De littekens van Schier
Flip van Doorn


Veerboot 'De Monnik' vaart uit. Terwijl de eerste zonnestralen de brug beschijnen, zet de veerboot koers naar Schiermonnikoog. Het eiland wacht geduldig aan de horizon. een grillig silhouet van duintoppen en bos, een rode en een witte toren. Vredig, sereen.


Ook van dichtbij is het eiland de rust zelve. Groepjes scholeksters en bergeenden wachten op de dijk tot de zee zich terugtrekt en hun ontbijttafel tevoorschijn komt. De enige die de vrede verstoort ben ik. Tientallen brandganzen kiezen het luchtruim als ze me zien aankomen, hazen schieten weg over de kwelders. het baken op de Kobbeduinen prikt van achter een bomenrij omhoog, als de torenspits van een enorme openluchtkerk.

Twee lepelaars scheren laag over, als ik mijn fiets neerzet en naar het baken wandel. Verbodsbordjes houden me tegen, het broedseizoen is in volle gang. De kwelders vormen een krankzinnige broedkamer waar straks tienduizenden kuikens uit het ei zullen kruipen.

"Bruine kiekendief, lepelaar, velduil" - de boswachter somt de broedende soorten achteloos op - "graspieper, veldleeuwerik, eidereenden, allerlei weidevogels. En dan natuurlijk de meeuwen. Er zijn alleen al 150.000 nesten van zilvermeeuwen en mantelmeeuwen".

In boswachter Cees Soepboer verenigen zich twee werelden. Naast zijn werk voor Natuurmonumenten in het Nationaal park is Cees ook beheerder van het Bunkermuseum Schlei. Want het eiland mag er dan vredig bij liggen, ook hier is het oorlog geweest. De kustlijn, onderdeel van de Atlantikwall, werd vanaf 1949 deels in beton gegoten. Ver buiten het dorp stampten de Duitse bezetters zelfs een nieuwe nederzetting van bunkers uit de grond. Het betonnen dorp noemden ze Schlei. Geen eilander mocht er komen, wat zich er afspeelde was geheim.

Een van die bunkers doet nu dienst als museum. Langs zeemijnen en resten van boordgeschut, via een manschappenverblijf en vitrines vol roestig oorlogstuig, gidst Soepboer me naar de belangrijkste ruimte. "Vanaf het eiland hielden de Duitsers met radar en radio de vliegtuigbewegingen boven de Noordzee in de gaten. Dit was hun communicatiecentrum. op een glazen tafel projecteerden ze met lichtjes de koers van de geallieerde en Duitse vliegtuigen"

Soepboer fietst een eindje mee en wijst aan onder welke duinen bunkers verscholen liggen. Bij het Westerhofpad toont hij me de munitiebunker die een tijdje geleden is uitgegraven. Pal erachter stond de Flak-Batterie. In de duinen liggen nog vier ronde betonnen platen; op elk ervan stond een kanon van het luchtafweergeschut. Littekens in het landschap.

We nemen afscheid en ik fiets het Vuurtorenpad op. Zelfs de vuurtoren was in de oorlog in camouflagekleuren geschilderd. Het felle rood van nu bevalt me beter. Aan het Westerduinpad neemt de natuur weer de overhand en langs de Westerplas is het eiland een en al rust en harmonie.

In het dorp herdenkt een plaquette op de kerkmuur de eilanders die de oorlog niet overleefden. Ieder jaar is er op 4 mei een kranslegging. Daarna vertrekt een stille stoet naar Vredenhof. Het begraafplaatsje is een kleine afspiegeling van de slachtoffers uit meerdere landen van de oorlog. Beheerder Wyb Jan Groendijk zegt: "Bij de jaarlijkse herdenking spelen we acht volksliederen. Er zit natuurlijk een volkslied bij dat je niet te stevig moet aanzetten, maar er liggen hier nu eenmaal ook Duitsers."

Sinds 1988 is Groendijk onafgebroken op zoek naar namen, gezichten en verhalen van de oorlogsdoden op Vredenhof. "En naar hun familieleden. Ernest Matthews was twintig jaar toen zijn vliegtuig boven de Waddenzee werd neergehaald. Zijn broertje was toen negen jaar; hij is dit jaar bij de herdenking". Zoals de Waddenzee Werelderfgoed is, zo ziet Groendijk Vredenhof als zijn Werelderfgoed. "De hele wereld ligt hier. Aan mij de taak om dat erfgoed te bewaren en door te geven".

Voorjaarsbloemen nemen bezit van de graven. De wreedheid van de oorlog en de schoonheid van de natuur sluiten elkaar niet uit - in elk geval niet op dit eiland. Ik doe het hek achter me dicht en draai me om. Een weldadige stilte valt over het Vredenhof. Het lijkt zo vanzelfsprekend.