|
|
terug naar overzicht
van verhalen

|
De
mooiste werkplek
Verhaal over
vuurtorenwachter Ted van der Zee door Ben Tramper
Hij is verzot op de zee
en verknocht aan het eiland waar hij werd geboren en als kind zijn
vrije tijd doorbracht in strandhutten en grienden. Beide voorliefdes
komen samen in het werk dat hij al meer dan dertig jaar, bij nacht
en ontij en op eenzame hoogte, verricht op zijn post in de duinen
van Schiermonnikoog.
Niet voor niets duidt Ted van der Zee (foto),
mogelijk een van de laatsten der vuurtorenwachters, zijn
kantoorruimte aan als 'misschien wel de mooiste werkplek van
Nederland.' |
 |
Elke ochtend loopt het kleine kind met zijn blonde krullen aan de
hand van opa naar de strandovergang aan de noordkant van het eiland.
Op zijn klompjes nadert het kereltje het hek, waartegen onbekende
mensen hun fietsen werpen om zo snel mogelijk een plek bij de
waterlijn te zoeken. Samen kijken ze naar de zee en luisteren ze
naar het gehuil van de zeemeeuwen boven de duinen. Opa neemt foto’s
van het samenspel van zee en wolken, de tweejarige Hille verzamelt
schelpen.
Het ochtendbezoek duurt altijd een halfuurtje en eindigt steevast
met hetzelfde ritueel. 'Opa', schreeuwt Hille dan, 'we moeten de
vuurtoren nog omduwen.' Samen zetten ze hun handen op het rode beton
en zakken ze lichtjes door de knieën. Dan spannen ze, als atleten in
de startblokken, alle spieren aan en proberen ze met alle kracht die
in hen is, de kolos omver te krijgen. 'Nee', zucht opa, 'vandaag
lukt het niet, Hille. Morgen proberen we het opnieuw.'
Het tafereel gaat volledig voorbij aan de man die een uur eerder
door de houten deur van de roodgeverfde toren naar binnen stapte en
ruim 40 meter hoger, op de op een na hoogste verdieping, vanachter
een bureau met acht computerschermen vragen van roergangers op zee
beantwoordt.
'Yerseke
28, geen bijzonderheden, over', zegt nautisch verkeersleider Van der
Zee via kanaal 5 van de marifoon. 'Begrepen', klinkt het aan de
andere kant van de lijn. 'Dan gaan we nog een paar trekjes maken op
zee, over.' 'Goede vangst. En tot ziens maar weer.'
Blote oog
Van der Zee houdt de scheepvaart nauwlettend in de gaten. Via het
radarscherm op zijn bureau, maar ook met het blote oog. Als nautisch
verkeersleider -Rijkswaterstaat spreekt liever niet van
vuurtorenwachter- voorziet hij zeevaarders, vissers en watersporters
van allerhande gegevens: over de waterstanden in de vaargeulen, de
golfhoogte, de getijdenbewegingen en de weersvooruitzichten. Mocht
er zich op zee een calamiteit voordoen, dan tekent hij namens de
kustwacht voor de coördinatie van een eventuele reddingsactie.
Meer dan dertig jaar
Ted van der Zee doet zijn werk als verkeersleider al meer dan dertig
jaar. Met groot plezier, zegt hij zelf. Alleen al vanwege het
uitzicht dat de ramen van zijn ronde werkkamer bieden. Zuidwaarts
bevindt zich, dynamisch als altijd, de Waddenzee, die elk etmaal
volstroomt met honderdduizenden kubieke meters water. Trekt de zee
zich terug, dan vallen zandplaten en slikken droog. De
verkeersleider volgt de veranderingen van geulen en kreken op de
voet. 'Vooral na stormen en onweer kan de situatie opeens heel
anders zijn', zegt hij.
Terschelling-Eemsroute
Noordwaarts ligt de Noordzee, met op een afstand van zo’n 20
kilometer de zogenaamde Terschelling-Eemsroute. Jaarlijks maken
400.000 zeeschepen er gebruik van. Als kleine, donkerblauwe
speldenknoppen bewegen ze zich voort aan de horizon. 'In de
weekenden komen soms enkele coasters naar het eiland toe. Vlak voor
de kust gaan ze voor anker en viert de bemanning de zondag', aldus
Van der Zee. Op het radarscherm worden de schepen gemarkeerd. 'Mocht
een schip op drift raken, dan geeft de computer een alarmbelletje en
kunnen wij de schipper waarschuwen.'
Basisgevoel van vrijheid
Westwaarts van de toren wenkt Ameland, oostwaarts het natuurgebied
van Schiermonnikoog. De verkeersleider kent het als zijn broekzak.
'Als kind trokken we er dagelijks opuit. We bouwden hutten, we
speelden op het strand. De zee had ons veel te bieden. Er spoelde
meer aan dan tegenwoordig: kleren, gymschoenen, flessen met whisky,
sloffen met sigaretten. Al die ervaringen zorgden ervoor dat zich
diep in mij een basisgevoel van vrijheid ontwikkelde.'
Hij is dat gevoel nooit meer kwijtgeraakt. 'Alle eilanders kennen
het', zegt hij. 'Het is de ruimte die trekt, de zee die lonkt. In de
jaren 70 heb ik in de omgeving van Arnhem gewoond. Hoe mooi het er
ook is, ik kon het er niet uithouden. Als ik ergens langer dan drie
of vier dagen ben, dan voel ik me ongemakkelijk. Dan moet ik het
zeewater ruiken. Vandaar dat ik meteen solliciteerde toen ik hoorde
van een vacature op de vuurtoren van Schier. Het werk sprak mij aan
en het bood mij de mogelijkheid terug te keren naar mijn roots.'
Zeehond
Zijn passie voor de zee heeft Van der Zee niet van een vreemde. Net
als veel andere eilandbewoners nam zijn vader jarenlang deel aan de
walvisvaart. De kaken die her en der in het dorp zijn opgesteld,
herinneren aan de tijd waarin jaarlijks een vloot uitvoer richting
de Zuidpool voor de jacht op walvissen. 'Mijn vader zat maanden op
zee. Als hij terugkwam, vertelde hij over het leven aan boord van de
Willem Barendz, het schip waarmee de expedities werden uitgevoerd.
Hij was beenzager en hielp onderzoekers van de universiteit bij het
uitzagen van koppen.'
Geen golf is dezelfde
Hoe verklaart Van der Zee zijn niet te stuiten drang om bij de zee
te zijn? 'Moeilijk te zeggen', reageert hij. 'Ik kan er uren naar
kijken. Geen golf is hetzelfde. In mijn vrije tijd ben ik veel op
het water te vinden. Mijn vrouw en ik varen regelmatig uit met onze
Seawitch, een 11 meter lange zeilboot. Als je een nacht op het wad
hebt gedobberd, kan het ’s ochtends gebeuren dat uit het
wateroppervlak naast je schip opeens de kop van een nieuwsgierige
zeehond omhoogsteekt. Met in die mooie, ronde ogen de vraag: Wat doe
jij hier?'
Eén met land, zee en lucht
Gezeten in de werkkamer van zijn vuurtoren voelt Van der Zee zich
altijd één met land, zee en lucht. Het turen naar de einder kan
zomaar allerlei diepzinnige gedachten bij hem losmaken. 'Vanuit mijn
stoel kijk ik bij helder weer 50 kilometer van me af. Verder kan
niet. Vanwege de kromming van de aarde. Soms ervaar ik bij het zien
van de horizon een prikkeling van mijn nieuwsgierigheid. Wat ligt er
achter de streep waar lucht en water elkaar raken? Waar kom ik uit
als ik over die streep heenga?'
Zijn waarnemingen vallen in het niet bij de grootheid van het
heelal, zegt Van der Zee. De uitgestrektheid van de zee geeft hem op
onzegbare wijze een besef van eigen nietigheid. 'Allerlei vragen
gaan dan door me heen. Waar begint de wereld? Waar eindigt hij?
Antwoorden heb ik niet. Maar ik geloof dat er een bijzondere macht
is die kan klaarspelen wat wij nooit ofte nimmer kunnen klaarspelen.
Dat moet wel.'
Visie op het leven
Over zijn visie op het leven laat de vuurwachter zich in het bijzijn
van anderen slechts af en toe uit. 'Eilanders zijn het niet gewend
met elkaar over geloven te spreken', zegt hij. 'We gaan onze eigen
weg. Net als op het vasteland zijn de mensen op Schier ook mondiger
geworden. Wat de dominee zegt, is niet bij voorbaat waar. Velen zijn
lid van de kerk, maar doen er niet veel aan. Vijftig jaar geleden
kwamen er op zondag zo’n negentig mensen tijdens de diensten bijeen,
nu hooguit dertig.'
Mysterieuze krachten
In de zee gaan mysterieuze krachten schuil, weet Van der Zee. Op de
toren komt hij ermee in aanraking, maar ook in zijn boot. 'Bij
slecht weer gaan de golven metershoog. Hoe dichter bij de kust, hoe
steiler ze zijn. Brekers zijn het gevaarlijkst. Als een golf het
hoogste punt bereikt en op dat moment als een watermuur instort, heb
je het zwaar te verduren. Dan krijg je een enorme klap te verwerken.
Zie dan je bootje maar bestuurbaar te houden.'
Tijdens hevig stormweer verandert de zee, vanaf de vuurtoren gezien,
in een schuimende watermassa. 'De wind giert en brult om je heen',
aldus de verkeersleider. Bang is hij nooit. De adrenaline gaat pas
omhoog bij een alarmmelding. Juist in noodsituaties is het zaak kalm
te blijven, zegt Van der Zee. 'Meestal belt de vrouw in paniek,
terwijl de man aan het roer staat. In zulke ogenblikken merk ik het
voordeel van mijn persoonlijke ervaringen op zee. Dat schept
vertrouwen en stelt de mensen aan boord enigszins op hun gemak. Soms
geef ik een advies over het strijken van een zeil, soms stel ik voor
de golven te tellen; op de Noordzee geldt de regel dat één op de
zeven golven vaak een heel grote is.'
Kan het op de Noordzee spoken, op de Waddenzee niet minder. November
2006 raakten vijf schepen van de bruine vloot, met in totaal zo’n
honderd kinderen aan boord, verzeild in noodweer. Daarbij deden zich
ook waterhozen voor. 'We hadden er grote moeite mee om al die
opvarenden in veiligheid te brengen', herinnert Van der Zee zich.


terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|