Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
    geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
   bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
  verhalen
   
   taal
   
  •  kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site
 


terug naar overzicht
van verhalen

 








 










 




    
  
 

 
Weekendexcursie vogelaars 2009
Tekst en foto's: Jan Grootelaar en Wim Wijering          
(Natuur- en Vogelwerkgroep 'De Grutto')      

Voor de 18e keer in opeenvolging organiseerde het nijvere duo Johan Drop en Wim Wijering in 2009 de jaarlijkse excursie naar het vogeleiland Schiermonnikoog.



Oktober
Daartoe hadden zij het weekend van 9 tot en met 11 oktober 2009 uitgekozen. Aan dit meerdaagse uitje, waarnaar menigeen al maanden van tevoren had uitgekeken, namen 24 personen deel. Aanvankelijk hadden zich zelfs meer dan 30 personen opgegeven. Vanwege bijzondere omstandigheden haakten er in de laatste week helaas 7 vaste deelnemers af. Gelukkig werd dit aantal ruimschoots gecompenseerd door een 8-tal nieuwelingen, waaronder maar liefst 3 jeugdigen. Kortom één grote natuurfamilie van jong tot oud, in leeftijd variërend van 8 jaar tot in de zeventig. Een enkel weerbarstig regenbuitje daar gelaten, hadden we tijdens deze 3-daagse over de weersomstandigheden niet te klagen. Vooral de vertrekdag vrijdag 9 oktober voltrok zich met prachtig zonnig weer.

Het eerste 2-tal vertrok overigens al een dag eerder en moest het meteen bekopen met een lekke band. Ook onze secretaris van de club, Jan Hoek, kreeg in de loop van het weekend met dit euvel te maken. Met wat improvisatievermogen kwam zoals altijd alles weer op z’n pootjes terecht.

Overtocht
De begroeting in Lauwershaven (ieder rijdt uit veiligheidsoverwegingen onafhankelijk van elkaar) was allerhartelijkst en al gauw was het overgrote deel van het gezelschap op het dek van de veerboot terug te vinden, weg van alle dagelijkse beslommeringen. Voor onze Rob was het de eerste keer dat hij de tocht naar één van de eilanden mocht meemaken. Hij genoot zichtbaar van de overtocht.                  

           

Vogels onderweg
Onderweg werd er vergeefs gespeurd naar een mogelijke slechtvalk op één van de boeien, maar wel lieten zich bekende kustsoorten zien zoals eidereend, bergeend, steenloper, bonte strandloper, tureluur, wulp en scholekster. Toen we aanmeerden stonden we meteen oog in oog met een uiterst mak paartje sneeuwgorzen, die zich tegoed deed aan de zaadjes tussen het plaveisel. Deze beestjes, afkomstig uit het sub-Antarctisch gebied, waren overduidelijk geen mensen gewend.

Boerderij 'De Kooiplaats'
Zo arriveerden bij ons logeeradres, boerderij De Kooiplaats. Toen onze gastheer Theun Talsma en zijn vrouw Margot ons gastvrij verwelkomden en onze bagage in ontvangst namen, zat de stemming er van meet af aan goed in. Nadat er was ingekwartierd, de bedjes waren opgemaakt en de inkoopploeg al terug was uit het dorp, werd een officieel moment ingelast voor het hijsen van de vlag. Onze beide organisatoren namen deze taak op zich, waarna voor dat weekend onze verenigingsvlag met de grutto fier wapperde op de Kooiplaats.


















 

Kobbeduinen
Tegen enen vetrok het voltallige gezelschap voor een eerste oriëntatietocht. Via de wadkant, werd per tweewieler koers gezet richting Kobbeduinen. Bekende soorten als koperwiek, roodborsttapuit, rot- en brandgans waren toen inmiddels al aangekruist. In de Kobbeduinen konden we al wandelend genieten van een groepje waarschijnlijk net gearriveerde koperwieken en kramsvogels, die zich tegoed deed aan de bessen van duin- en meidoorn.       

        

Al snel werd in de verte blauwe kiekendief en slechtvalk opgespoord, terwijl vanaf het Baken de bekende geluiden van groenpootruiters te horen waren. Op deze plek heb je goed zicht op de kwelder, waar wind en water gelukkig nog volledig vrij spel hebben. Dit oerlandschap is nimmer op de schop geweest. Waar tref je dat nog aan in Nederland?

Visje
Nadat een ieder dit alles op zich in had laten werken, werd even later via wat schelpenpaadjes en het bos ‘opgestoomd’ naar het dorp voor een lekker visje. De jeugd mocht daarbij voorop fietsen. In de voorste gelederen werd tussen het strandpaviljoen 'de Marlijn' en het bos de onmiskenbare en meermaals geuite kli kli kli klanken opgevangen van een erg late draaihals. Het is een bekend gegeven dat de Scandinavische populatie via de kust zuidwaarts trekt. Op 30 september 2009 werd ook nog een exemplaar op Ameland gesignaleerd.  Op de Waddeneilanden weet je het met een aantal soorten maar nooit. Zo zagen we enkele jaren geleden in de eerste week van oktober zelfs nog een heuse koekoek op Schiermonnikoog.

Het visje bij de Schiermonnikoger vishandel, smaakte als vanouds voortreffelijk. We zijn het er tot dusverre nog steeds over eens dat er in geheel Nederland geen betere bestaat.

Niet onvermeld dient te blijven dat degenen, die als eersten de kibbeling bestelden, deze als laatste kregen. Grrrrrrrr.
 

Tijdens de welkome pauze werd door nieuweling Jan (ons eigen baardmannetje, die het geluid van de draaihals gemist had), langs de neus weg gevraagd of z’n draaihals wellicht iemand was, die achterste voren op de fiets zat. De toon was daarmee gezet, wat ogenblikkelijk de reactie uitlokte dat er in Nederland ook weer een nieuwe vogelsoort was ontdekt, namelijk de zogeheten hooligans.

Intussen kreeg Wim een sms’je van het thuisfront dat hij opnieuw oom was geworden. Het gehannes met de knopjes voor een terugzendbericht met de felicitaties, duurde volgens sommigen bijna net zo lang als de zwangerschap zelf!?! Terwijl aansluitend in een wat minder gulzige maar nog altijd geestige bui een softijsje werd besteld, nam de organisatie contact op met ‘de Sapkûm’ voor het eten van de gezamenlijke maaltijd. Vanwege de grote groep en de drukte op het eiland had dat nog even wat voeten in aarde, doch dankzij onze goede contacten uit al die jaren, kon er tegen achten toch gereserveerd worden.

Gelaafd en wel was onze eerstvolgende fietshalte de Langestreek waar enkele dagen eerder nog een juveniele roze spreeuw zou zijn gezien. Met uitzondering van een 8-tal witte kwikken en de ijle roep van een boomkruiper viel ons echter niets op.



Van Westerplas naar Banckspolder en Jachthaven
Een doorstart werd gemaakt naar de Westerplas, de Banckspolder en aansluitend de Jachthaven. Bij de kijkhut was het ‘onmeunig’ druk, mede waarschijnlijk vanwege het fraaie najaarsweer. Als er een automaat had gestaan, hadden we nummertjes moeten trekken. De observatiehut voorziet absoluut in een behoefte. Wat ons betreft mag er best nog wel één extra geplaatst worden op; het liefst op een hoge plek. Met camera’s, telescopen en verrekijkers werd de plas, die vol met vogels zat, afgespeurd en vereeuwigd.            

Het zonnetje in de rug, een strakblauwe lucht, geestverwanten in de directe nabijheid en veel vogels om je heen, wat wil je als natuurlief hebber nog meer. Wij zagen kleine zilverreigers (35 stuks) te zijn. Verder vlogen smienten, pijlstaarten, slob- krak- en bergeenden af en aan en lieten zich ook meerdere grote mantelmeeuwen aanschouwen. Ook de geluiden van echte   baardmannetjes waren er te horen en lieten de eerste dodaarsjes zich zien.

Vogelspotplekken
De Banckspolder en de jachthaven zijn eveneens gewilde vogelspotplekken. Menige vogelaar  is daar eenvoudigweg niet weg te slaan. Vanaf de dijk liet zich een groepje van maar liefst 18 strandleeuweriken mooi bekijken. Vooral de koptekening van een mannetje in broedkleed spreekt tot de verbeelding.                                                   

Volgens enkele vogelaars op het eiland zou er ook een velduil rondzwerven, doch deze bleek bij nader inzien onvindbaar. Al snel konden soorten als kanoet, rosse grutto en zilverplevier worden genoteerd. Natuurlijk werd ook veel aandacht besteed aan wat ‘gewonere’soorten als bonte strandlopers, bontbekplevieren, wulpen, scholeksters en tureluurs. De aantallen waren deze keer wat magertjes. Geleidelijk aan ontbond het gezelschap zich en bleven de ‘diehards’ nog even staan, waarbij een grote groep kneutjes vergeefs onder de loep werd genomen naar fraters en of ijsgorzen.

86 soorten op 1 dag
Een voorafje in het Kalverhok, wat opkalefateren en daarna voor de 2e keer op de fiets naar het dorp. Bij onze eetgelegenheid was het weliswaar een drukte van belang, maar onze plaatsen waren keurig gereserveerd om meteen aan te schuiven. Eenieder liet zich de maaltijd goed smaken. Uitgerekend de 8-jarige Romy, de jongste in ons gezelschap, werd die avond ziek en heeft daarna een dag het bed moeten houden. Gelukkig heeft ze de zondag optimaal van 'Schier' kunnen genieten. Het personeel van de Sapkûm was zo bereidwillig om moeder en dochter ’s avonds thuis te brengen, Helemaal top!  Onder het genot van de nodige drankjes werd die avond onze Bennie ‘Hoed’ toegezongen vanwege zijn verjaardag.  Dat niet ieder er op tijd in lag, laat zich raden. Resteert de scorelijst van die dag met 86 soorten. Niet onverdienstelijk toch!  

Kweldertocht
De volgende ochtend waren de meesten van ons al vroeg uit de veren, omdat een tocht naar en door de kwelder op het programma stond. Sylvia liet ons om 07.15 uur behoorlijk schrikken door iets helemaal fout te doen met de waterkoker waardoor ogenblikkelijk de stoppen er door gingen. Een beetje slaaptekort wellicht? Nadat de elektriciteit was hersteld, er vele boterhammen waren gesmeerd, massa’s eieren met spek waren gebakken en sloten koffie, thee en melk waren gedronken, moesten helaas de regenpakken aan. Het weer was ’s nachts namelijk behoorlijk omgeslagen en het plensde aanvankelijk  behoorlijk. Op de kweldertocht rust de laatste jaren duidelijk geen zegen.

Nadat het vertrek een half uurtje was uitgesteld, leek het droog te worden. Dat duurde trouwens maar even en uitgerekend op dat moment vloog er warempel een boomvalk over ons heen. Mogelijk werd zijn jachtdrift opgewekt door enkele boerenzwaluwen die nog rond de Kooiplaats vlogen. Ook deze beide late waarnemingen gaan bij ons de boeken in. Ondanks de minder goede weersomstandigheden (de hemelsluizen openden zich opnieuw) sloten zich toch nog 14 mensen bij de 2 organisatoren aan met de 11 jarige Demi in koppositie. Zij hield zich dapper overeind in de behoorlijk avontuurlijke en natte tocht, die volgde.

Nadat de fietsen bij de Kobbeduinen waren 'geparkeerd, trokken we via het Biologenpad de zogeheten Oosterkwelder in, waarbij enkele slenken moesten worden beslecht. Menigmaal zonk deze of gene weg in de zachte en gladde smurrie. Regelmatig moesten er behulpzame handen aan te pas komen om de overkant te bereiken. Ondertussen zagen we een slechtvalk, een late bosruiter, wat groenpootruiters, wintertalingen, kleine zilverreigers en een enkele zilverplevier.

Onderweg vlogen ook regelmatig veldleeuweriken op, maar vooral veel graspiepers. Ook de wat grotere eilandhazen bleken nog lang niet uitgestorven. We vonden zelfs nog enkele behoorlijke uilenballen. Het kan haast niet anders of deze waren van een velduil. Helaas ging deze wenssoort - zo deze er al op dat moment was - niet voor ons op de wieken.   

Toen we al glibberend tussen de prachtige zeekraal door aan de wadkant arriveerden, bleek onze hoop op beter weer ijdel. Heel kort vingen we nog de karakteristieke geluiden op van enkele strandleeuweriken. Het merendeel van de leeuweriken daar betrof echter onze inheemse veldleeuwerik.  Het lag aanvankelijk in de bedoeling de wadkant in noordoostelijke richting te volgen en met het opkomend tij te genieten van grote groepen waadvogels. Helaas hadden we de regen tegen en besloten we zelf maar een stukje te gaan waden. Links en rechts naast samenstellers liep overigens menige steltloper, compleet met statief en telescoop. De apparatuur bleef bij de meesten  van ons echter noodgedwongen in de tas en onder het plastic. Uiteraard waren er vogels te zien; vooral brandganzen, rotganzen, bonte strandlopers, bergeenden, wulpen en scholeksters.



Langs de wadkant en door het water werd de route vervolgd richting aanlegsteiger om na de eerstvolgende slenk weer de kwelder in te gaan. Het werd me het tochtje wel, dwars door een gebied waar de kwelderdynamiek nog steeds vrij spel heeft. Maar avontuur in een oase van rust en ongereptheid heeft ook zo zijn charme. Ieder genoot ervan op zijn eigen manier; enkelen zelfs hopend op een opvliegend bokje. Dat de regen toch wat wazig maakt, bleek toen één der onzen een veldleeuwerik aan zag voor onze kleinste snip.  

Na veel gezwoeg, maar nog steeds genietend, waren we tegen half elf terug bij de fietsen. Het voorstel om vanaf de Kobbeduinen door te trappen naar het strandpaviljoen voor een warme kop thee, koffie of chocolademelk werd met veel animo begroet. Als natte poedels kwamen we daar aan.                                        

Na ons ontdaan te hebben van de natste spullen, stond het al spoedig vol met dampende mokken en koppen, uiteraard met gevulde koeken, stukken bosvruchtenvlaai en wafels met slagroom. Terwijl de natte kledij de kans kreeg op te drogen, keerden de praatjes terug en vonden tegen half twaalf de weergoden het genoeg om ons nog langer op de proef te stellen. Tijd dus om een strandwandeling te maken. Voor zeetrek waren de omstandigheden niet gunstig, hoewel er op enig moment wel een juveniele Jan van Gent voor ons langs vloog. Ook vloog het af en aan met lange slierten eidereenden en werden zowaar in de verte nog enkele zwarte zee-eenden ontwaard. Ondanks gedegen speurwerk werden er geen duikers (of je zou daar de fuut toe moeten rekenen) en sterns gesignaleerd. Aan de Noordzeekant (waar anders) lieten zich uiteraard wel enkele drieteenstrandlopers bekijken. Op het strand lag het vol met pas aangespoelde zeesterren, oorkwallen, mesheften en wat dies meer zij.                                                  

Leuk materiaal om eens van nabij te bekijken. Niet eerder hebben we zoveel zeesterren bij elkaar gezien. Intussen vermaakte onze jeugdige Rob zich opperbest in het opkomende zeewater. Hij ontpopte zich gedurende het weekend tot een ware all rounder. Van drager van optische apparatuur (door sommigen betiteld als pakezel), tot lijstinvuller, aanstormend vogelkenner tot toekomstig oceanoloog.  

Tegen enen maakten we rechtsomkeert en smaakten het genoegen van een kleine fladderaar op het strand. Pas toen deze nota bene op de laars van Marcel Grunder plaats nam, kon het dodelijk vermoeide beestje worden gedetermineerd als een goudhaan; om precies te zijn van het vrouwelijk geslacht. Na een korte rustpauze fladderde (vliegen kon je het niet noemen) het amper 10 gram wegende beestje de duinen in om bij te komen of te sterven.                                                   

We staan er wellicht niet vaak bij stil, maar veel (vooral jonge) vogels komen op deze wijze jammerlijk om tijdens hun trektocht naar oorden met betere voedselomstandigheden. Jammer, maar o zo natuurlijk. We staken aansluitend dwars het eiland over via de Monnik naar de wadkant. Gehoopt werd op wat bladkoninkjes onderweg, maar dat werd ons helaas niet gegund. Wel zagen de voorste fietsers in een fragment het vliegsilhouet van wat een bijeneter had kunnen zijn. Onze Janneman keerde bij deze melding op zijn schreden terug, maar heeft   de vogel niet terug kunnen vinden. We zullen ons ongetwijfeld vergist hebben. Maar zoals gezegd, niets is onmogelijk op de eilanden.

Onze timing verliep helaas niet helemaal voorspoedig, omdat het water toen al op veel plaatsen tot aan de dijkrand stond. Jammer, want we hadden van het opkomend tij en opschuivende vogelaantallen heel wat meer verwacht. De gebruikelijke soorten als een dag eerder waren ook nu weer ter plekke, maar nieuwe interessante soorten werden niet ontdekt. Wel zat her en der nog menige tapuit.
  
Bij het vliegen van kei tot kei was prachtig mooi het zwarte T-stuk te zien op de overigens witte staart. Zijn het Groenlandse tapuiten? Wie zal het zeggen. Je moet ze welhaast in de hand hebben om dat te kunnen beoordelen. Van deze ondersoort is in ieder geval bekend dat ze wat later doortrekken. Na een poosje te hebben rondgeneusd werd koers gezet naar het dorp voor het o zo belangrijke gebakken visje na zoveel inspannende buitenactiviteiten. Lekker hoor, zo’n culinair tussendoortje. Na de inname van nog eens redelijke hoeveelheden softijs, namen we hartelijk afscheid van onze oudste en jongste deelnemer. Zij hadden het nodig om op de Kooiplaats bij te komen van de pittige ochtend en voormiddag.

De rest van het gezelschap peddelde door richting Westerplas, waarbij wederom werd gelet op een mogelijke afwijkend gekleurde spreeuw. Bij Klein Zwitserland was mooi een groepje groenlingen te zien, die zich te goed deed aan rozenbottels. Ook zaten er links en rechts koperwieken. Een roze spreeuwen werd echter niet ontdekt. Bij de kijkhut was het gelukkig deze keer wat minder druk. Dezelfde soorten vogels zaten er ook nu weer, hoewel ook enkele waterrallen zich lieten horen. Een eindje verderop scharrelden een 13-tal baardmannetjes door het riet en was ook de havik weer van de partij. Ook werd even later nog een Nijlgans ontdekt.  Een dergelijke soort is niet bepaald spectaculair, maar de soort ontbrak nog op onze gestaag groeiende lijst. Geleidelijk viel daarna de groep uiteen; de één bezig met fotografie, de ander met filmwerk, weer anderen wilden nog even wat kilometers maken, terwijl de rasspeurders het Westerstrand onder de loep namen. Echte bijzondere soorten werden echter niet meer ontdekt.. Wel nog werd een oeverpieper gesignaleerd langs de dijk. Ook vermeldenswaard is dat Jan Grootelaar onderweg van de fiets kieperde toen hij met zijn jas achter het zadel bleef steken. Dat overkomst zelfs de beste.

Terug bij de Kooiplaats wachtte ons een verrassing. Theun had naast een partij aangespoelde stofzuigerslangen, ook een jonge zeehond, een heuse huiler, op het strand aangetroffen.

Te oordelen naar de geluiden had het diertje last van longworm. Voordat de onfortuinlijke gast in een mand op de boot werd gezet richting zeehondencrèche van Leny ’t Hart in Pieterburen, konden we snel nog wat plaatjes schieten.

Trouwens over honden gesproken. Bij terug keer had Rob even de deur van zijn  slaaponderkomen open laten staan. Wat schetst zijn verbazing bij terugkeer. Lag toch zo maar de hond van Theun met bemodderde poten tussen de lakens; het zal je bedje maar wezen!  En over aangespoelde goederen gesproken: Enkele dagen eerder was ook nog een partij gewatteerde jassen (volgens Theun met bont afgezet) aangespoeld. Volgens hem waren de jassen bestemd geweest voor de Russische markt. Hij prees zijn jutterswaar nog wel bij ons aan, maar volgens ons is er niet één van eigenaar gewisseld. Wel nog hebben we onze secretaris met enkele stofzuigerslangen zien zeulen. Tegen half zeven zaten we met z’n allen weer bij de Sapkûm. Ook nu weer was het er beredruk. Gelukkig hadden we tijdig gereserveerd en smaakte het eten voortreffelijk.

De zaterdagavond staat gewoontegetrouw te boek als een gezelschapsavond, waarbij ieder jaar door Wim een presentatie wordt verzorgd over de belevenissen van een jaar eerder. Geregeld kreeg hij de lachers op zijn hand met bijzondere actie- of kolderieke foto’s van een jaar eerder. Uiteraard werd aan de prachtige natuur van Schiermonnikoog eveneens volop aandacht besteed. Theun en Margot worden bij deze avond steevast uitgenodigd.                 

Dat schept al jaren een extra band met onze gastheer- en gastvrouw.  In de pauze en na afloop kwamen de snacks, de hapjes en de drank in recordtempo op tafel. Het moet gezegd: Een dergelijk samenzijn kan heel gezellig zijn. Jan Nijmeijer ontpopte zich gaandeweg de avond als een volleerd verhalenverteller en met het vullen en hervullen van de glazen werden zijn story’s steeds smeuïger. Menigeen ging pas in de vroege uurtjes slapen.  Het was me het dagje wel. Resteert de totaalscore tot dan, waarbij we op 2 na net niet de 100 haalden.  

Voor de zondag gold: ‘De wens van de mens’.  Sylvia maakte van de gelegenheid gebruik om enkele liefhebbers ( 7 in getal) mee te krijgen naar de Balg. Op de fiets wel te verstaan, waarbij niet zelden door mul zand en “diep”water moest worden gepedaleerd. De rest verkoos andere bestemmingen, zoals het maken van een strandwandeling of er gewoon met de camera op uit voor de presentatie van volgend jaar. Voordat het echter zo ver was had een aantal onzer het plasje in de buurt weer eens afgespied en net als de 2 voorgaande dagen werd wederom een ijsvogel gespot. Er zat warempel ook nog een grote zilverreiger; een soort die je doorgaans niet vaak op Schier te zien krijgt.       

Tijdens de Balg- en de strandtocht werden verder vele rotganzen en eidereenden waargenomen. Opmerkelijk was de waarneming van een albino eider. Jammer dat er geen foto’s van zijn. Ook werden nog 5 slechtvalken - dicht bij elkaar - gespot, waarmee het aantal van deze prachtige roofvogel dat weekend op 8 kwam. Daar kun je mee thuis komen, toch! Ook werden heel veel koperwieken gezien en ook nog eens een 60-tal zeehonden. Wim, die in zijn eentje met de camera op stap was, noteerde bij de aanlegsteiger 2 sneeuwgorzen, een zwarte ruiter en een juveniele Noordse stern.                                                  

Een poosje later kreeg hij een oproep mee van beflijsters in de buurt van de Westerplas. Onderweg ernaartoe stak zowaar een waterral het schelpenpad over en tengtengden enkele baardmannetjes in het riet. Hij smaakte verder het genoegen om 2 beflijsters, een absolute oktobertrekker, op de aangeduide plaats aan te treffen. Opnames konden helaas niet worden gemaakt, omdat het uitgerekend op dat moment weer begon te sijpelen.

Dat laatste was de anderen kennelijk ook niet ontgaan, want kort na elkaar meldde een groot deel van de groep zich voor de laatste keer bij de visboer. Toen de waarneming van beflijsters ter sprake kwam, besloot het clubje fanatici om ook nog een poging te wagen. Geregeld werd er gestopt, maar de geschubde merels' lieten zich aanvankelijk niet zien. Wim smaakte niet veel later echter opnieuw het genoegen  – toen hij een eindje vooruit fietste - om tenminste 3 beflijsters, te horen en over te zien vliegen. Gelukkig hebben 2 anderen de vogels ook nog in een glimp gezien dan wel gehoord. De rest had eenvoudigweg pech. Door deze late actie was het aanpezen geblazen om op tijd terug te zijn voor het inpakken van de spullen en het schoonmaken van onze onderkomens. Natuurlijk moest ook de vlag nog worden gestreken.

Bij menigeen was na het poetsen en het dweilen de accu aardig leeg en ‘kachelden’ we, na hartelijk afscheid te hebben genomen, gezapig naar de steiger, waar de boot en de bagage al op ons lagen te wachten. Tussen vier en half vijf meerden we af, terwijl er een forse bui aan stond te komen. Er werd in de vooravond zelfs lichte storm voorspeld. Daar hebben we echter niets meer van meegekregen. In Lauwershaven werd een ieder de hand gedrukt en liet elke deelnemer weten het voortreffelijk naar de zin te hebben gehad, inclusief de nieuwelingen.

We kunnen er dus weer een jaartje tegen. Oh ja, onze eindscore eindigde op 101 (vogelsoorten wel te verstaan).



Voor de website van natuur- en vogelwerkgroep 'De Grutto', klik hier.

terug naar overzicht van verhalen         naar bovenzijde pagina