Nationaal Park 

In 1872 werd het eerste Nationaal Park ter wereld opgericht: het Yellowstone Park in de Verenigde Staten. Andere landen volgden. Sommige gebieden in Nederland zijn zo waardevol dat zij ook de titel Nationaal Park hebben gekregen. Het benoemen van een groot gebied tot Nationaal Park betekent zowel bescherming van dat gebied, als ook dat mensen er kennis kunnen maken met de natuur. Nederland kent momenteel 20 Nationale Parken, waaronder op Schiermonnikoog.

 

Schiermonnikoog bezit een aantal waardevolle landschapstypen. Het grootste deel van het eiland is Nationaal Park: het bos, de kwelders, de duinen en het strand. Dorp en polder vallen buiten dit gebied. Het Nationaal Park Schiermonnikoog is het eerste gebied in Nederland dat in 1989 definitief als Nationaal Park werd aangewezen. Oppervlakte: circa 72 vierkante kilometer.


De vier doelstellingen van een Nationaal Park zijn:
-  natuurbehoud en natuurontwikkeling
-  voorlichting en educatie
(wetenschappelijk) onderzoek
-  natuurgerichte recreatie

Onderzoek
Binnen Nationale Parken is het doen van natuuronderzoek heel belangrijk. Om dieren en planten te beschermen is het nodig om te weten welke eisen ze aan hun omgeving stellen. Pas dan kunnen goede beheermaatregelen worden getroffen. Het Nationaal Park Schiermonnikoog is een ideaal onderzoeksgebied. Niel alleen komen er veel bijzondere soorten dieren en planten voor, maar ook gaan diverse natuurlijke processen op het eiland nog ongestoord hun gang. Er is in de jaren onderzoek gedaan naar onder meer steltlopers, zangvogeltrek, broedende scholeksters, ganzenbegrazing, plantengroei, vlinders en lepelaars.


Overlegorgaan en BIP
Het Nationaal Park kent een overlegorgaan waarin de verschillende partijen zitten die betrokken zijn bij het Nationaal Park. Dit Overlegorgaan stelt iedere tien jaar een Beheer- en Inrichtingsplan op (BIP). Het BIP dat thans geldt is er voor de jaren 2011-2022.


Broedseizoen

Om de vogels op het eiland de nodige rust te gunnen beperkt Natuurmonumenten van 15 april tot 15 juli de toegankelijkheid van het Nationaal Park. In die periode is de Oosterkwelder alleen toegankelijk tijdens excursie van Natuurmonumenten. Het natuurgebied tussen de Prins Bernhardweg en de Kobbeduinen is dan alleen toegankelijk op de wegen en paden die met witte palen gemarkeerd zijn. De directe omgeving van de Westerplas is gedurende het broedseizoen niet toegankelijk voor publiek. In het broedseizoen is het strand vanaf paal 10 tot de oostpunt uitsluitend vrij toegankelijk vlak langs de waterlijn. De rest is afgesloten vanwege de noodzakelijke rust voor de broedvogels.


Grote (en kleine) grazers
Om verbossing van de duinen tegen te gaan laat Natuurmonumenten er paarden, schapen en runderen grazen. De duinen en kwelders blijven toegankelijk; wel moeten bezoekers zich aan een aantal gedragsregels houden. Deze zijn: runderen niet voeren en/of aanhalen; honden aan de lijn en een afstand van ca. 50 meter in acht nemen; kuddes niet doorkruisen. Naast de grote grazers zoals de Sayaguesa-rinderen kent het eiland ook de Texelaarschapen van de boeren die op de dijken grazen; de Soay schapen in de duinen, de rijpaarden bij de Westerplas. Boeren op het eiland beweiden hun vee van april tot oktober op de kwelder rond de Kobbeduinen. Hun 'droge'koeien en pinken houden daar de begroeiing laag. In de herfst gaan ze terug naar de boerderijen.


Overzicht van alle Nationale Parken in Nederland


> Zie ook pagina Werelderfgoed Waddenzee. Klik hier.