Duitse SD'ers en SS'ers op de vlucht naar Schiermonnikoog

Bron: Stichting Oorlogs- en Verzetsmuseum Groningen


Terwijl de slag om de stad Groningen tussen 13 en 16 april 1945 in volle gang was, merkten de leden van de SD en SS in het Groningse Scholtenhuis (hoofdkwartier van de SD aan de grote Markt) dat het te heet onder hun voeten werd. Bij een Canadese overwinning zou het merendeel van hen gearresteerd worden. Hier waren ze echter op voorbereid, want ze hadden een vluchtplan bedacht om via Schiermonnikoog naar Duitsland te vluchten.


Dat gebeurde in de nacht van 14 op 15 april 1945, toen een groep van 120 SD'ers en SS'ers richting Zoutkamp ging. De hooggeplaatste mannen en vrouwen gingen met de auto, terwijl een groot gedeelte al fietsend de tocht naar West-Groningen moest maken. Vroeg in de ochtend voeren vier afgeladen schepen de haven van Zoutkamp uit.

De overtocht verliep aanvankelijk rustig, maar toen ze langs de Friese kust voeren, klonken er ineens schoten vanuit het dorp Oostmahorn. De mannen op de boten wisten niet wat hen overkwam. Ze dachten dat de 'Grenzschutz' nog gelegerd zat in het dorp, maar die waren de dag ervoor al naar Schiermonnikoog gevlucht. Nu hadden de verzetsmensen uit het Friese dorp de stellingen aan de kust ingenomen. Een aantal Duitsers vuurden terug, maar al snel waren de stellingen buiten het bereik van de geweren. Er waren drie lichtgewonden, die later op het eiland verzorgd zouden worden.

Op het eiland was al een groep van 600 Duitsers gelegerd, die deel uitmaakten van de Duitse Atlantikwall. Ze woonden in de duinen aan de Noordzee in het zogeheten 'Schleidorp', dat op een afstandje van het dorp Schiermonnikoog lag. Tijdens de oorlog was het relatief rustig geweest op het eiland. De eilanders en de Duitsers hadden in een vreemd soort harmonie samengeleefd, dat mede kwam doordat er geen echte vorm van sabotage en verzet was. De commandant van de Duitsers in het Schleidorp, kapitein-luitenant Wittko (foto rechts), zat dan ook niet bepaald te wachten op de komst van de groep SD'ers en SS'ers. Hij wist waar ze toe in staat waren, zeker nu de oorlog zo goed als verloren was.

Johannes Weber, wethouder en algemeen vertegenwoordiger van het eiland, wilde eerst dat de groep uit het Scholtenhuis ook in het Schleidorp zou gaan wonen, maar Wittko voelde hier niets voor. Wittko stelde voor om de groep te laten wonen aan de oostkant van het eiland. Dit was voor iedereen de veiligste optie en daarnaast kon Wittko een deel van hun Flakgeschut op de groep uit het Scholtenhuis gericht houden, mocht de zaak uit de hand lopen.

Hiervoor moesten er echter drie boerderijen aan de Kooiweg gevorderd worden. Het betrof de families Holwerda, Visser en Talsma. De eerste twee boerderijen werden gedeeltelijk gevorderd, maar de familie Talsma kreeg het bericht dat ze binnen anderhalf uur hun huis moesten verlaten.

Nadat alle vluchtelingen een plek hadden gekregen, wilden een aantal mannen wraak nemen voor de beschietingen vanuit Oostmahorn, dat al bevrijd was door de Canadezen. De aanval kwam dan ook als een komplete verrassing, waarbij de Duitse Batterie vanaf het eiland de overtocht inluidde. toen de Duitsers zagen dat er Canadese tanks in aantocht waren, trokken ze zich echter snel terug, maar niet voordat ze twee Canadese soldaten dodelijk verwond hadden.

Na een aantal waarschuwingsgranaten in de duinen te schieten, stuurden de Canadezen op 17 april een bemiddelaar naar het eiland. Op het eiland moest deze bemiddelaar met de Duitse commandanten gaan praten over een capitulatie aan de geallieerden. Wittko had hier wel oren naar, maar Thomsen, het hoogstgeplaatste lid van de 'Sicherheitspolizei' van de groep uit het Scholtenhuis, was duidelijk: Ze zouden zich onder geen beding overgeven.

Wat Wittko echter niet wist - en wat de grootste reden was waarom Thomsen zich niet wilde overgeven - was dat een gedeelte van de SD'ers en SS'ers een plan had bedacht om van het eiland af te komen en naar Duitsland te vluchten. Ze hadden namelijk radiocontact gehad met het garnizoen dat gelegerd zat op het naburige Duitse eiland Borkum en afgesproken dat een 'Schnellboot' ze in de nacht van 3 op 4 mei van het strand aan de Noordzee zou ophalen. En in die nacht hebben ze in kou en regen staan wachten, een groep van 30 mensen, met bagage en al. Maar de boot zou nooit komen opdagen, waardoor ze teleurgesteld teruggingen naar hun slaapplaatsen.

Ondertussen was Herman Kloppenborg, lid van de 'Politieke Opsporingsdienst', begonnen aan de zoektocht naar de SD'ers en SS'ers uit het Scholtenhuis. Zijn dienst werkte samen met de Canadezen. In de ochtend van 3 mei maakte hij de eerste overtocht naar het eiland. Hij ging in gesprek met wethouder Weber en kapitein-luitenant Wittko en kwam er al snel achter waar de SD' ers en SS'ers zaten en wie van hen de kopstukken waren.

Na de algehele capitulatie van de Duitse strijdmachten in Nederland, was het voor de bewoners van het eiland wachten tot de Duitsers van het eiland gingen. Helaas liet dit nog lang op zich wachten. De opdracht was namelijk te groot om alleen door de Canadezen of de Nederlanders uitgevoerd te worden. Daarom moest het via vele bureaucratische kanalen voordat er een beslissing werd genomen, terwijl Kloppenborg zijn plannen al klaar had om het eiland te bevrijden.

Omdat het zo lang duurde, nam Kloppenborg zelf initiatief. Samen met de Canadese sergeant Boddard had hij een gewaagd plan bedacht. Op 25 mei ging Kloppenborg, verkleed als Canadees, begeleid door Boddard en nog een Canadese militair naar het eiland. De groep SD'ers en SS'ers kreeg het bericht dat er een delegatie van de Canadezen naar ze toe kwam om te praten. Toen Kloppenborg aankwam stond iedereen in het gelid. Kloppenborg kreeg van Thomsen een lijst met namen en rangen van de mannen die op het eiland aanwezig waren, waarna hij ze kort toesprak. Tijdens die toespraak beloofde hij dat de groep als krijgsgevangenen behandeld zouden worden. Dat was echter een leugen om ze zonder veel tegenstand naar het vaste land te krijgen.

En zo was het plan gelukt. Kloppenborg had cruciale informatie over de aanwezige Duitsers op het eiland in handen en had ze zover gekregen dat ze gewillig de oversteek zouden maken. Kort daarna, op 31 mei 1945, was het zover. twee boten voeren om half tien in de ochtend de haven van Zoutkamp uit. Ondertussen werd op het eiland de terugtocht van de SD'ers en SS'ers georganiseerd. Onder toezicht van onder anderen Kloppenborg gingen alle mannen en vrouwen aan boord en werden die middag naar het vaste land gebracht.

Toen de boten in Zoutkamp aankwamen, werden de mannen en vrouwen onder grote belangstelling van de plaatselijke bewoners, in vrachtwagens gezet en naar Groningen vervoerd. Ze gingen er vanuit dat ze in een krijgsgevangenenkamp terecht zouden komen, maar niets was minder waar. Ze reden rechtstreeks naar het Huis van Bewaring in Groningen en werden opgesloten.


TIP:  Zie ook de website van het Scholtenhuis: Klik hier.