De walviskaak

In het centrum van het dorp vindt u een enorme walvis (onder) kaak (1500 kilo) van een blauwe vinvis die op 6 maart 1950 in de Zuidelijke IJszee is geschoten. Kapitein K. Visser van het motorschip de Willem Barendsz schonk de kaak aan het eiland.

De kaak herinnert aan de de periode dat het eiland veel met de walvisvaart te maken had.

Walvisvaart

Vlak na de Tweede Wereldoorlog was er in Nederland gebrek aan alles en er was vooral behoefte aan olie en vetten. Daarom werd de NV Nederlandse Maatschappij voor de Walvisvaart opgericht. De eerste expeditie (moederschip de Willem Barendsz en 7 jagers met harpoenkanonnen aan boord) vertrok in oktober 1946 naar de Zuidpool. Eilander Klaas Visser was van 1946 tot 1950 kapitein van vier expedities met de Willem Barendsz. Hij zorgde ervoor dat veel eilanders konden aanmonsteren. Dat kwam goed uit want na de Tweede Wereldoorlog was er weinig werk op het eiland. Van 1945 tot ongeveer 1965 waren veel eilanders kapitein of bemanningslid op schepen voor de walvisvaart. Op een gegeven moment hadden zo'n 35 gezinnen hun belangrijkste inkomsten uit de walvisvaart.

Expeditie

Een expeditie duurde zeven maanden. Men vertrok in oktober en keerde in april weer terug. Bij terugkeer vonden ze allemaal wel een baantje op het eiland want het toeristenseizoen begon. Zo hadden veel gezinnen een goed bestaan. Omdat steeds meer landen op walvissen gingen jagen en er in de wereld meer olie werd geproduceerd uit andere grondstoffen, liepen de inkomsten geleidelijk terug. De laatste reis van de Willem Barendsz (foto onder) was in het seizoen 1963-1964. Op 10 mei 1946 komt het schip thuis van zijn laatste vaart onder Nederlandse vlag. Het schip wordt verkocht aan Japan.


Onder: Twee telegrammen van kapitein Visser ( 15 oktober en 11 november 1947 ).



Onder: krantenbericht uit mei 1948.


Walviskaak naar het eiland

In 1950 nam kapitein Klaas Visser de walviskaak mee naar het eiland. Het is de onderkaak van een 32 meter lange blauw vinvis. Een jaar lang de kaak achter de zeedijk om te laten uitbleken en het vet kwijt te raken.

In 1951 kreeg de kaak de plek in de Willemshof, waar hij nu nog steeds staat. De onthulling van de kaak door Klaas Visser trok uiteraard veel publiek. Foto rechts. 


Zeevaartschool

De boog die de kaak vormde gaf in 1951 toegang tot de ULO-school. Die locatie was door kapitein Visser niet zomaar gekozen. Hij dacht met weemoed terug aan de Zeevaartschool, die vroeger op de plaats van de ULO stond. "Het is heel wat makkelijker een Zeevaartschool te doen verdwijnen, dan een walviskaak naar Schiermonnikoog te verslepen". Het gebouw van de voormalige ULO staat nog steeds in het dorp en is nu een galerie.


Auke Talsma
Een van de laatst overgebleven walvisvaarders is Auke Talsma (78) die nog op Schiermonnikoog woont. "In die tijd was het een bron van inkomsten. Nu zijn we allemaal lid van Greenpeace en vinden we het zonde dat die beesten nog geslacht worden", zegt Talsma.

Sinds zijn pensionering is Auke een verdienstelijk schilder. Zijn schilderijen zijn herkenbaar aan de mooie luchten, fraaie kleuren en typisch eilander landschappen en vergezichten.


Renovatie walviskaak in 2016
Op maandagochtend 25 januari 2016 werd de walviskaak van zijn sokkel gehaald. De kaak was nodig aan restauratie toe. Een gespecialiseerd bedrijf in Amsterdam klaarde deze klus. Op 7 april 2016 keerde de kaak weer terug op zijn vertrouwde plek bij de Willemshof.

 



Foto: Sytze Schut.