Hoe de blauwe kiek van Schier verdween
Koos Dijksterhuis - 27 augustus 2014

De blauwe kiekendief, de roofvogel van Schiermonnikoog, broedt niet meer op het eiland. verruiging van het landschap door luchtvervuiling is een mogelijke oorzaak, net als de konijnenschaarste als gevolg van door de mens geïntroduceerde virusziekten.


Wie tussen 1970 en 2000 op het eiland vakantie vierde, zag daar blauwe kiekendieven, De slanke roofvogels waren een attractie. Met hun leigrijze lijf, ronde kop, lange staart met witte stuit en slanke vleugels met zwarte punten, waren blauwe kiekendieven een elegante verschijning.

En altijd gemakkelijk te zien: ze zweefden traag over de duinen, met hun vleugels in de karakteristieke V-houding. Op het eiland broedden in 1979 wel veertien paartjes, en vrijwel altijd allemaal in de duinen op de westelijke helft van het eiland, rond het dorp. Je hoefde geen helse tocht door de kwelder te maken om zo'n vogel te zien. Blauwe kiekendieven kwam je tegen bij de vuurtoren, de Badweg, het Badstrand. Ze vlogen soms dwars over het dorp, over de zomerhuisjes of over de camping.

Een van de grootste liefhebbers van blauwe kiekendief is Kees van der Wal, gepensioneerd koddebeier, zoals hij zijn werkzaamheden als jachtopzichter en boswachter het liefst noemt. "Elke lente zag ik ze weer rond hun vaste broedplaatsen zweven", vertelt hij in de tuin van zijn huis op het eiland. "Zo mooi hoe ze jagen! Schommelend onder dekking van reliëf in het landschap en zich razendsnel op een prooi stortend; een jong konijn bijvoorbeeld. Ze waren honkvast, ze broedden telkens op ongeveer dezelfde plek". 

Van der Wal noemt de blauwe kiekendief een symbool voor het eiland. "Ja, ook voor de andere Waddeneilanden, maar zeker op Schiermonnikoog hoorde hij er helemaal bij. Zo'n prachtig dier wil je niet kwijt, je gaat je eraan hechten". Toch verdween de blauwe kiekendief.

's Winters komen er wel Scandinavische vogels op bezoek, maar het broeden is voorbij. Van der Wal kan sinds drie lentes geen nest meer vinden. Hij koestert de stille hoop dat ze ooit terugkomen.

Na de piek van veertien paar in 1979 schommelde het aantal tot 1986 tussen zeven en elf paren, waarna het aantal kelderde tot een stuk of drie; in 1988 zelf nog maar een. In de jaren '90 herstelde de stand zich tot vijf a zeven paren, maar in het eerste decennium van deze eeuw had je het met twee of drie paar wel gehad. En nu zijn ze weg.

Van der Wal onderzocht de blauwe kiekendief sinds begin jaren '70. Ieder jaar spoorde hij alle nesten op, die hij een keer bezocht om de jongen te wegen, te meten en te ringen. "Ik ging nooit naar een nest als er eieren waren, want dan zijn de ouders gevoeliger voor verstoring. Bovendien zou je de aandacht kunnen trekken van mensen, honden of andere onbevoegden".

Uit ringonderzoek door Sovon Vogelonderzoek op andere Waddeneilanden blijkt dat de overlevingskans van de vogels is gedaald. Volgens Sovon is echter het aantal uitgevlogen jongen per nest niet afgenomen, behalve op Ameland. Ook op Schiermonnikoog nam de reproductie af. Van der Wal telde tot 1986 gemiddeld 2,8 uitgevlogen jongen per broedsel en na 1986 gemiddeld 2,3.

Over de mogelijke oorzaken van de teloorgang wordt gespeculeerd: van sterfte in de overwinteringsgebieden tot klimaatverandering. "Dat kan meespelen", zegt de vroegere koddebeier, "maar ik zie vooral de veranderingen op Schiermonnikoog, die het verdwijnen van de blauwe kiekendief mede veroorzaakt hebben"

Om te beginnen zijn de konijnen hier bijna verdwenen. De konijnenpopulatie had zich nauwelijks hersteld van de klap van myxomatose, of VHS gaf de nekslag, Myxomatose is een in 1952 door een Franse arts met opzet verspreide virusziekte die ook Schiermonnikoog bereikte. VHS is een ziekte die het eerst opdook in Chinese konijnenfokkerijen. In 1998 vielen de eilander konijnen plotseling massaal dood neer. Jonge konijntjes, de belangrijkste prooidieren van de kiekendief, waren er nauwelijks meer. Wel werden er met zand voor een nieuwe zeedijk veldmuizen op het eiland ingevoerd. veldmuizen zijn net als jonge konijntjes een ideale prooi voor kiekendieven.

Maar de aanwezigheid van prooidieren is een, de vogels moeten ze ook kunnen vangen. Misschien vinden veldmuizen in de recentelijk verruigde vegetatie te veel dekking. "Blauwe kiekendieven broeden en jagen in halfopen terrein", zegt van der Wal. "Dat wordt schaars".

De plantengroei met bosopslag, duindoornstruweel en lang gras is het gevolg van inwaaiende stikstof - luchtvervuiling uit landbouw, verkeer en industrie. En er zijn door het instorten van de populatie te weinig konijnen om het gras kort te houden. Dus worden paarden en schapen losgelaten. Maar die maken de duinen weer zo kaal, dat muizen zich er waarschijnlijk nauwelijks op wagen.

Bossen en struwelen hebben andere roofvogels naar het eiland gelokt: buizerd en havik. Er zijn gevallen bekend van haviken die kiekendieven grepen, en er zou concurrentie om prooien kunnen zijn, maar voor voedselconcurrentie verwijst Van der Wal naar de bruine kiekendief. Die broedt en jaagt in natter terrein dan de blauwe, maar is enorm in aantal toegenomen, volgens de onderzoeker omdat ze uit de Lauwersmeerpolder door vossen verjaagd zijn.

Van der Wals jarenlange gegevens laten een plotselinge toename van bruine kiekendieven zien, eind jaren '80, die samenviel met de afname van de blauwe. "In plaats van de gebruikelijke twee paar op de kwelder, hadden we in 1989 een record met 32 nesten. Sindsdien zijn er zo'n twintig paar bruine. Ik denk dat concurrentie om broedplaatsen, jachtgebieden en prooiaanbod een rol speelde. Bruine jaagden hier net als blauwe op jonge konijnen. Toch hebben ze daarna nog jaren beide op het eiland gebroed. En op de andere eilanden is de blauwe kiek ook verdwenen of sterk in aantal afgenomen, zonder bruine kiekendieven. Dus we kunnen de bruine kiek niet de schuld geven. Maar op het eiland is het een van de oorzaken, evenals de konijnenschaarste en de verruiging".

Blauwe, bruine en grauwe - alle drie Nederlandse kiekendievensoorten broeden op de grond. Andere roofvogelsoorten broeden in bomen, op rotswanden of andere hoogten. Voor vogels met zulke lange vleugels en staarten hebben (vooral blauwe en grauwe) kiekendieven een laag lichaamsgewicht. Dat maakt ze extreem wendbare vliegers. Kiekendieven laten hun ronde kop als oorschelp werken. Ze hebben een groot gehoorgat en kunnen op het gehoor jagen, net als uilen. Kiekendieven zijn grage vrijers, ze paren er op los. Vooral de blauwe kiekendief is een schuinsmarcheerder die soms aan meerwijverij en meemannerij doet.