Een bekende stem
Tony van der Meulen - 23 oktober 2010

In de rij om kaartjes te kopen voor de veerboot naar Schiermonnikoog, hoor ik een bekende stem. Het is de stem die een half jaar geleden nog het zo typerende geluid was van regerings- verantwoordelijkheid, met name voor onderwijs, media, kunst en cultuur.


Achteloos kijk ik achterom: Ronald Plasterk staat vlak achter me. Nog steeds met een herenhoed op. Die draagt hij ook nu het er allemaal niet meer toe doet. Misschien wil hij wel blijven zoals wij hem herinneren, joviaal zwaaiend met hoe. Om diezelfde reden zal Piet Hein Donner tot op hoge leeftijd door Den Haag fietsen. En wordt Geert Wilders nimmer een grijsaard: alles is beter dan de totale vergetelheid.

Ik kijk naar Ronald Plasterk, maar in feite zie ik de Trêveszaal met de stralende ministers van een nieuw kabinet. Hij mag daar niet meer tussen zitten. De nieuwe macht spuugt zich vergenoegd in de handen: lekker aan de slag. De voormalige macht staat geduldig in de rij voor de boot naar een Waddeneiland.

We maken een praatje over zijn bezoeken aan Brabant, knap vijf maanden geleden. In mei voerde hij campagne voor de PvdA. "Toen zag de toekomst er nog anders uit", zeg ik, want dooddoeners hoeven niet onwaar te zijn. Elkaar alleen maar aankijken zonder een woord te zeggen is ook wat ongemakkelijk, vooral nu hier de kloof tussen een (ex) landbestuurder en een burger snel kan worden geslecht. "Zeg dat wel!", beaamt hij over die verdwenen toekomst. Even later glijden wij over het wad, de tijdloosheid tegemoet.

Schiermonnikoog is Nederland, maar zonder de huidige problemen. Er zijn geen files. Er is slechts een verkeerslicht dat op rood gaat als hoog water over de veerdam slaat. Er is geen allochtonenprobleem, geen achterstandswijk, geen culturele sector waar fors op bezuinigd gaat worden. Wie vreemdelingen haat heeft het hier alleen van horen zeggen: een boerkaverbod is in de duinen van Schier net zo loos als een rookverbod in de Sahara. Er heerst veel welvaart en veel tevredenheid. Toegegeven, het klinkt als een aards paradijs, waar de leeuw het lam liefkozend likt en een giraf de lange nek strekt om een uit de boom gevallen aapje uit de stroom te redden.

Hoe stemden ze in dit paradijs bij de laatste verkiezingen? Anders dan in het land met de zorgen aan de overzijde van het wad. De PvdA werd royaal eerste en groeide zelfs, de VVD kreeg een mooie tweede plek, het CDA werd hijgend derde.

Ronald Plasterk neemt dus de boot naar een stukje Nederland dat er ook na die woelige verkiezingen nog bijligt zoals hij dat graag ziet. Uitrusten op een eiland waar zo op het oog niets verandert. In ieder geval niet zo dat je het echt ziet.

De nieuwe hoekige houten huizen, waarover een paar jaar geleden een begin van opwinding ontstond, zijn nu, moet ik toegeven, toch alweer in het duinlandschap opgenomen. Alsof controversen, met als uitzondering de naijver in een kleine gemeenschap, hier niet thuis horen.

Symbool van gelijkmatigheid en harmonie is het oude Hotel Van der Werff. Het verbaast me dan ook niet dat het echtpaar Plasterk daar logeert. Ik kom nu ruim veertig jaar in de bruine gelagkamer: goddank is er nooit iets veranderd, zelfs de opgeprikte vlinders in een kleine vitrine niet, hoewel een vriend van me stug volhoudt dat het biljart halfweg de jaren '70 een kwartslag is gedraaid. Deze zomer is het hotel uitgebreid: je ziet het niet, je moet het toevallig weten. Het moet de droom zijn van een politicus: welkome veranderingen die zich toch zo onzichtbaar voltrekken dat ze zich rimpelloos voegen in de samenleving.

Op het strand tref ik een groep vrolijke vogelaars uit mijn eigen Uden, waardoor Schiermonnikoog en Brabant ook nog eens moeiteloos samenvallen. Op de boot naar het vasteland zie ik geen Ronald Plasterk meer. Hij heeft zich op Schier verstopt, tot aan de volgende verkiezingen.