'De Bakir' - 1952
 J.J. Visser


"Bij storm gaan mijn gedachten terug naar de storm van 6 november 1952, toen hier de Bakir strandde. In dat jaar - acht jaar na de Tweede Wereldoorlog - lag de Noordzee nog vol met mijnenvelden. Een smalle strook dicht onder de kust was mijnenvrij gemaakt. Dat was de zogeheten ET-route, bestemd voor de scheepvaart".


"Door het varen zo dicht onder de kust, was de kans op vastlopen van een schip groot en zo zijn er in die jaren verscheidene schepen gestrand en een daarvan is De Bakir.

Toen na de stranding het water wat was weggeëbd, gingen een paar man van boord en liepen over het strand en dwars door de duinen richting vuurtorenlicht om hulp te halen. Directe hulp was niet nodig. Het schip zat hoog en droog bij paal 9. Met laag water kon de bemanning haast rond het schip lopen. Om bij hoog water van en aan boord te komen, had de bemanning een soort whippertoestel gemaakt naar paal 9.

Een van de eerste eilanders die naar de gestrande bemanning ging, was Anne Visser. Als vertegenwoordiger van Doeksen, wilde Visser praten over de berging van het schip.

Zoals te verwachten trok het gestrande schip veel bekijks van eilanders en bezoekers, waaronder veel kinderen. Toen de Bakir daar een tijdje had gelegen, kwam er al snel gebrek aan drinkwater aan boord. Er werd over gedacht om een deel van de bemanning over te brengen naar het dorp. Op verzoek van de familie Van der Werff ging ik met paard en wagen naar het schip. De 83 jarige Sake van der Werff ging mee en ook mijn vader van 87. Voor mijn vader was dat de laatste keer dat hij bij een gestrand schip kwam; in zijn leven had hij heel wat gestrande schepen meegemaakt.

"Toen ik met de wagen bij het schip kwam, ben ik bij de touwladder omhoog geklommen. Wij waren gekomen om keukengerei op te halen, maar kregen niets mee. Wel werd er een Leeuwarder Courant onder mijn neus gehouden en werd mij gevraagd om te vertellen wat er over het schip in de krant stond. Nou dat was niet gemakkelijk."

De bemanning van het schip kon het goed vinden met de eilanders. Ze bezochten vaak het dorp. Begin december - het liep tegen Sinterklaas - was een groot deel van de bemanning aan het feest vieren in het dorp. Juist toen begon de Bakir vlot te raken om even later toch weer vast aan de grond te raken.

Uiteindelijk werd de lading - waaronder koperen platen - van het schip overgeladen naar vrachtauto's. Kleine schepen bij de oude steiger brachten de lading naar Dokkumer Nieuwe Zeilen, vanwaar de lading in grotere schepen naar Rotterdam werd gebracht. Toen het schip leeg was, hebben de mensen van Doeksen met niet eens bijzonder hoog tij, het schip naar zee kunnen slepen".

Op 6 december ligt het schip klaar om verder te reizen en kunnen de bemanningsleden die nog op het eiland zijn naar het schip om aan boord te gaan (foto onder).


TIP:  Lees ook het krantenartikel van november 1952. Klik hier.