen waar ik via een andere opgang weer het strand verlaat.

Bovenaan het duin staat een enorme haas me verbaasd aan te kijken voordat hij met grote sprongen de voor hem veilige duinen in vlucht. Ik ga nog even op een bankje zitten, maar het dier laat zich niet meer zien.

Ik loop via het fietspad in de richting van mijn tijdelijke woning op dit mooie eiland. Door de mist ziet het er allemaal heel anders, bijna spookachtig uit. Een boompje dat bedekt is met mistdruppels lijkt versierd met allemaal kleine lampjes en het duinlandschap ziet er mysterieus uit. Als je dan ook nog een oude Duitse munitieopslagplaats uit de Tweede Wereldoorlog ontdekt lijkt het allemaal nog spookachtiger. De munitiebunker is een overblijfsel van de Duitse Atlantikwall en ligt onder een duin waarop in de oorlog een groot geschut de zee bewaakte.

Na een wandeling van anderhalf uur kom ik weer thuis en dat is net voordat het donker wordt. De duisternis valt vroeg vanavond.

De dinsdag begon zoals de maandag eindigde: met heel veel mist. Ik keek vanochtend om zeven uur uit het slaapkamerraam en zag dat de mist er nog steeds was. Ze hing als een zware vochtige deken op het duin waarop ik uitzicht heb. Ik deed het daarom een beetje rustig aan vanochtend; een beetje langer slapen, ontbijten en daarna wat lezen.

Plotseling zag ik vanuit het kamerraam dat het opklaarde. Er waren zelfs blauwe plekken te zien aan de hemel en dat was het teken om te gaan wandelen. Ik maakte snel wat broodjes klaar voor onderweg en ging het strand op. De mist trok voor mij uit en voor het eerst deze week zag ik het strand en de zee.

Schiermonnikoog staat bekend om het breedste strand van Europa. Het strand wordt ook nog eens breder omdat voor de kust veel zandbanken ontstaan die vaak aan het eiland vastgroeien. Het weer werd mooier en mooier. Boven het strand een blauwe lucht en in de verte zag je de mist optrekken. Ik besloot een paar kilometer het strand te volgen. Schiermonnikoog is zestien kilometer lang, maar zover zou ik dit keer niet komen. Er waren veel wandelaars op het strand, maar nadat ik strandpaviljoen De Marlijn had gepasseerd nam dat aantal snel af. De zee was rustig en het zicht werd steeds beter waardoor je de schepen die het eiland passeerden goed kon zien.

Toen ik ongeveer acht kilometer had gelopen hield ik het voor gezien en stak het brede strand over in de richting van de duinen. Ik volgde eerst het Reddingspad en daarna enkele kleinere paden tussen de duinen die de kwelder invoerden. In de verte zag ik het baken van de Kobbeduinen en ik besloot die richting aan te houden. Het werd een mooie wandeling en na goed een uur lopen bereikte ik het uitzichtpunt van de Kobbeduinen waar ik even pauze hield.

Vanaf de Kobbeduinen gaan fietspaden in de richting van het dorp. Het was nog ongeveer vierenhalve kilometer lopen en ik volgde het slingerende fietspad tot ik enkele wegen langs boerderijen bereikte die tenslotte in het dorp uitkwamen.

Toen ik thuis kwam had ik ongeveer twintig kilometer afgelegd en het liep alweer tegen de avond. Moe maar voldaan kwam ik bij mijn vakantieverblijf waar een warme douche en bubbelbad wachtten.

Als je het eiland nadert met de veerboot zie je dat het eiland twee vuurtorens heeft. Tenminste, zo lijkt het. Een witte toren dichtbij het dorp en een rode toren aan de Noordzeekust. Beide torens werden inderdaad in de periode 1853-1854 als vuurtoren gebouwd en hebben ook een halve eeuw als zodanig dienst gedaan. In 1910 werd de witte toren buiten gebruik gesteld en in 1950 werd deze omgebouwd tot watertoren, een functie die hij in de '90-er jaren van de vorige eeuw weer verloor. Bij de rode toren heb je een mooi uitzicht over de zee. het is echter niet mogelijk om een van de torens te beklimmen. Ik liep vanochtend eerst naar de rode toren en volgde daarna een pad dat naar de andere toren leidt. Op de witte toren zie je het kenmerk van Schiermonnikoog, een grijze monnik.

Vanmiddag werd de bezetting van het appartement verdubbeld. Jeffrey arriveerde met de boot van half een en zal hier nog twee nachten verblijven. Ik wachtte hem op bij de bushalte en nadat hij gesetteld was, maakten we een wandeling over het strand. We liepen tot het strandpaviljoen De Marlijn en gingen daarna de Prins Bernhardweg op die leidt naar bunker De Wassermann en het drenkelingenkerkhof Vredenhof. Daarna terug naar het dorp langs de Berkenplas en de sportvelden.

Het is al bijna zes uur en de duisternis valt vanavond snel. Na een prima maaltijd in het Aude Beuthus ko
men we tegen acht uur weer thuis.