Bleekneusjes op het eiland
Door Peter Horvath


In 1915 werd op het eiland de St. Egbert kapel gebouwd (nu nog steeds te zien op het eiland). Naast de kapel werd in 1922 een vakantiehuis gebouwd dat dienst deed als rooms-katholieke vakantiekolonie en deel uitmaakte van het complex van Sint Egbertus (foto onder). Tot 1967 bleef het dienstdoen als vakantiekolonie. Vele 'bleekneusjes' hebben hier een tijd doorgebracht. Een van hen vertelt hieronder zijn verhaal. Een tweede vakantiekolonie op het eiland was 'Elim', eveneens in 1922 gebouwd maar dan door de Protestantse kerk (zie verderop deze pagina).



Onder: Krantenadvertentie van 12 september 1945.


Het verhaal van Peter in vakantiekolonie St. Egbertus

Als Haags bleekneusje van 10 jaar moest ik maar eens naar een vakantiekolonie. En dan heb ik het over het jaar 1952. Gelukkig hoefde ik niet alleen, want ik ging samen met mijn oudste broer. Ik was weliswaar een oorlogskind, maar ik was niet ondervoed of zo. Ik kom uit een groot gezin van negen kinderen en denk dat mijn moeder - die weer eens in verwachting was - rust nodig had.

De reis naar Schiermonnikoog was een belevenis, want ik ging voor het eerst in mijn leven een lange treinreis maken. Ik geloof nog per stoomtrein, helemaal vanuit Den Haag naar Groningen. In Groningen stapten wij op een bus en in Oostmahorn begon de bootreis. Ook dat was een bijzondere eerste ervaring. Ik vond het in ieder geval zeer avontuurlijk.

Het was juli of augustus en ik was op Schiermonnikoog op mijn plek, want daar was de vrije natuur, het brede strand en de ongerepte duinen; ik vond de natuur overweldigend. Ik kende de duinen bij Den Haag wel, maar daar stonden overal bordjes 'Verboden Toegang'.

Onze groepsleidster was zuster Dora Nienhuis uit Groningen en aan haar heb ik goede herinneringen. Zij was voor haar groep een moederkloek, wel streng maar met een klein hartje, want na zes weken verblijf - toen haar groep naar huis ging - vloeiden haar tranen behoorlijk.

Het eten was eentonig maar niet slecht en als je iets niet lustte hoefde je dat nooit op te eten. Ook kan ik me niet herinneren pap met klonten en melk met vellen te hebben gegeten. Het zal echter wel zo zijn dat ik niet veel moeite had met het eten omdat ik uit een arm gezin kwam waar geen luxe was.
We konden slapen zoals we wilden, op de rug of op de zij, maar we moesten wel vroeg naar bed. Vervelend vond ik de verplichte middagrust. Bedplassers zullen er wel geweest zijn, maar ik heb nooit gemerkt dat deze kinderen werden gepest of vernederd. Ieder ochtend moesten wij wel naar de kapel voor de Heilige Mis en dat had ik van huis uit niet meegekregen.

We waren eigenlijk altijd buiten en we bouwden samen met zuster Dora een prachtige hut in het bos waar wij erg trots op waren. In die tijd waren de boekjes van Kapitein Ron en Erik de Noorman heel populair en wij speelden de verhalen met overgave na. En omdat vechten daarbij ook voorkwam, liepen wij soms wel met schrammen en bulten rond. Af en toe mochten we ook in zee zwemmen en ik was dat wel gewend en kende de gevaren van muien en van de ebstroom. De meeste andere jongens kenden de gevaren niet en zuster Dora hield ons daarom altijd nauwlettend in de gaten en stond klaar als het moest om de golven in te springen.

Er waren ook meisjesgroepen in St. Egbert maar voor ontluikende liefde was geen plaats. Wij zagen de dames in de dop alleen maar in de eetzaal. St. Egbert was een katholiek tehuis maar er waren gelukkig geen nonnen. Heimwee heb ik nooit gehad, hoewel ik blij was om na zes weken weer naar huis te kunnen gaan. ik hoopte nog een keer naar een vakantiekolonie te mogen gaan, maar ik denk dat ik al vrij snel te oud was. Natuurlijk heb ik veel negatieve verhalen gelezen over vakantiekolonies en ik geloof die verhalen. Ik heb kennelijk veel geluk gehad.

Hieronder: Advertentie uit 1920


Foto onder: Het andere onderkomen voor de 'bleekneusjes' was het protestantse gebouw 'Elim' aan de Badweg, gebouwd in 1922.


Oorspronkelijk was 'Elim' gebouwd als '2-onder 1 kap-woning' (foto rechts). De naam 'Elim' betekent 'Grote bomen'. Deze gezondheidskolonie is ontstaan op initiatief van enkele Groninger en Schiermonnikoger zakenlieden. Zij wilden wat doen voor de 'bleke stadskinderen'en meenden dat deze kinderen de gelegenheid moesten hebben om aan te sterken aan zee en in de duinen. Na vijf jaar vond de eerste verbouwing plaats. In 1933 volgde een uitbreiding en in 1948 kreeg het gebouw 'Elim'zijn definitieve vorm (grote foto boven).


Kinderen zongen op Elim het zogeheten Elim-lied:

"Op mooi Elim moet je wezen, op mooi Elim moet je zijn,
word je helemaal genezen van je ziekte en je pijn,
en je speelt de hele dag,
wilde dat moeder mij zo zag,
naar buiten, naar buiten,
waar alle vogels fluiten, naar bui-ui-ui-ui-ten."


Onder: Krantenbericht van 16 januari 1939.


Onder: Krantenbericht van 5 juni 1940.

Onder: Krantenberichten uit respectievelijk 16 november 1947 en 19 juni 1947.


Onder: Advertentie van 8 juni 1901


> Zie ook het verhaal 'Henk Staal en... Elim'. Klik hier.