De 'annexatie'van het eiland
Bauke Henstra (foto's), tekst op basis van boek 'Een omstreden eiland' van Foskea van der Ven.


Na de tweede Wereldoorlog werd Schiermonnikoog - vanaf 1894 in bezit van de Duitse familie Von Bernstorff - door de Nederlandse Staat 'onteigend', als zijnde 'vijandelijk vermogen'. De vraag ontstond toen wat er met het eiland moest gebeuren: moest men het te koop aanbieden, of moest het eiland staatseigendom blijven?


Direkt na de 'onteigening' deed de stad Groningen een poging het eiland te verwerven. De burgemeester van Groningen, P.W.J.H. Cort van der Linden, schreef op 16 november 1945 aan het Nederlands Beheersinstituut te Den Haag dat hij de indruk had dat het Beheersinstituut in beginsel wel bereid was de private eigendom van de gronden op het eiland aan de gemeente Groningen over te dragen 'opdat de gemeente Groningen zoo spoedig mogelijk een aanvraag zou kunnen maken met het werk, dat moest geschieden om het eiland als behoorlijk recreatiecentrum van in de eerste plaats de stad Groningen en verder ook voor de bevolking van andere steden van ons land tot haar recht te doen komen'. Blijkens een artikel in de Leeuwarder Courant van 1 april 1046 werd het 'Groningse plan' in Friesland met gemengde gevoelens ontvangen:

"Als het niet de bittere waarheid was, zou het een onschadelijke Aprilgrap kunnen heten, het bericht dat in Groningen alle moeite wordt gedaan om Schiermonnikoog te bemachtigen (...). Neen, het is geen verheffend schouwspel dat ons wordt geboden en waarin wij nu gedwongen worden mee te spelen. De annexatie-gedachte zoekt ook al binnen de nationale grenzen emplooi en onze naaste, oostelijke buurman slaat begerige ogen op een deel van onze wijngaard (...). Er zijn er, die de Groninger pogingen om het eiland der schiere monniken te verwerven, niet ernstig nemen. Alsof Groningen in zakelijk opzicht de ogen niet open had en zomaar even een vlaag van kinderlijke begerigheid vertoonde en alsof het met het eierrijke en mensenarme Rottumeroog tevreden zou kunnen zijn! Maar toch is het gevaar om van deze zijde kaalgeplukt te worden, niet bijzonder groot te achten, al is Schiermonnikoog passief onder dit alles, het is en blijft Fries van karakter en sympathie (...)."


Notaris Bolwijn kon zich het plan van de Groningers goed herinneren. Cort van der Linden, de burgemeester van Groningen, wilde Schiermonnikoog inderdaad kopen en  het eiland vervolgens bij de provincie Groningen inlijven. Daartoe zou hij op zaterdag 13 april 1946 een bezoek brengen aan burgemeester Anker op Schiermonnikoog. Tevens zou hij die dag in een toespraak de bevolking proberen te overtuigen dat het eiland eigenlijk bij de provincie Groningen behoorde. Nadat dit bericht Bolwijn ter ore was gekomen, wendde deze zich op woensdag 10 april tot H.P. Linthorst Homan, de commissaris der Koningin in de provincie Friesland. Zij besloten het eiland de volgende dag op spectaculaire wijze te bezoeken. Hiertoe werden twee vliegtuigen gecharterd en burgemeester Anker werd bericht dat Linthorst Homan en Bolwijn in aantocht waren.

April 1946, onder de ereboog O. Postmus, J.J. Visser, Linthorst Homan, B. Bolwijn, burg. Anker.

Het dorp op Schiermonnikoog werd in verband met dit hoge bezoek met vlaggen en erepoorten getooid en tijdens het bezoek hield de commissaris een toespraak waarin hij er op wees dat het eiland altijd tot de provincie Friesland behoord had en dat de toekomst hierin geen verandering zou brengen. In de notulen van de gemeenteraad lezen we over dit bezoek het volgende:

"Voor het eerst wellicht in de geschiedenis heeft een Commissaris der Koningin een gemeentebezoek per vliegtuig afgelegd. Om ongeveer 10 uur in den morgen daalden bij de Burcht twee vliegtuigen (...), waarin de Commissaris der Koningin en notaris Bolwijn te Anjum, beheerder van het eiland. De gasten werden verwelkomd door den Burgemeester en de wethouders. bij het gemeentehuis wordt de commissaris toegezongen door de leerlingen der beide scholen en werd hem als herinnering een zilveren lepeltje met het gemeentewapen overhandigd. Hierna volgde een kennismaking met de raadsleden en een bespreking over den status van het eiland, de vaargeul, het vliegveld en de electriciteitstarieven. Na afloop werd de steiger bezocht om de vaargeul in ogenschouw te nemen. Na een bezichtiging van Vredenhof en de stelling Schlei werd om drie uur in de middag afscheid genomen".


Toen de Groningse burgemeester op zaterdag 13 april op het eiland arriveerde, was hij aangenaam verrast door de vlaggen en erepoorten in het dorp., maar hij wist niet dat het dorp was versierd ter meerdere glorie van de commissaris der Koningin in de provincie Friesland. De Groningers visten achter het net.