Kwelder

Een kwelder is een begroeid stuk land dat direct - zonder duinenrij of dijken - aan zee grenst. Bij storm of extra hoog water komt de kwelder onder water te staan. Met het zeewater meegevoerde zand- en slibdeeltjes komen tussen de planten terecht en spoelen niet meer weg. Zo worden kwelders door opslibbing hoger. De kwelders zijn er pas sinds 1850. Voor die tijd was het oosten van het eiland een enorme lege vlakte met zand.


Lage en hoge kwelders

Er is een groot verschil tussen lage en hoge kwelders. Lage kwelders staan bij vrijwel elk hoogwater onder water, terwijl hoge kwelders alleen bij stormvloed onder water komen. Op lage kwelders vindt u veel zeekraal (derde foto in rij hieronder). Door het regelmatige zoutbad groeien er op de kwelder alleen maar planten die tegen zout in de bodem kunnen. Kwelders zijn zeldzame natuurgebieden met een unieke flora en fauna. Planten die u kunt aantreffen zijn onder andere: Engels slijkgras, lamsoor en zeekraal (foto's onder).

Rotgans kiest voor relatief zoete kwelderplaten

Uit onderzoek blijkt dat rotganzen het liefst zoete kwelderplanten eten, zoals het relatief zoete zeeweegbree (foto links) en het kweldergras, en dat zij de zoute planten mijden. Vermoed wordt dat de vogels een verhoogde behoefte hebben aan suikers om hun extreme trektochten te kunnen ondernemen. Ook brandganzen, smienten en schapen eten kweldergras graag. Ze houden vaak het gras zo kort dat het niet tot bloei komt. Het kweldergras breidt zich dan uit met worteluitlopers tot een dichte grasmat op de lagere kwelder (foto's onder).


De vorming en groei van de kwelder

Zo'n honderd jaar geleden was er nog maar een klein stukje kwelder aan de voet van het duinmassief Kobbeduinen. Vanaf dit duin was alleen een stuivende zandmassa te zien, daar waar vandaag de dag struiken en hoge grassen de overhand hebben. Sinds 1880 is de kwelder van Schiermonnikoog sterk in omvang toegenomen en lijkt er nog geen einde aan deze groei gekomen. Tegen de Kobbeduinen liggen de oude delen van de kwelder, terwijl op het oostelijke puntje van het eiland tot op de dag van vandaag nog steeds nieuwe kwelder ontstaat. Een dynamisch gebeuren dat zich vrijwel zonder invloed van de mens voltrekt. 

Klei lijkt het 'toverwoord' in de ontwikkeling van de kwelder. Tijdens overstromingen zet de zee dunne laagjes klei af op de zandige ondergrond. Op delen van de kwelder die onderhand rond de honderd jaren oud zijn, ligt een respectabele laag klei van wel vijftien centimeter, terwijl in de jonge delen nog amper iets te merken is van enige kleiafzetting. In de klei zitten voedingsstoffen, zoals stikstof en fosfaat, die nodig zijn voor de groei van planten.

De jonge kwelder, waar nog weinig voedingsstoffen aanwezig zijn, is spaarzaam begroeid. Maar de voortdurende afzetting van klei, tezamen met verterende plantenresten, maakt dat de kwelder met het ouder worden steeds voedselrijker wordt. Het gevolg is dat steeds meer planten op de ouder wordende kwelder te vinden zijn. De biologen meten het, de grazers weten het; ze volgen de ontwikkeling van de kwelder al jaren op de voet.

Onontkoombaar lijken de veranderingen op de kwelder. Steeds meer plantengroei groeit op de ouder wordende kwelder. Tegelijkertijd veranderen ook de plantensoorten. Waar op de jonge kwelder zeekraal en gerande schijnspurrie het hoofd net boven water kunnen houden, groeien enige tientallen jaren later gewone zoutmelde en zeealsem (foto's onder), die gezamenlijk een dichte ondoordringbare struikmassa van wel vijftig centimeter hoog kunnen vormen.


Oosterkwelder en Binnenkwelder

De Oosterkwelder

Door de aanleg van de stuifdijk in 1960 kwam er een stuk vlakte apart en meer beschut te liggen dan de rest. Er groeiden veel planten en er ontstonden duinen. In 1970 braken vier geulen vanuit de Noordzee door naar de kwelder. Vanaf dat moment is het onderhoud aan de stuifdijk stop gezet. De kwelder - waar alleen planten leven die tegen zoutwater kunnen - wordt nu beheerd door Natuurmonumenten. Sinds 1990 broedt er een kolonie lepelaars. De Oosterkwelder is het grootste kweldergebied op het eiland.

Onder: Luchtfoto van de Oosterkwelder.

De Binnenkwelder

De Binnenkwelder ligt tussen de Kooiduinen en de Kobbeduinen. Deze kwelder ontstond na het ontstaan van de Kobbeduinen rond 1850. Van oudsher graasden er koeien in de kwelder. Vroeger was er een herder bij, maar vanaf 1958 niet meer. De weides groeiden dicht en planten gingen dood. Om dit te voorkomen loopt er sinds 1975 weer vee te grazen. In het gebied lopen jonge koeien van de eilander boeren. Het gebied waar gegraasd wordt strekt zich uit vanaf de Reddingsweg tot aan de derde slenk bij de Kobbeduinen. De koeien zorgen ervoor dat de plantengroei laag blijft en er plek blijft voor karakteristieke kwelderplanten. U vindt in de Binnenkwelder onder meer orchideeën, zonnedauw en watermunt. Vogels die er broeden zijn onder meer: bruine kiekendief, waterral en porcelijnhoen. 


De kwelders op Schiermonnikoog, een fascinerend landschap.
Om de foto's hieronder te bekijken, klik op foto en gebruik de pijltjes rechts of links.


Foto onder: Westzijde van het eiland gezien vanaf een deel van de kwelder.
Linksboven de Banck's polder en links de Veerdam.