|
naar bovenzijde pagina
terug naar overzicht
van verhalen
naar bovenzijde pagina
|
terug naar overzicht
van verhalen
|
Weekendexcursie Vogelwacht
Tekst:
Frans van Maurik, mei 2009, Vogelwacht Nieuwegein / IJsselstein e.o.
Zoals gebruikelijk bij
een weekendexcursie was het vertrek vrijdag in de zeer vroege
ochtend gepland. Met vijftien man en vrouw vertrokken we om 6.00 uur
richting Groningen om drie dagen op het Waddeneiland Schiermonnikoog
de flora en fauna te bekijken en dan met name de vogelpopulatie.
 |
De boot
vertrok om 09.30 uur en een uurtje later werd voet op
Schiermonnikoogse bodem gezet. Met de bus gingen we naar
ons onderkomen, kampeerboerderij “Binnendijken” op het
westelijk deel van het eiland aan de zuidrand van het
gelijknamige dorp Schiermonnikoog, om vervolgens een
fiets op te halen bij rijwielverhuurbedrijf Soepboer. |
De
oude haven was het eerste doel maar we waren het dorp nog niet uit
of we moesten dat plan al bijstellen. Bij het afspeuren van de
eerste de beste groep rotganzen plukten we al vrij snel een
roodhalsgans. Een beetje vreemd, omdat je deze soort doorgaans (wat
heet doorgaans…) tussen de brandganzen aantreft en daartussen,
ondanks de duidelijke rode hals, bijna niet opvalt. Maar nog
verrassender was het, dat een tweede exemplaar achter de ander
vandaan kwam. Het dunne zonnetje lichtte de rode halzen goed op en
maakte dat ze duidelijk waarneembaar waren. Na enige tijd gekeken te
hebben vervolgden we onze weg naar de oude haven. Kneu, kievit,
scholekster en graspieper waren onze begeleiders door het
polderlandschap en aan de wadkant kwamen daar nog onder andere
tapuit, steenloper en een grote groep rosse grutto’s bij.
Op
de boot was ons gevraagd hoeveel soorten we het weekend in totaal
zouden gaan zien en horen (want horen is scoren!) en daarbij
varieerden de aantal tussen 95 en 122. Dat aantal hadden we
natuurlijk nog lang niet maar daar kon de Westerplas verandering in
brengen. De plas ligt ten zuidwesten van het dorp. Vroeger heette
dit gebied de Westerkwelder en had de zee er vrij spel. In de jaren
zestig werd de kwelder ingedijkt. Het vochtige gebied werd zo
onbereikbaar voor het zeewater en verzoette langzaamaan.

De
Westerplas is het belangrijkste zoetwatergebied van het eiland en
het zoete water oefent een grote aantrekkingskracht uit op
watervogels. Veel Nederlandse eendensoorten komen er voor en de
brede rietkragen herbergen diverse soorten rietvogels, waarvan de
roerdomp misschien wel de meest bijzondere is. De vochtige
grasveldjes rond de Westerplas zijn beroemd onder liefhebbers van
paddenstoelen en wilde planten. Ook voor de bewoners is de plas van
belang aangezien een groot gedeelte van het drinkwater op het eiland
uit de omgeving van de Westerplas gewonnen wordt.
 |
Maar we
gingen dus voor de soorten en daar werden we niet in
teleurgesteld. Geen bijzondere soorten maar de lijst
werd wel langer en het viel op dat, net als in de oude
haven, alle soorten in behoorlijke aantal aanwezig
waren.
Overigens is het vermeldenswaard dat bij de plas een
prachtige kijkhut is geplaatst die een zeer goed
uitzicht geeft over het geheel. |
Inmiddels was de lucht gaan betrekken en het dunne zonnetje moest
plaatsmaken voor bewolking die gestaag een donkere kleur aannam en
waar je van kon verwachten dat er op niet al te lange termijn
druppels uit zouden vallen. De druppels kwamen inderdaad, vergezeld
van heftige windstoten die menigeen van ons vermoeid deed
binnendruppelen om bescherming te zoeken. Een mooie gelegenheid om
even op adem te komen onder het genot van thee of koffie.
Na het avondeten zijn we naar de ijsbaan gegaan om in de
avondschemering de houtsnip te zien baltsen. De regen was inmiddels
opgehouden maar er stond nog een stevig windje en de temperatuur was
aan de lage kant. Dus niet ideaal voor de houtsnip maar ons geduld
werd beloond. Minimaal weliswaar maar de snip had in ieder geval de
moeite genomen om even tevoorschijn te komen en twee keer voorbij te
vliegen. Hij kon in ieder geval genoteerd worden. Het weer op de
volgende dag voldeed aan de verwachtingen die waren opgegeven. De
wind was gaan liggen en het dunne zonnetje van de vorige dag was wat
voller geworden.
De
volgende dag was het de bedoeling om de oostkant van het eiland te
gaan bekijken. Als de roodhalsganzen net als de dag ervoor vlak aan
de weg zouden zitten zou het mooie strijklicht ideaal zijn om een
leuk fotootje te maken. Die mazzel hadden we. Mijn compact
telezoomer geeft misschien geen technisch perfecte foto maar is
voldoende als herinnering of als illustratie bij een verhaaltje. We
vervolgden onze weg langs de dijk aan de wadkant waar we behalve de
tapuit ook twee bekende vogelaars tegenkwamen die deze dag deelnamen
aan de grote teldag voor het noorden. Zij hadden behalve de twee
roodhalsganzen die we zelf al hadden gespot nog een derde gevonden
en ook nog twee witbuikrotganzen. Die laatste werden dan ook het
volgende doel en met de juiste aanwijzing werd dan ook een exemplaar
in de telescoop gevangen. We vervolgden onze weg richting
Kobbeduinen.
|
In een
slenk zagen we oeverloper, groenpootruiter en zwarte
ruiter. Op het uitkijkpunt op de Kobbeduinen hadden we
gezelschap van nachtegaal, grasmus en braamsluiper en
zagen we blauwe en bruine kiekendief sierlijk voorbij
zweven. Het was inmiddels middag en via de noordkant van
het eiland kwamen we uiteindelijk op het groene strand
terecht. Het was er rustig en in de telescoop konden we
een stuk verderop een groep bontbekplevieren ontwaren. |
 |
Om
ze beter in beeld te krijgen zijn we ze een stuk tegemoet gelopen
tot we op redelijke kijkafstand waren. Een aantal zilverplevieren in
zomerkleed waren de moeite waard om te observeren en uiteindelijk
zagen we tussen de grote uitgestrekte groep bontbekplevieren een
strandplevier.
Op
weg om ons rondje schier te volbrengen kregen we ter hoogte van de
Westerplas een berichtje dat op het eiland naast de roodhalzen en
witbuiken ook nog zwartbuiken waren gezien én een blauwe fase Ross
gans. Een soort die we allemaal aan het lijstje toe wilden voegen.
We hebben niet lang hoeven zoeken. Hij zat nagenoeg in de achtertuin
van ons onderkomen. Voor een fotootje net iets te ver weg maar voor
de telescoop een mooie afstand. Een mooie soort om de dag mee af te
sluiten.
Het ochtendgloren van onze laatste dag zag er nog veel belovender
uit dan de vorige dag. De opkomende zon was nog voller dan de vorige
dag en trui en jas konden alvast ingepakt worden. Een prachtige dag
om de gemiste kijkplekken op te zoeken en af te speuren op de nog
ontbrekende soorten. Wintertaling en zelfs een paartje zomertaling
en een europee kanarie werden nog wel gevonden maar roodborst,
dodaars en de toch ook wel de verwachte roodborsttapuit bleven
onzichtbaar. Jammer natuurlijk maar de lijst zou uiteindelijk op een
totaal van 112 soorten stoppen. Een respectabel aantal waarvan ik er
zelf exact 100 heb gezien of gehoord. Om 16.30 uur hadden we de boot
terug. Eenmaal op het vasteland werd afscheid van elkaar genomen en
ging ieder zijns weegs.

terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|