De strenge winter van 1963

De winter van 1962 - 1963 was de koudste winter van de vorige eeuw. We moeten zelfs terug naar de winter van 1829 -1830 om een nog koudere winter tegen te komen. De winter van 1963 kenmerkte zich door een extreme lange koude periode van 10 weken en begon op 22 december en duurde tot en met 3 maart. De laagste temperatuur werd gemeten op 18 januari (dag van de Elfstedentocht) in Joure en bedroeg toen - 20,8 graden Celcius. Daarbij kwam op 19 januari nog eens een oosterstorm bij 10 tot 13 graden vorst en stuifsneeuw.

Het was zo koud dat zelfs de Waddenzee bevroor, waardoor Schiermonnikoog bijna volledig geïsoleerd raakte. De veerboot Brakzand werd aanvankelijk vooraf gegaan door een ijsbreker, maar ook die ijsbreker kon het zware ijs niet meer aan. Alleen een houten aanlegsteiger aan de zuidwestpunt van het eiland was nog bereikbaar.

Rond de eeuwwisseling was het eiland onbereikbaar voor de gewone veerdienst. De circa 800 inwoners van het eiland hadden de winter niet zo zwaar verwacht en geen rekening gehouden met extra voorraden. Al snel raakten de kolen op, er was te weinig gas en de olietanks raakten leeg. Vanaf eind december 1963 was het eiland alleen nog bereikbaar met vliegtuigen (type "Beaver', foto boven) van de Koninklijke Luchtmacht. Bij het Strandhotel werd door vrijwilligers de sneeuw van een stuk strand verwijderd 

Henk Koning, destijds onderwijzer op het eiland, had de feestdagen doorgebracht op het vaste land en moet per vliegtuig worden teruggebracht naar het eiland. Hij herinnert zich nog goed hoe iedereen elkaar hielp in die winter. "Je was met eilanders onder elkaar. Geen toeristen meer. Alle kolenvoorraden werden verdeeld. Verder ging het gewone leven eigenlijk door. Omdat het eiland geïsoleerd was, had men meer tijd voor elkaar".

Jan Berend Bazuin, zoon van een kruidenier,  herinnert zich nog dat er op een gegeven moment het verhaal ging dat er voedseltekorten zouden zijn. In een toelichting daarop vertelde zijn vader aan journalisten dat er misschien geen Felix kattenbrokjes meer waren maar wel andere merken. Kieskeurig als de mensen toen al waren, spraken ze dus over tekorten, maar niemand heeft echt honger hoeven lijden. Bazuin weet nog hoe de fabrikant van Felix op het bericht reageerde: "Ze zijn toen met een vliegtuig vol kattenbrokjes naar het eiland gevlogen en hebben de lading toen boven het eiland gedropt".

Jan Berend Bazuin was ook een van de laatsten die over het ijs hebben gelopen naar de vaste wal. Zijn moeder was ziek en lag in het ziekenhuis van Groningen. Met een paar vrienden maakte hij de overtocht. Eenmaal aangekomen gingen de vrienden weer terug en ging Bazuin naar zijn moeder. De volgende dag wilde hij terug over het ijs, maar doordat de dooi had ingezet was het niet meer verantwoord om over het ijs terug te gaan.


*  Meer winterse beelden uit andere jaren? Klik hier.