Schiermonnikoog, 150 jaar badplaats

In het jaar 2016 bestond Schiermonnikoog 150 jaar als badplaats.
Dat werd uiteraard gevierd. 


Wat ging er aan vooraf?

Halverwege de 19e eeuw vonden enkele belangrijke eilanders dat het eiland een badplaats moest worden. Men keek onder meer naar het Duitse eiland Norderney dat al een halve eeuw een ware badcultuur kende.  In 1866 werd er daarom op Schiermonnikoog een badcommissie opgericht (de Maatschappij Noordzeebad Schiermonnikoog). Dankzij hun inspanningen kwam er dat jaar een recreatief plantsoen in het centrum van het dorp en kocht eilandeigenaar Johan Eric Banck een stoomschip dat zomers de bootdienst tussen Groningen en het eiland ging onderhouden. Het toerisme begon op gang te komen. Hieronder: advertentie uit 1886.

Rijk en minder rijk
De badgasten waren vooral rijken uit Groningen en Noord-Duitsland. Op initiatief van artsen uit Leeuwarden kwamen er iedere zomer twintig kinderen uit de steden naar het eiland om eens lekker in de natuur te zijn. De eilander Zeilinga begon met de eerste busdienst. Het toerisme nam toe..
Er kwamen ook mensen met minder geld. Ze verbleven in pensions, kamers van particulieren en zomerhuisjes. De eerste zomerhuisjes kwamen in 1920 op het eiland, aan de westkant van de Badweg en langs het Karrepad.


Bouw van een groot Badhotel

In 1886 werd bij het strand een groot badhotel gebouwd met zestig kamers en pontificaal gelegen op de duinen van het Noordzeestrand. Tot die tijd was er slechts een pensioen op het eiland: Pension De Boer (wat later Hotel Van der Werff werd). Het badhotel aan het strand had naast de zestig kamers, waterbaden en enkele sfeervol ingerichte zalen. Op het strand kon men strandstoelen, badpakken en badkoetsen huren. 

Badcultuur van toen

De badcultuur was een fenomeen dat uit Duitsland was komen overwaaien. Het idee van vrolijk spetteren in het water, zoals wij dat kennen, was nog niet aan de orde. Kuren, het genezen van lichaam en geest, daar ging het om! Badarts Van Boven stelde in 1887 'Algemeen regelen en wenken voor Badgasten' op. Zo werd zich onderdompelen in de zee gezien als een heftige ervaring. Voordat iemand het water in ging, moest die persoon eerst een paar dagen aan het strand vertoefd hebben en volledig uitgerust zijn van de reis...

Zo schreef geneesheer en badarts A.J. Prins in 1868:
".... de lucht is er, in vergelijking met den vasten wal, overvloediger van zuurstof voorzien, hetgeen op de ademhaling en den bloedsomloop en dien ten gevolge op het geheele ligchaam een heilrijken invloed heeft... Het zweewater, dat tijdens den vloed uit de Noordzee het Friesche Gat binnenstroomt en op de harde kust van het eiland breekt, is hier ongemeen frisch. Golvend klotst het met zijn aanzienlijk zoutgehalte tegen het ligchaam van den bader, prikkelt de huid, wekt de zenuwen op tot nieuwe werkzaamheid en geeft veerkracht aan het geheele gestel'.


Zeer billijk
Het badhotel zat ieder zomerseizoen vol. Daarnaast waren er altijd logementen bij particulieren beschikbaar, De grote voordelen van het eiland waren de verbinding met de vaste wal en de prijzen die in verhouding met Scheveningen en Zandvoort als 'zeer billijk' werden aangeprezen.

Prijzen
Een overnachting in het badhotel kostte in 1891 3,50 gulden, de overtocht kostte per retour 3,25 gulden. Er werd een Vereniging voor Vreemdelingenverkeer opgericht 'ter bevordering van het aantal badgasten' en zodoende 'tot verhoging van het gemiddelde inkomen op het eiland'

Onder: advertentie uit 1889.



Boot en boulevard
Rond 1895 was het badhotel eigendom van de nieuwe eigenaar van het eiland, Graaf Von Bernstorff. Hij kocht een boot om de gasten naar het strand voor het hotel te brengen. In 1912 werd bij het strandhotel een boulevard met villa's aangelegd. Na de Eerste Wereldoorlog verkocht de graaf het hotel aan NV Wagenborg te Delfzijl.


Baat bij toerisme

Alle eilanders hadden baat bij de komst van de badgasten. In 1919 verdiende het grootste deel van de bevolking van het eiland haar geld met de zeevaart en nijverheid. ook was een groot deel werkloos. Het opkomend toerisme bood mogelijkheden voor inkomen.

Een kritisch geluid
Toch was niet iedereen positief over de groeiende stroom toeristen die het eiland trok.  Op 26 april 1913 verscheen er in het Nieuwsblad van het Noorden een ingezonden brief van een onbekende auteur, die meende dat de badgasten een negatieve ontwikkeling teweeg brachten: 
"De meeste geboren eilanders zullen het met me eens zijn, dat het voor ons een achteruitgang is. Het vrije eilander idee gaat meer en meer verloren. Nog enige jaren, en we zullen, in ieder geval wat de baddrukte betreft, gelijk staan met Borkum..."

En kampeerders... die waren er vroeger ook (kamperen bij de vuurtoren).


Advertenties van toen voor het verblijf op het eiland (1920 / 1930)

Om de afbeeldingen groter te zien, klik op een advertentie en 'blader' met de pijltjes.


Ondergang van het Badhotel

Tussen 1916 en 1925 lag er een zandbank voor het strand bij het badhotel. De geul tussen de zandbank en het strand werd dieper en de stroming in de geul was zo sterk dat er bij storm vele meters duin wegsloegen. In 1918 sloeg het zeewater zelfs de boulevard gedeeltelijk weg. Een van de villa's werd verplaatst richting dorp en staat er nog steeds: Villa Opduin.

Hotel brokkelt af
Vanaf 1923 kon het badhotel niet meer in bedrijf blijven omdat delen waren afgebrokkeld. in 1925 stortten de boulevard, de villa's en het badhotel volledig in. 


Later werd - meer landinwaarts - een nieuw badhotel gebouwd. 

Op die plek staat tegenwoordig 'Noderstraun' (foto onder).


Tekst die Hans Roode (Delfzijl) inzond n.a.v. het strandfeest op 6 augustus 2016 

"Het badstrand bestaat 150 jaar. Destijds in gang gezet door Mr. Banck en later gestimuleerd door Graaf Von Bernstorff. Wij bezoeken het eiland al veertig jaar en deze locatie blijft tot op de dag van vandaag een gewilde trekpleister. Veranderingen vinden constant plaats, ieder uur van de dag, jaarlijks. Immers, met natuurwetten valt niet te spotten. Hier wordt, normaal gesproken, nooit van afgeweken.

Het strandgebeuren is totaal veranderd. Ging men destijds vanuit een strandkorf even de zee in om vervolgens terug te gaan naar 'de korf'; anno 2016 is er meer te beleven. Veel activiteiten. De badkleding van toen kende weinig fleur en opwinding. Donker gekleurd en zo gemaakt dat de zon weinig ruimte kreeg om een stukje huid te bruinen.

En dan is het 6 augustus 2016... Bij de opgang van het strand diverse vlaggen van allerlei nationaliteiten. Tientallen vliegers in heel veel kleuren en maten. Van zwaluw tot vis. Van kikker tot draak. te veel om op te noemen.

Mensen in soorten en maten. Kleding soms wat confronterend. Hoedjes, tattoos, petjes. Veel petjes, maar wel van een andere orde dan in de jaren dertig.

De tijd kijkt over haar schouder mee en heeft misschien haar bedenkingen. Maar toch... Een fleurig geheel tegen een prachtige blauwe lucht. Dat is heel goed vertoeven voor de aanwezigen. Een reden om terug te keren. De sfeer van dit stukje Nederland moet je zelf ervaren. Dat is moeilijk te verwoorden".