Cisterciënzer monniken terug op eiland

De naam Schiermonnikoog verwijst naar de allereerste bewoners van het eiland: de schiere monniken. 'Schier' betekent 'grijs', hetgeen verwijst naar de Cisterciënzer monniken die het eiland als eersten bewoonden. Op het eiland herinnert een groot bronzen standbeeld in de Willemshof aan de allereerste monniken. En de monnik is ook terug te vinden in het wapen van het eiland en boven de deur van het voormalige gemeentehuis (foto links).

Terugkeer

In 2015 keerden monniken van deze orde weer terug op het eiland. Het betreft vooralsnog vier monniken die hun abdij Sion bij Diepenveen (Deventer) hebben verlaten omdat het gebouw voor de acht monniken te groot was. Zij besloten verder te gaan op Schiermonnikoog, waar vier van de monniken een tijdelijk onderkomen bewonen in een pand op de hoek van de Langestreek en de Gratia Susannastraat. De overige vier monniken verblijven in een ander klooster. De monniken hebben de wens om een miniklooster te laten bouwen op het eiland.

De zoektocht naar een nieuwe plek

Op de website van de abdij schrijft abt broeder Alberic: "Door ons blijvend te richten op het wezenlijke, laten we de ballast achter ons. Bij alle veranderingen in verleden en heden, bleven er monniken over die aan de rand van afgronden opnieuw begonnen, die hun eigenheid weer doorgaven aan generaties die na hen kwamen. Dat stokje nemen we graag over".

Eind 2013 besloten de broeders op zoek te gaan naar een nieuwe plek om verder te gaan. Het klooster in Diepenveen was te groot.

De abt: "Tijdens ons beraad werd bij wijze van grap Schiermonnikoog voorgesteld. Kennismaking met het eiland veranderde onze zoektocht definitief in 'Schiermonnikoog is een goede plek!'"

Abt Alberic vindt het een uitdagende gedachte om iets nieuws te ontwikkelen nu het aantal monniken wereldwijd drastisch terugloopt. 



Afscheid van het grote klooster Sion in Diepenveen. 


Toekomstig onderkomen voor de monniken

De huidige herberg Rijsbergen wordt de plek waar de monniken zich na 15 januari 2019 gaan vestigen. Nu wonen ze nog tijdelijk in een vakantiewoning. Tot begin 2019 blijft het Rijsbergen in gebruik als hotel. Op uitnodiging van de huidige uitbaters van herberg Rijsbergen kregen de monniken een rondleiding door het gebouw. De broeders waren onder de indruk. Het personeel van Herberg Rijsbergen werd op 9 februari ingelicht. De monniken denken er na het vertrek van de uitbaters snel te kunnen gaan wonen.

Foto boven: De monniken voor hun toekomstige onderkomen.
Foto onder: Het tijdelijke onderkomen van de monniken.


Herkomst van de cisterciënzer monniken

Citeaux
In 1098 werd door een groepje monniken een nieuw klooster opgericht in het Franse Citeaux. De Latijnse naam voor deze plaats was Cistercium en vandaar werd de naam voor deze monniken Cisterciënzers. De orde van de Cisterciënzers volgde (en volgt nog) de regel van Benedictus van Nursia. Vanuit Citeaux werden andere cisterciënzer kloosters gesticht, niet alleen in Frankrijk, maar ook daarbuiten. In de cisterciënzer orde neemt de abt (het hoofd van het klooster) van Citeaux een belangrijke plaats in, maar het hoogste gezag in de orde werd (en wordt) toch feitelijk gevormd door het Generaal Kapittel, samengesteld uit de abten van alle cisterciënzer kloosters.

Het eerste cisterciënzer klooster in Nederland
Cisterciënzer kloosters werden veelal gesticht op afgelegen plaatsen. Men hield zich veel bezig met landbouw en ontginning - dit werd veelal door de conversen (lekenbroeders) gedaan: kloosterlingen die wel de gelofte van de orde hebben afgelegd, maar niet de religieuze wijdingen hebben ontvangen. Het eerste 
cisterciënzer klooster in Nederland was het in 1165 gestichte Klaarkamp bij Rinsumageest bij Dokkum. Het klooster was tmeeste ende tgrootste van alle cloisteren, wel begraven mit wyden graften. Dit schreef een spion omstreeks 1468, toen hij Friesland verkende voor de graaf van Holland.

Later werden vanuit Klaarkamp weer dochterkloosters gesticht: Bloemkamp in Hartwerd bij Bolsward, Sint Bernardus in Aduard en klooster Jeruzalem in Gerkesklooster. in heel Nederland waren er in de Middeleeuwen 34 cisterciënzer kloosters. Tijdens de Reformatie werden ze echter allemaal verwoest of verkocht.

Bezoek aan het eiland

Ook vanuit Klaarkamp werd aan landbouw gedaan en zal er ook gewerkt zijn aan de zeewering. Men zal toen op een gegeven moment ontdekt hebben dat er een eiland lag ten noorden van de zeedijk en men is daar eens een kijkje gaan nemen. Het was toen waarschijnlijk nog goed bereikbaar te voet vanaf het vasteland. De monniken zullen kleinschalige landbouw op het eiland hebben bedreven, maar vermoedelijk hadden ze ook inkomsten van jutterij: strandvondsten die aanspoelden.

Wanneer de monniken van Klaarkamp dit eiland, een zogenaamde uithof (later naar de grijze pijen van de conversen Schiermonnikoog genoemd) voor het eerst hebben betreden is niet duidelijk. De enige aanwijzing wordt gegeven in een oorkonde van 1465 van David van Bourgondië , waarin vermeld wordt dat Schiermonnikoog van een tijd, aller mensen heugenis te boven gaande aan de abt en de gemeenschap van het klooster Klaarkamp toebehoorde. Of het klooster eigenaar was van het hele eiland is de vraag.

Reformatie
Er is dus nooit een klooster geweest op het eiland en ook kan men niet zeggen dat de Cisterciënzers de eerste bewoners waren van Schiermonnikoog. Wie de eerste bewoners van het eiland waren is niet bekend. Bij de Reformatie in 1580 werden de kloosters in Friesland ontmanteld en kwamen de bezittingen van de kloosters in handen van de Staten van Friesland, ook het eiland Schiermonnikoog. De Cisterciënzers keerden in 1846 weer terug. Toen werd vanuit het Belgische Westmalle een klooster gesticht in Achel. In 1883 werd vanuit Achel het klooster Sion in Diepenveen gesticht, dat in 1934 de status van abdij kreeg.


>  Lees ook het persoonlijke verhaal van de abt
>  Lees ook over de geschiedenis van de Cisterciënzers
>  Zie ook verhaal 'Ontmoeting met broeder Paulus'
>  Zie ook informatie over Trappisten en Cisterciënzers
>  Zie ook website van de monniken op het eiland


Kaart uit 1664

De kaart hieronder uit 1664 toont het Friese Datumadeel. De rode rondjes geven aan waar zich oude Middeleeuwse kerken bevonden, gebouwd tussen het jaar 1100 en 1400. Verder ziet u het klooster Klaarkamp aangegeven en bij Dokkum de uithof Sionsberg van het nonnenklooster bij Niawier. Heel Friesland, met ongeveer 50.000 inwoners, had wel driehonderd kerken en vijftig kloosters. Dat was vergeleken met andere gebieden in Nederland opvallend veel. De kerk was belangrijk en was grootgrondbezitter en had een vijfde deel van de grond in Friesland in handen.

Uitgebreide informatie vindt u hier.


In gesprek met broeder Paulus

Lieke Weima (juni 2018)

De drukte in de Starbucks op station Groningen, waar ons gesprek plaatsvindt, staat in schril contrast met het eiland waar broeder Paulus sinds twee jaar woont en zich nog iedere dag verwondert over de omgeving. "De zee is zo groot, zo overweldigend. Ik sta op het strand en voel de wind om me heen, ik zie aan de einder hoe het licht opklaart. Er is daar niets dat door mensen is gemaakt, het is pure schepping. Als God daarin nog niet aanwezig is..."

Eerder heeft hij op veel verschillende plekken gewoond: in Limburg, Israël, Zundert, Diepenveen. Toch loopt er een rode draad door zijn leven: God zoeken in de eenzaamheid van het gebed. "Als kind al merkte ik tijdens de liturgie: hier lust ik wel meer van. Het was alsof ik altijd een beetje buiten datgene stond dat mensen de werkelijkheid noemen. Ik kan niet zeggen dat ik me in de wereld thuis voelde. Het kloosterleven is een leven dat bij mij past en aansluiting vindt bij mijn diepste oorsprong: Gods liefde".

"Ik ben aan datgene wat in mij is heel vaak voorbij gegaan. Ook in het klooster heb ik soms vluchtmomenten gehad. Er waren momenten dat ik dacht: er is ook een ander leven. Dit is me te eenzaam, altijd dezelfde broeders, en ik zou ook wel eens op vakantie willen... Rond mijn veertigste ontmoette ik een vrouw en van het een kwam het ander. Ik ben uitgetreden, maar toch voelde ik na een tijd: hoe mooi het ook is, met een vrouw samenleven ven, het is mijn weg niet. Toen ben ik opnieuw ingetreden, niet meer in Zundert, maar in Diepenveen. Al heb ik nu mijn ritme wel gevonden, ik kan me nog steeds voorstellen dat er leukere dingen zijn dan 's morgens om half vier op te staan en 's avonds om kwart over acht weer naar bed te gaan. Lekker uitslapen is er nooit bij. Waarom niet? Omdat God mij roept 's ochtends".

"Soms voel ik dat ik weer te veel alleen bezig ben, dat ik God buitensluit, vaak als ik onzeker wordt of angstig ben. Dat is er maar 1 weg: in gebed gaan. Alleen daarin vind ik vrede en vind ik echt mezelf terug. In de nacht ben ik daarvoor het meest open en helder. Na de metten zit ik vaak drie kwartier te mediteren. Dat zit ik in stilte, volg ik mijn ademhaling en wil ik echt bij Hem zijn. Hij kijkt naar mij en ik kijk terug. Hij kijkt de hele dag door, alleen ben ik niet altijd thuis. Ik dwaal nogal eens. Maar gelukkig krijg je ook een heel leven om met Gods liefde bezig te zijn, dat hoeft niet in een paar jaar".

"De tweede keer intreden in het klooster was niet makkelijk. Je weet wat je tegen gaat komen, dus de wittebroodsweken sla je al snel over. Aanvankelijk wanhoopte ik ook om naar Schiermonnikoog te gaan. Ik was bang om te verhuizen, om weer bekenden los te moeten laten, bang voor weer een nieuwe omgeving. Maar toen ik hier de eerste keer kwam en zag hoe prachtig het was, met de zee altijd dichtbij, was ik meteen gewonnen".

"Wanhopig zijn is voor mij vooral afgesneden zijn van het licht van God. Ik zie het niet meer zitten. En als ik het niet meer zie zitten, zie ik God niet zitten. Een mens wil volledig openbloeien en echt puur zijn zoals God het bedoeld heeft, maar waarom lukt dat niet? Is dat egocentrisme in mij nog steeds niet genezen? In het klooster moet je allereerst het kwaad in je eigen hart kennen en daar vrede mee sluiten. Dat leer je in de donkere nacht. Dan wordt alles van je afgenomen, alle heilige beelden in je hoofd, op een gegeven moment is er niets meer. Dat heb ik ook meegemaakt. En toch bleef ik, omdat ik wist: ik kan niet anders, dit is mijn weg. Ik zeg weleens grappend dat wij monniken een sterker medicijn nodig hebben dan andere gelovigen. Want natuurlijk kun je ook gelovig zijn buiten het klooster. Ik heb zelf ook een sterke sociale kant, maar uiteindelijk heb ik de afzondering en de eenzaamheid nodig om me thuis te voelen bij God".