Gedichten over het eiland


Schiermonnikoog
Jan Mulder

Ik word klein
onder deze machtige koepel
met de mooiste luchten van Nederland.

Hier voel ik me nietig, klein en groots.
Dit is meer dan spreken.
Hier zou ik kunnen sterven,
de zee inrollen en opgaan
in deze onbegrijpelijke wereld.


Warme vloed
Atty van de Brake

De zee spreekt een vreemde taal
Ze opent al haar bronnen
En geeft zich bloot

Toch is er altijd een moment
Dat ze luistert naar de maan
Haar golven leggen zich daarbij neer

Ze trekt zich bescheiden terug
En fluistert haar volheid
In de wind

Dat uitgestrekte omarmt
Het zilte zand
Ontmoet de warme zonnestralen
Het wuivende helmgras
Zingt de stilte

De zee is altijd thuis
Als een moeder
Met een kopje thee

De zee droomt
Een taal van beweging
Eeuwigheid
En vooral
Zijn
Zoals bedoeld,
Zee zijn.


Schiermonnikoog
André Degen

In onze ogen
gaan we het zeegat uit
al doet de horizon
lang niet overal mee.
Tussen de kades
van half tien 's morgens
en 's avonds half zeven
mogen wij ronddobberen
in een pierenplasje
waar de zeebonk om snuift.
De wind waait een wak
van dwarrelgedachten
onze kruinen in.
De neus weet zich
in het verlengde
van de echte verte.
Het kinderboerderijvoederen
van de meeuwen sur place;
ze hebben het blauw
achter zich staan
van Nadeira tot Thahiti.
De boezem stroomt vol
eb en vloed
die communiceren met
de wereldgetijden.
Van de ontscheping verlangen wij
vast vestzakavontuur.
De schierlingen
nemen ons met zwijgklem op.
Met een lach
proberen we hen
te ontwapenen.
Het avondrood
blijft nahangen
op onze wangen.
In de thuishaven
kiest meeuw op dokdalf
het ruime sop
volgens het boekje.
We zien hem terug
in miniatuur
op onze schouw
vanwaar hij nooit meer
zonder onze toestemming
zal weggaan.


Vuurtorens
Uit: 'Licht op Schier'

Twee torens staan broederlijk
op een kilometer van elkaar
in volle zon, in duistere nacht
omringd door duin staan zij daar.

De een draagt een monnik
de ander het licht
schier anderhalve eeuw
bepalen zij Schier's gezicht.



Terug

Nee, geen aandenken, om weer weg te schenken,
ging met ons mee naar die andere kust.
Wat we meenamen was 'n  hoofd vol rust
al duurde die kort, was het werk er te vlug.
Zo gauw we kunnen, zie je ons terug...


Lange reis
Gerard Beentjes

Tussen eiland en vaste wal
gaan wij over de vaargeul
met het veer heen en weer
tot de Waddenzee droogvalt.

Dan vervolgt de kringloop
de weg van het wassende water
dan vertelt de modder ons
hoe een reis gevuld is met geduld
van zitvlees en wachtkamers op
Schiermonnikoog. 



Vuurtorenlicht
Peter van Heiningen

Als een onzichtbare arm
zwaait het licht
in een monotoon ritme
over land en zee.

Even, maar heel even
schijnt het licht

door de nacht
tel ik de pauzes mee.

 

Bedoeld voor de schepen

die zwerven op de golven
voor een veilig gevoel
in de donkere nacht.

Als een scherpe zeis
ronddraaiend door de mist
snijden moeiteloos
de strepen van licht.

 

Elke nacht opnieuw
zie ik deze stralen
die gedachteloos draaien
tot de zon hen verjaagt.



Hoge golven
Wendy Pluchova-Salman

Hoge golven,
schuimend geweld nadert de kust,
Hoge golven,
een donkere lucht verraadt sporen van onrust.

Hoge golven,
het zand raast als een bezetene zonder genade.
Hoge golven,
de wind neemt alles op sleeptouw, brengt roekeloos schade.

Hoge golven,
vlaggen wapperen naar hartenlust.
Hoge golven,
ja, ook dat is 'De Zee Kust'. 


Foto en gedicht: Gerda de Voogd.



Groeiend eiland

Waar zandkorrels voeten worden,
korrel na korrel, stap voor stap,
wandelt het eiland verder
oostwaarts.
Maar hoe geduldig men ook mag zijn,
niemand kon het ooit vangen in zijn beweging.


Herhaaldelijk terugkeren
Elly Van Eeghem

Ik kom van buitenaf
Ik bedoel: letterlijk
Ik rijd het hele land door om hier te geraken
Mij afvragend hoe het er nu zou zijn.
Wat veranderd is, wie ik zal tegenkomen.
Ik bedoel: ik blijf een buitenstaander
Die er naar kijkt en weer weggaat.
Die probeert toegang te krijgen,
Op de een of andere manier.
Door te kijken, te zoeken,
te blijven kijken, te proberen
En opnieuw te proberen.
Herhaaldelijk terugkeren naar dezelfde plek
creëert ruimte
voor onvoorziene ontmoetingen.


Herinneringen van een oude bunker
oftewel: Het dilemma van de Wassermann

Arie van der Stoep, 28 januari 2015

Als mastodont uit bang verleden,
maak ik de sprong naar het heden.
Mijn grauw en kil gezicht

noodt niet tot vrolijk gedicht:

Zeventig jaar hield ik de wacht,
symbool van duist're macht.
'Wassermann' is de naam
- hoogste bunker van Schier -
als uitkijkpunt: veel plezier.


Toch voelde mijn bestaan
nutt'loos aan
Ook 11 juni 2015...
't was een groot feest,
zelfs ik ervoer die geest.
Ze herdachten iets, maar wat en waarom??

Overal blije gezichten, wapperende vlaggen,
jongens, op versierde fietsen raggen.
't Aloude Wilhelmus golfde mij voorbij,
mijn kil binnenste zelfs voeld' blij!
Na harde strijd
Schiermonnikoog als laatste bevrijd!
Waar eens hun vijand stond,
fakkeld' nu de Vrijheid rond.

Bezetter verdween, een nieuwe tijd verscheen.
Maar was er ook iets bereikt?
Ja, men was weer vrij... vrij...

Ging aan 't  opbouwen, slopen, herstellen, er tegen aan,
maar mij... de oude bunker... liet men gewoon staan.

Zo gaf dat feestgewoel mij een vreemd.
tweeslachtig gevoel:
iedereen vierde feest,
Iedereen blij,
maar waar hoorde ik nu bij?


Einder daar
Rob Haster

Zelfs vloed in de wolken
geweld aan de einder
lichtspel over zee
het water roept in mij roep
kolken, neem maar,
neem maar mee

Woest schuimend wit
slaan de blauwe golven
zichzelf op de borst
onthaastende wind
het ongeziene duwt en
sjort. Voort, voort!
Niet hier!

Zoute druppels op mijn wangen
schep ik woorden uit het zand
die verwaaien onder mijn voeten
verzen bruisend verlangen
- taal tussen ziener en zee,
zand en zin

einder daar is hier begin...


Ochtendwandeling op de grasdijk
Arie van der Stoep

Een fluisterend windje, licht wuivend riet,
ergens daartussen het 'karre-karre-kiet-kiet-kiet'.
Ik volg de bermsloot langs de dijk,
klim omhoog en voel me rijk!

Links de wazige polder, rechts de rimpelloze zee,
onder mij de sloot, die werkt ook volop mee
aan dit wonderschone plaatje:
op 't wad scholekster en meeuw als maatje.

Bij 't riet wegduikende en dobb'rende eenden,
aan de voet van de dijk gakkende ganzen
tussen grote stenen,
koeienlijven in de mist; rechts een starende zeehond,
hij weet van geen wijken.
Waar moet ik als eerste naar kijken?


Voor wie het zien wil, het is bijna te veel!
En toch! Ondanks de drukte voor mijn ogen, omringen
rust en stilte mij,
Goh, wat voel ik mij hier vrij!
Ver weg dompt de Got Tjark zes; de duinen heiig.

De zon komt op, in streepjes, door de ochtendmist.
Brandnetels nat en fris,

Schuren vlammend langs mijn blote benen.
Kippenvel springt op mijn armen.

Maar niet de zon, doch die prachtige natuur gaat innerlijk mij verwarmen.
Huiswaarts lopend ontwaakt het paddenkoor,
het wegslippend konijn blijft steeds een hipje voor,
pakken kan ik het niet.

Met diepzinnige blik overpeins ik:
zo'n ontwakende morgen maakt een eind aan al je zorgen.
Deze dageraad staat geëtst in mijn ziel,
maar... is ook voelbaar in mijn branderige hiel.


De Got Tjark slaat, - ik tel mee tot zeven -.
wekt daarmee het dorp weer tot leven.
De mooie morgendroom is voorbij...
De dag vangt aan en ik... voeg helaas me daar weer bij!


Pinksterfeest
Eilander lied. Auteur onbekend.

't Was Pinksterfeest, 't was Pinksterfeest,
't Feest van de Kallemooi; 
De haan had de hoogste plek,
Ik hoor nog zijn gekraai.

Twee lege flessen aan een ,lat,
Een tak er boven op;
Zo stond de Kallemooi te pronk,
De vlag hoog in top.

Een hoop kinderen op web en streek,
De Pinksterkleren al aan,
Die gingen bij familie langs
Wanneer de eerste dag begon.

Drie kramen bij de visafslag
waar van alles te koop was,
zoals stroopballetjes, amandelen, zoete drop;
Ja, snoepgoed bij de vleet.

Een draaimolen stond er midden in het dorp,
De speelman maakt flink geluid;
Het orgel dreunde; vaak speelde 't vals;
't Was wijd en zijd te horen.

's Avonds stroomde 't volk de herberg in;
Daar maakten jong en oud plezier,
en blinde Jan, die streek er op los,
Wist de sfeer d'r in te houden.

De kinderen hadden heel de dag zin;
Toen had men andere tijden;
Toen ging het oost of west
Met wagens vol uit rijden.

Wanneer derde Pinksterdag de avond viel,
De zon zonk in het westen,
Dan werd de Kallemooi afgetuigd
Om weer een jaar te rusten.


Gedicht van Joke Wohler.


De monniken van Schiermonnikoog
Arie van der Stoep

Eeuwen geleden brachten zij
de godsvrucht naar Schier.
Stichtten een Kapel en bleven hier. 

 

Hielpen visser en boer
bij vangst en veevervoer.
Maar ook actief
met gebeden en metten,
voor hen golden streng-religieuze wetten.

Hun daden en faam gaven het eiland zijn naam.
Een standbeeld verrees
dat trots die vroege monnik prees.

Eeuwen kwamen en gingen,
zeelui, vissers, dorpelingen,
trouw bleven zij Gods lof bezingen.

Doch de monnik verdween.
Wat wel verscheen
was nieuwe welvaart:

Toerisme en natuur
zijn het nieuwe stuur
van het eilanderbeleid.

Maar, na vier eeuwen van absentie
krijgt ons dorp een attentie:
... de monniken zijn terug...!
wonen weer op 't eiland, om te bidden en te vasten,
te midden van honderden vakantiegasten.
Hebben een vaste stek
en al klinkt het misschien gek, uit mijn mond:
de ooit verbroken cirkel is weer rond!


Schier
Janneke Trapman

eiland met een open hart
een wakend oog
eiland met een ziel

een burgemeester die zei:
"Schiet mij maar neer in plaats van hen"

Scharnier in de tijd...

O, eiland,
erfgoed van een betere wereld;
mag nooit verloren gaan.




Een mooi dagje Schier
Arie van der Stoep
(Uit bundel 'Niet van Baksteen', gedichten over Stad en Dorp' - 2013)

De boot meert aan,
zo'n duizend mensen staan,
gereed om van boord te gaan.
Een stralende zon lacht hen toe,
honden blaffen, niemand moe.
Eenmaal aan land een run op fietsen,
de bussen vertrekken, mudjevol,
koffers, trolleys, alles boordevol.
Eenmaal in 't dorp lozen bussen hun lading.
Elk zoekt een plekje van zijn gading,
In 't centrum krioelt het.
Velen zijgen op een terrasje neer,
verlangend naar een koud pilsje,
verder -- niets meer.

 

Honderden anderen zoeken de zee,
daar immers maakt het eiland reclame mee.
Gelukkig, dis is een dag uit de folder:
een ieder verbrandt lekker en bruint,
zonder de zonnebank op zolder.
Kinderen rennen en spitten als gekken,

moeders onder de zonnecrème
trekken grimassend rare bekken.

 

's Avonds vaart een volle boot
weer richting vasteland.
Alles oké, de koers in goede hand.
Aan boord zo'n duizend vermoeide, pijnlijke lijven,
de meesten rustig lezend, sommigen kijven.
Toch kijken ze bijna allemaal tevree
en nemen Schiermonnikoog in hun harten mee:
als een wonderschoon plekje in een
grote, -- soms woelige, -- nu rustige zee.


Leven op Schiermonnikoog
Stella van Acker - juni 2011

Hier, op dit prachtige eiland,
zijn nog van die momenten
dat je de natuur kan beleven
vol aandacht en verwondering.

In de winter hoor je de Zee slaan in het dorp.
En bij die Zee het klagende geluid van meeuwen
die herinneren aan een oerlandschap.
Schelpen liggen als geschenken van de Zee op het strand.

De eerste bloemen in het voorjaar. De verbazing
over de schoonheid, de helderheid van de kleuren.

De nachtegalen die zingen in bloeiende meidoorns.
En de koekoek die roept.

Dat je de zon ziet opkomen of ondergaan,
de heilige momenten van de dag.
Het water glinsterend in de zon.

Groepen ganzen die de herfst aankondigen.

De kreken in de mist liggen als een weg naar het oneindige.

Open staan voor de schoonheid van de natuur
kan nog in dit prachtige Waddengebied.

 

Schoonheid, stilte, spiritualiteit en mystiek
zijn voor veel mensen belangrijk op dit eland.
Een plek waar je kunt zijn vol aandacht en verwondering.

 

Waar je de verhouding tussen de mens en het leven
dieper ervaart.

 

Vanuit die ervaring van verbondenheid met de natuur
komt het besef op dat het kwetsbare beschermd moet worden
alleen al omdat het ons kan ontroeren.
Niet uit sentimentaliteit
of als vlucht uit de dagelijkse werkelijkheid,
maar vanuit een diepere zingeving voor deze tijd.


Van hieruit is het voor mij belangrijk
dat er behoedzaam en vol eerbied
met dit gebied wordt omgegaan.


Rust...
Alda Weurding

Mijn ogen dicht
denkend aan een kalme zee
ben ik in gedachten op Schiermonnikoog
en neem de rust en de dankbaarheid met me mee

Vroeger, alleen
zittend op het duin in alle rust
genietend van het strand en de verre zee met hoge golven
voelde ik me klein, een nietig mensenkind in de natuur

Nu, met mijn ogen dicht
komen herinneringen bovendrijven
heel stil laat ik die fijne gedachten binnenkomen
voelt als een stukje warm geluk, mag er nu nog van dromen.


So wie 't en so is 't
Jacob Feninga
(Uit: 'Het eiland Schiermonnikoog' van Louise Mellema)

 

't Leit yn in meujen breden list,
In list fan blau-grien watter is 't
Der twisken yn it schilderee,
In lytjen pole yn de see.

In folk fan see en watter wie 't
Dat op dy lytje pole siet;
Ja rolen afteroof besyn
Hast ut de wits it watter yn.

Son folkjen bracht it eilaun fut,

't Begoon al by it lytje grut;
En hien s'ienkeer saut wetter preeun,
Dan heeud gin minsk se oon de greeun.

't Leit nog yn dy meuje list,
In list fan blau-grien watter is 't,
Maar 't folk weis eeuntreeu oon de see,
En yn de wits leit... V.V.V.


Een goudomrande voorjaarsmorgen
Arie van der Stoep


de ochtendstilte omvat alles,
morgennevels kringelen om mij heen.
vanaf mijn duintop vaagt het silhouet van de vuurtoren,
ver weg slaat de Got Tjark zes.

rust, stilte...

een eenzame meeuw zeilt klaaglijk roepend over,
ik kijk hem na.
dan opnieuw de stilte.
de eerste zonnestralen branden zich een weg naar benee.

de ochtendmist lost op.
als een ovale blauwachtige spiegel ontvouwt zich de zee,
haar witte rand bromt zachtjes.

rust, stilte... alom.

een vroege jutter als een bewegend streepje op het strand.
o.... wat is dit toch een prachtig stukje Nederland!
dit Schiermonnikoog!

een triomfantelijk en paradijselijk gevoel welt in mij op;
dit is een eiland om lief te hebben,
om van te houden.

en ik?!
een bevoorrecht mens: ik woon daar,
al bijna veertig jaar. 


Schiermonnikoog
Coby Poelman-Duisterwinkel

Fietsen leunen
tegen een paal,
aanklevend zand
verbreedt de banden,
sturen grijpen
in elkaar,
zadels neuzen
naar verlaten strand,
pedalen zwijgen,
golven neigen,
de branding landt,
de mens ontspant.

 


Schiere monnik
Adriaan van IJperen

Grijze man, je blik in brons gestold,
wat zag je oog toen het op deze zandplaat viel?
Om God te dienen, mocht je koeien hoeden
Je nam ze te grazen mee naar (Sc)hier
Je harde handen, vol met blaren,
zaaiden geloof en koren op het land

Het oog zoals jij dat kende, is niet meer
Langzaam kroop het naar het oosten
tot ver voorbij jouw jongste dag
Nu houden je bitter en je bier
de herinnering aan jouw werken levend
Je blik is voor altijd op Van der Werff gericht.


Onder: Uit de Dorpsbode van 15 november 1955.


Golven
Hein Stufkens

Ik was op Schiermonnikoog, aan het strand,
getuige van 'n misverstand.
Ik hoorde twee golven spreken,
precies, voordat ze zouden breken.
De een riep: 'Het is gedaan,
wij zullen te pletter slaan'.
Maar de ander zei: 'Welnee,
je bent de golf niet, je bent de zee!'