Vuurtorens

In 1853 werden er - op besluit van koning Willem III - twee vuurtorens gebouwd voorzien van een stilstaand lichttoestel. Vroeger beschikte men namelijk nog niet over de huidige lichtkarakters (schitteringen). Dan plaatste men soms twee vuren of torens, zodat de zeeman wist waar hij was. Bovendien konden twee vuren of torens een lijn vormen, zodat schepen langs gevaarlijke ondiepten gelei konden worden.


De witte toren

In 1910 wordt de witte (zuider) toren overbodig omdat de rode toren een mechanisch, ronddraaiend licht krijgt. In 1959 kreeg de witte toren de functie van watertoren. Dat bleef zo tot 1992. In 1998 verwierf KPN de toren voor het symbolische bedrag van 1 gulden. KPN gebruikt de toren sindsdien als antennetoren. 

Bovenop de toren staat een Schiere monnik in koper als herinnering aan de eerste bewoners, de Cisterciënzer monniken.



De rode toren

De rode (noorder) vuurtoren is altijd bemand. Vanuit de toren worden weerberichten verstrekt voor de kustwateren. De toren is 24 uur per dag bemand en is niet toegankelijk voor publiek.

Gegevens:
Architect: H.G. Jansen en A. van Rhyn 
Bouwjaar: 1853 - 1854
Materiaal: baksteen
Hoogte: 37 meter
Treden: 153
Lichtkarakter: 4 schitteringen per 20 seconden
Lichthoogte: 55,5 meter boven zeeniveau
Reikwijdte: 28 zeemijlen
Radar: sinds 1979
Status: Rijksmonument sinds 1980

Foto onder: Kijkje vanuit de top van de vuurtoren bij het optiekstelsel.

Foto onder: De werkruimte in de rode (noorder) toren.

>  Lees ook het verhaal van de vuurtorenwachter Ted van der Zee. Klik hier.


Foto onder: Gedicht aan de voet van de vuurtoren.


Herinneringen...

Voormalig vuurtorenwachter Roel Westerhof:
"Ik heb eens meegemaakt, dat er drie weken lang dichte mist was. Het was in de vijftiger jaren. Ik werkte nog niet zo lang op de toren. Je had geen radio, geen krant, geen zicht, helemaal niks... alleen telefoon. Je was alleen en buiten hoorde en zag je niets. Dat duurde dus drie weken en toen had ik het wel gehad. Zo doods en saai... Ik heb toen naar een andere baan gesolliciteerd, maar ben uiteindelijk toch gebleven".

Zoon van een vuurtorenwachter:
"Natuurlijk gingen we wel bij vader op bezoek, op de toren. We kwamen onder bij de toren en belden aan. Vader keek uit het raam van de uitkijk wie er was, want een intercom en een automatische deuropener waren er toen nog niet. Dan gooide vader de sleutel uit het raam, en daar bond hij altijd iets aan. Een veger of een zakdoek of zo. Want beneden was er allemaal zand en hij was als-de-dood dat we de sleutel niet weer konden vinden".