|
|
terug naar overzicht
van verhalen
|
Twee
korte verhalen
door Rinske
Borstlap
---------------------------------------------------------------------------------------------
Een tocht om nooit te vergeten
Toen ik
vier jaar was kwamen mijn ouders Joke en Ernst en ik op 't eiland
wonen. De meeste avonturen heb ik overdag meegemaakt, maar één
nachtelijk avontuur blijft mij altijd in mijn geheugen gegrift.
Toen ik een jaar of
negen was maakte ik kennis met paardrijden; een heerlijk iets, op
zo'n heerlijk eiland met zijn oh zo mooie natuur. Op den duur had ik
een Fjord genaamd 'Sindris' tot mijn beschikking. Zij was eigendom
van mevrouw Rodenberg. Het was de liefste pony die er maar bestond.
Ik kon bij wijze van spreken met haar lezen en schrijven. Zonder
zadel en alleen een halster heb ik menige rit over het strand gemaakt.
Samen met Bianca Lancee - die ook een verzorgpony had en met wie ik
veel buitenritten maakte - heb ik 'mijn nachtelijke avontuur'
gehouden.
Het was een mooie zomeravond, de zon was al onder en om een
uur of tien gingen we op pad met 'onze' pony's. Naar het
strand ging onze rit! Het was volle maan en helder en dus was er een
redelijk zicht. Het strand was stil en verlaten, het enige wat je
hoorde was de branding en het gekwetter van vogels vlak voor ze gingen
slapen.
De lichtbundel van de vuurtoren scheen ons ritmisch bij,
maar verder was het donker (beetje blauwig zelfs). Dankzij de maan
konden we keurig de hobbels en kuilen van het vlakke strand
onderscheiden en zo baanden we ons een weg door de nacht. De pony's
waren heel rustig, zo zelfs dat we een gallopje gewaagd hebben.
Heerlijk! Een tocht om nooit te vergeten!
---------------------------------------------------------------------------------------------
De 'zeekakkelobbes'
Een bijzondere,
maar niet fijne jeugdherinnering; een herinnering waar ik nog vaak
met mijn moeder naar terug kijk/ruik.
Ik
zal een jaar of zes geweest zijn denk ik. Ik was met mijn moeder een
strandwandeling aan het maken. Zoals we er vele hebben gemaakt,
liepen we waarschijnlijk vanaf 'De Grilk' (nu 'De Marlijn') richting
paal 10/11.
Ergens halverwege het strand stuitten we op een aantal stuifduintjes
en een oude vloedlijn die grotendeels onder gestoven was. Lopend
over de mulle stuifduintjes trachtten we bij de zee te komen. De
stuifduintjes liepen erg zwaar behalve één; deze was ietwat stevig
en veerde heerlijk mee. Het was een soort trampoline of een
ondergestoven matras met binnenvering...
Samen met mijn moeder stond
ik daar heerlijk op te hopsen, totdat een zeer onwelriekende geur
onze neusgaten bereikte. Een geur van... tja.. wat was het
eigenlijk? Iets dat erg lag te rotten in ieder geval en al een
redelijk lange tijd. Een groenig gele drap kwam door het zand heen
gesijpeld en vol afschuw sprongen we van die walgelijke massa af...
Sinds die tijd praten wij over ons avontuur van 'de zeekakkelobbes';
een beest dat - als het zo'n naam heeft - wel erg moet stinken...als
het niet meer leeft....
---------------------------------------------------------------------------------------------

terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|