|
|
terug naar beginpagina
|
Wandeling
Schiermonnikoog
De rondwandeling is niet met paaltjes
aangegeven, de richtingsaanduidingen vindt u
in de tekst.
Lengte wandeling ongeveer 9 km, duur 3 uur
(te bekorten tot 7 km, duur 2,5 uur). Het
Startpunt is ‘Bezoekerscentrum
Schiermonnikoog’ bij de witte toren. Alle
seizoenen te bezoeken; in het late voorjaar
orchideeën, ’s zomers kunt u desgewenst de
zee in duiken; najaar en winter: veel
vogels. Honden moeten aangelijnd of onder
appel. De route is minder geschikt voor
invaliden, het deel langs het strand
ongeschikt. Horeca vindt u in het
strandhotel aan het eind van de Badweg, er
zijn diverse gelegenheden in het dorp. Bij
hoogwater Het Rif niet betreden; oostelijk
deel eiland en gedeelten ten noorden van de
Westerplas van half april tot half juli
beperkt toegankelijk (vogelbroedgebied). Bij
harde noordoostenwind kunt u de route beter
in omgekeerde richting lopen
|
|
Routebeschrijving
(voor printversie: klik hier)
Vanaf het
bezoekerscentrum keert u de Watertoren de rug toe. Linksaf
(Torenstreek), linksaf (Langestreek), na de kerk rechts (Nieuwestreek).
U ziet links het gemeentehuis, loopt tussen de hotel Graaf
Bernstorff (genoemd naar de laatste particuliere eigenaar van het
eiland) en hotel Van der Werff (genoemd naar oprichter Sake van der
Werff) door de polder in. De asfaltweg buigt naar links, u gaat
rechtdoor.
De Banckspolder
(260 ha) valt buiten het Nationaal Park en wordt niet door
Natuurmonumenten beheerd. Ondanks het intensieve gebruik broeden er
redelijke aantallen kieviten, grutto’s, tureluurs en scholeksters.
In de winter foerageren er duizenden brand- en rotganzen. De polder
dankt zijn naam aan Mr. J.E. Banck die het eiland in 1859 kocht voor
ƒ 98.000 en de Waddenzeedijk liet aanleggen. Na een doorbraak in
1962 werd een hogere dijk gemaakt bedekt met asfaltbeton. In 1984
kreeg de Waddenzeedijk zijn vertrouwde groene kleur weer terug.
Bovenop de dijk
kunt u een blik over de Waddenzee werpen. Bij laag water ziet u
allerlei soorten vogels aan de maaltijd: steltlopers (kluut,
scholekster, wulp), eenden (eidereend, bergeend) en meeuwen. Bij
hoog water trekken veel vogels naar de polder. Een opmerkelijk
plantje op het wad is zeekraal. Vlezig als een cactus weerstaat het
tweemaal per dag een zoutwaterbad. Door slib vast te houden maakt
zeekraal zich het leven op den duur te zoet. Met de komst van
lamsoor, zeealsem en zoutmelde verandert het wad in kwelder. Op de
Waddenzeedijk rechtsaf. Bij de ‘bank van Banck’ rechtdoor (Minne
Onnespad).
De Westerplas is
één van de schaarse plekken op het eiland met zoet water. De plas is
in de jaren zestig ontstaan nadat de dijk waarover u loopt werd
aangelegd en speelt een belangrijke rol in de watervoorziening van
het eiland. De waterwinning is afgestemd op de natuurwaarden.
Dorstige trekvogels en broedse moerasvogels maken er nu dankbaar
gebruik van. Links zijn zijpaadjes naar ‘Het Rif’ : een nog steeds
groeiend strand en een geliefde hoogwatervluchtplaats voor
wadvogels.
In het najaar en
de winter eten kramsvogels en koperwieken hun buik rond aan de
oranje bessen van de duindoornstruiken. Duindoorn is van gescheiden
geslacht: alleen de vrouwelijke struiken dragen vrucht. Konijnen en
hun sporen zult u regelmatig zien. Op sommige plekken houden ze de
vegetatie kort. Aan het eind van de rondgang komt u bij een
paardenwei. De begrazing zorgt voor extra variatie in de
plantengroei en geeft enkele zeldzame planten - zoals dwergvlas -
een kans. Waar het pad overgaat in een verharde weg (Westerburenweg)
gaat u linksaf (Westerduinenpad). Als u rechts de Bergweg ziet
vervolgt u het Westerduinenpad richting vuurtoren. Geruime tijd
daarna linksaf het voetpad in (ook Bergweg) tussen de hoge duinen
door.
U loopt door
duinen met meidoorn, duindoorn en de ‘laag bij de grondse’
kruipwilg. Bij de houten bank ziet u een vochtig duinvalleitje. In
voorjaar en zomer kunt u hier parnassia en orchideeën zien bloeien.
Van nature ontstaat deze vegetatie in duinpannen die tot het
grondwaterniveau zijn uitgestoven. Sinds stuivende plekken door
mensen worden vastgelegd zijn vochtige duinvalleien zeldzaam. Door
te maaien en het materiaal af te voeren houdt Natuurmonumenten dit
zeldzame vegetatietype in stand. Zonder ingrijpen verandert de
vegetatie spoedig in een bos. Nu de duinen op verschillende plaatsen
weer mogen stuiven is deze ingreep later hopelijk niet meer nodig.
De zee! De zandbanken voor u zijn een favoriete rustplaats voor
zeehonden. Soms liggen er tientallen van deze snelle viseters. Gun
ze hun rust! Op het strand rechtsaf.
U kunt op het
strand verschillende stadia van duinvorming zien: soms enkele
sprieten biestarwegras waar omheen zich zand ophoopt, elders
metershoge duinen. Deze kunnen uiteindelijk tot volle wasdom komen
maar worden meestal door de zee weer met het strand gelijk gemaakt.
Bij de eerstvolgende opgang rechtsaf de duinen in: op de vuurrode
vuurtoren af. Ook hier orchideeënweitjes. Na de vuurtoren linksaf
(klinkerweg). Bij de T-splitsing met de Badweg linksaf. Als u de
wandeling wilt verkorten kunt u hier rechtsaf naar het dorp. Na
ongeveer 100 meter rechtsaf het schelpenpad (Bospad) in. Op enkele
plaatsten komt u langs stuifvalleien, waar de duinen weer als
vanouds mogen uitstuiven. Als het zand tot het grondwater
uitgestoven is, kunnen hier weer vochtige duinvalleien ontstaan. In
de duinen ziet u hier regelmatig een den. De herkomst zal u straks
duidelijk worden. Het pad steeds rechts aanhouden (ANWB-paddestoel
22600 richting dorp).
Het geheim
ontraadseld: een dennenbos. Deze Oostenrijkse dennen zijn in het
begin van deze eeuw geplant om het stuivende zand te beteugelen en
voor de houtproductie. Dat laatste bleek geen commercieel succes.
Ook voor de natuur zijn deze donkere bossen van uitheemse bomen
minder interessant. Natuurmonumenten vormt het naaldbos geleidelijk
om in een gemengd open bos. Nog steeds rechts aanhouden. Voorbij de
camping links aanhouden (Scheepstrapad). Bij de Badweg linksaf. U
passeert een opmerkelijke poort van walviskaken. Na de supermarkt
rechtsaf naar de watertoren en het bezoekerscentrum, eindpunt van de
wandeling.
Op 19 juli 1989 kreeg Nederland zijn eerste Nationaal Park:
Schiermonnikoog, met 5400 hectare kwelder, duin, strand, wad en
andere waardevolle natuur, waarvan Natuurmonumenten de belangrijkste
beheerder is. Schiermonnikoog is één van de weinige gebieden van
Nederland waar de natuur grotendeels het landschap vormt. Wind en
zee maken de dienst uit. Sinds het jaar 1200 is het hele eiland
zelfs bijna twintig kilometer oostwaarts verplaatst. Het proces van
stuivend zand en groeiende duinen kunt u met eigen ogen aanschouwen.
Ten opzichte van de andere Waddeneilanden is Schiermonnikoog
kalkrijk, wat te zien is aan de vegetatie (onder andere meer
duindoorn). Het vogelleven is uitzonderlijk rijk, in soorten maar
vooral in aantallen. Het bezoekerscentrum biedt een helder overzicht
van wat het eiland te bieden heeft. Er is van alles te zien: een eb-
en vloeddemonstratie, vissen schelpen en een speelhol voor de
kinderen.
naar bovenzijde pagina
terug naar beginpagina |
|