De stille kracht van het eiland
Tekst: Redactie Libelle


Schiermonnikoog is ons kleinste waddeneiland. Met 925 inwoners, een supermarktje, een bakker en een handvol hotels valt er niet veel te beleven. Maar daar gaat het nu juist om. Geef je over aan de natuur. De Stilte. Vergeet. Voel. En verwonder.


Goed plan?

Een snoeiharde ijskoude wind staat in mijn gezicht als ik in Lauwersoog uit de auto stap. De toeter van de veerboot loeit, de kapitein wil vertrekken. Met vereende kracht sleep ik de koffers en mijn gezin richting loopplank. het is inmiddels ook gaan regenen. Was dit weekendje Schiermonnikoog nu wel zo'n goed plan?, vraag ik mezelf af. Een vader van school heeft een aantal ouders uitgenodigd voor een lang weekend op het eiland, waar hij een herberg runt. Waarom gaat iemand daar werken als hij in Amsterdam woont?

Herberg Rijsbergen

Na de overtocht stappen we in de bus. Er rijdt er maar eentje. Want dat is genoeg voor de vrijdagavond op een eiland waar zich maar 1 dopje bevindt. Bij een donker paadje houden we stil en de bus stroomt leeg. In ganzenpas marcheren we achter elkaar aan, richting herberg Rijsbergen. De deur zwaait open en daar is onze gastheer, ooit bankier, met een glaasje bubbels. De kaarsen zijn aan, er staan borrelhapjes op de bar. Kijk, dat gaat de goede kant op.

Verrassend goed

We eten die avond bij Restaurant De Ambrosijn. De eigenaar rent bedrijvig heen en weer, niet gewend aan deze onverwachte drukte buiten het hoogseizoen. het eten is verrassend goed. Na afloop gaan we voor een afzakkertje bij Hotel Van der Werff. Dit hotel uit 1702, een voormalig Recht-, Raad- en Posthuis is de pleisterplaats van het eiland. Pubers, huisvrouwen, grijsaards, verliefde stelletjes en nu dus ook schoolouders zitten op de stoeltjes aan de houten tafels in de gelagkamer. Men drinkt, te midden van een interieur dat al decennialang hetzelfde is. Door de houten lambrisering, de fluwelen gordijnen en de kroonluchters waan je je in de vorige eeuw. Er wordt gelachen, gebiljart en gedronken. "Wat heerlijk dat het hier niet hip is", roept een van de moeders. "En we hoeven niet bang te zijn dat we onder de tram komen", zegt een ander. "En ik heb al drie uur niet meer op mijn telefoon gekeken".

Het wordt rustig in mijn hoofd

De volgende dag gaan we wandelen onder begeleiding van een gids; langs de kwelders, door de duinen, over het strand. Hij vertelt over strandjutten, het getij en de zeehonden. En dat gaatjes in een schelp geen toeval zijn maar veroorzaakt worden door een wormpje. Voor de lunch strijken we neer bij het Strandpaviljoen De Marlijn. We eten oesters en drinken heerlijke wijn. Dan terug naar het strand. De zeewind kleurt onze stadse wangen rood. Het strand loopt tot zover je kunt kijken, het zand lijkt een geel tapijt. De lucht is prachtig, zachtblauw mer roze, met van die grote wolkvegen erin. Rozig verzamelen we ons rond de vuurkorven in de achtertuin. De kinderen rennen door de donkere avond.

Zorgen zijn weggewaaid

Op zondagochtend ga ik hardlopen, in mijn eentje. De ochtendlucht is crispy, mijn adem stijgt in kringetjes op. Ik ren langs eilandbewoners die hun hond uitlaten, over schelpenpaden, langs doodstille vennetjes. Ik ren en ren, tot er geen huizen meer zijn. Niets meer, behalve het strand. De meeuwen. En het geluid van mijn sneakers op het zand. Het wordt rustig in mijn hoofd. gedachten lijken opgelost, zorgen zijn weggewaaid. Kon ik dit gevoel maar in een doosje doen en bewaren voor thuis.

Margot Eenhoorn, chefkok, woonde als kind op het eiland

"In 1976 werd mijn vader benoemd tot burgemeester van Schiermonnikoog en verhuisden we naar het eiland. Ik heb er gewoond tot mijn 9e. Fantastisch was het. Ik was altijd buiten: zwemmen, fietsen, op het strand spelen. Ik kende ieder grassprietje, alle paadjes. Op school hadden we maar 2 klassen, in de ene zaten de groepen 1 tot en met 4, in de andere 5 tot en met 8. We verhuisden omdat mijn vader ergens anders burgemeester werd. Nog altijd gaan we in de meivakantie met z'n allen terug, mijn ouders, mijn broer met zijn gezin en ik met mijn gezin. Zodra ik op het eiland aankom, voel ik me weer helemaal thuis. En relaxed. Weg is de stadse stress. Er is eigenlijk maar heel weinig veranderd in al die jaren. Er staan een paar nieuwe gebouwen, er is wat opgeknapt. Maar bij Van der Werff serveren ze gelukkig nog steeds doorgekookte schorseneren, heerlijk."