|
|
terug naar overzicht
van verhalen
|
Met de
fotoclub naar Schiermonnikoog
Tekst en
foto's: Marjon Meinders
Een tijdje geleden zijn we op een zondag met een paar leden van de
fotoclub naar Schiermonnikoog geweest De dag begon somber en
grijs. Eenmaal in Lauwersoog begon ik mij af te vragen of ik wel
warm genoeg gekleed was. Met mijn spijkerbroek, t-shirt en katoenen
trui had ik het niet bepaald warm.
Terwijl we wachtend op
de boot een kopje koffie dronken, bekeken we lacherig de andere
eilandbezoekers. Verschillende van hen waren zomers gekleed met
korte broeken, mouwloze hempjes en slippers. Volkomen getikt in onze
ogen.
Eenmaal op het eiland besloten we geen bus of taxi te nemen maar al
fotograferend naar het dorp te gaan lopen, een kleine 4 km ongeveer.
Het weer mocht dan grijs lijken, het licht was prachtig. Door de
lage bewolking werd het zonlicht zacht gefilterd waardoor alles wat
leek te gloeien. Al fotograferend vorderden we maar langzaam, maar
omdat ieder van ons fotografeerde was dat geen probleem.
Uiteindelijk kwam het dorp in zicht, al duurde het
daarna nog even voor we al fotograferend een plekje op
een terras hadden gevonden.
Na de cappuccino en het appelgebak gingen we weer op
pad, dit keer richting het strand. Onderweg daar naar
toe kwamen we langs een gebiedje dat vol stond met
veenpluis. Wat een wonderlijk plantje is dat toch.
|
 |
Het strand waar we op terecht kwamen was maar een vreemd soort
strand. De zee was nergens te bekennen. In de verte waren trillende
streepjes te zien, mensen die als fata morgana’s langs de waterkant
in de verte liepen, te ver voor mijn camera.
Het was ondertussen knap heet geworden. Mijn trui hing al een tijdje
aan mijn rugzak, aan de spijkerbroek, dikke wandelsokken en zware
wandelschoenen kon ik helaas niets doen. Spijtig bedacht ik dat die
rare mensen van vanmorgen nog niet zo gek waren gebleken.

|
Als ik
aan stranden in Nederland denk, heb ik grote vlakken
zand voor ogen, misschien hier en daar een rand
schelpen, achtergelaten door de zee. Maar dat ik op het
strand plantjes zou zien groeien had ik echt niet
verwacht. In eerste instantie leken de bloemetjes
onbeduidend, maar eenmaal door de macrolens het plantje
bekijkend, begreep ik pas hoe sterk ze moesten zijn.
Ondanks het gewicht van het zand, wisten ze toch nog
overeind te blijven.
|
|
Tussen al
die zanderige plantjes was ook een bloemetje zonder zand
te zien. Het bloemetje deed mij denken aan die vrouwen
die op de meest ruige reizen er toch nog onberispelijk
uit kunnen zien.
Voor de
meeste mensen op het eiland zal het doorbreken van de
zon vast heerlijk zijn geweest, voor ons fotografen was
het een stuk minder. Het felle licht liet alles er saai
uit zien, het leek de kleur uit de dingen te halen.
|

|
 |
We
volgden de duinen langs het strand om verderop wat
te gaan eten. Halverwege werden we ingehaald door
een dame. Of wij wisten of het nog ver was naar de
eerstvolgende tent waar wat gedronken kon worden.
Een van de clubleden wees naar twee gele keten in de
verte. 'Bij de keten is een strandtent, het is dus
niet zo heel ver meer'. |
Maar zelfs vanaf deze afstand konden we zien dat de strandtent nog
niet was opgebouwd. Alleen de palen staken in het zand.
De
vrouw sjokte verder. Ze draaide zich nog even om om naar iemand
achter ons te roepen dat ze haar schoenen maar uit moest doen als ze
zo’n last had van haar voeten. Op het strand kon je immers heel goed
op blote voeten lopen ?
Even later werden we ingehaald door een jongedame die zeer moeizaam
liep. Ook zij vroeg of het nog ver was naar de eerstvolgende
gelegenheid waar ze wat kon drinken. Ze was al vier uur op de been
en dus doodop. Je zou bijna gaan denken dat we door de woestijn
liepen in plaats van op het strand van Schiermonnikoog.
Wij stonden weer eens stil om foto’s te maken, de jonge vrouw sjokte
verder. Haar schoenen en leren jasje had ze nog steeds stevig dicht
geknoopt. De strandtent was inderdaad nog niet opgebouwd. Het was al
juni, zou het dan nog wel gebeuren dit jaar ?
De
zee was nog steeds ver weg. De twee keten leken doelloos op de grote
zandvlakte te staan.
Aan de andere kant van de duinen was een hotel/restaurant, hoog tijd
voor een lunch. Vanaf de hekken rondom het terras werden we flink in
de gaten gehouden door kauwtjes en mussen. Als een groep
revolverhelden trok iedereen zijn camera om ze eens uitgebreid te
fotograferen. Het zal er wel vreemd hebben uitgezien voor de andere
gasten.
De mussen en kauwtjes waren knap brutaal. Toen ik eenmaal mijn
broodje tonijn had gekregen durfde ik de vogels niet meer te
fotograferen, bang dat ze mij het brood van het bord zouden pikken.
Het was een prima dag, ik moet toch eens vaker naar de eilanden.


terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|