Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
    geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
   bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
  verhalen
   
   taal
   
  •  kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site
 


terug naar overzicht
van verhalen




    
  
 

 
Intens eilandgevoel
door Jeff Keustermans

Stipt om twintig over acht rijdt de bus naar Lauwersoog voor. Er zitten vijf passagiers in de bus. Ik lees het krantje dat ik op het station in mijn handen geduwd kreeg. Uitgestrekte polders trekken voorbij, geen mens te zien in het dichtstbevolkte land ter wereld. De zon verschijnt en de regen stopt: het wordt een leuke 'blue sky' dag.

Ook de veerboot vaart vandaag met verlies. Hier en daar hoor ik Fries praten. Ik versta er een aardig woordje van. Op een scherm volg ik hoe het schip zijn weg zoekt. De vaargeul maakt een grote bocht. De Waddenzee is op sommige plekken te ondiep om rechtstreeks naar het eiland te kunnen varen.

Omdat ik jaren geleden met enkele vrienden op Texel eens in een piepklein huisje terecht was gekomen, had ik besloten om een voldoende ruim huis te huren: voor vier personen. Met uitzondering van de laatste nacht, zal ik de hele week de enige gast zijn. De voordeur is niet op slot. 'De sleutel steekt aan de binnenkant', had de eigenaresse gezegd, voor het geval ik de deur ooit wel op slot zou willen doen. Een ruime voorraad hout ligt klaar. Ik droom van een goed boek bij het knetterende haardvuur. Buiten gaat het vriezen of gezellig mistig zijn, hoop ik.

Met amper 1000 inwoners vormt Schiermonnikoog de kleinste gemeente van Nederland. Alle winkels zijn open en in het kleine maar levendige centrum fietsen, praten, kopen de dorpsbewoners alsof er hier nooit een toerist komt. De weinige toeristen die er in het laagseizoen toch zijn, vermengen zich onopvallend, zodat het niet gemakkelijk is te weten wie hier woont en wie hier op bezoek is.

Ik doe mijn inkopen in de enige supermarkt, waar ik alles vind. Alleen het assortiment kant-en-klare maaltijden is wat beperkt. Dat wordt dus zelf koken (aan verse producten geen gebrek)... of de restaurants proberen. De drogisterij verderop in het dorp is tegelijk postkantoor. De boekhandel heeft een ruim assortiment aan tijdschriften en boeken. Aan het pad naar de Rabobank en bij hotel Duinzicht, vormen metershoge walviskaakbeenderen de ingangspoort. Anders dan op sommige andere Waddeneilanden ligt op Schiermonnikoog slechts 1 dorp en ik voel me er onmiddellijk thuis.

De structuur van het oude dorp is uitgesproken en werd bedacht door de toenmalige Duitse privé-eigenaar van het eiland. 'Ordnung muss sein': langs een gerespecteerde rooilijn staan kleine karakteristieke eilander huisjes, vlak naast elkaar (amper een meter ertussen telkens), over een lengte van vele honderden meters. Voor de huisjes ligt een voetpad, afgeboord met een haag, een breed grasveld en dan een laan met bomen. Ik ontdek twee dergelijke rijen in het oude dorp: de Langestreek en de Middenstreek. Later toegevoegde straten lopen losser van elkaar. Sommige huisjes hebben een klein bijgebouw, het 'lytje hus' in de lokale taal. Deze lokale taal wordt nog door een 70-tal bewoners gesproken.

Ondanks de strakke bouwlijn, straalt het geheel een grote warmte, schoonheid en rust uit. Heerlijk gevoel.

Ik huur voor enkele dagen een fiets. Mijn eerste tocht gaat zuidwaarts. De lage middagzon schijnt aangenaam in mijn gelaat, maar mijn handen blijven fris. Vanaf de veerdam van de jachthaven, zie ik hoe de Waddenzee door het laagtij ver is teruggetrokken. Ik fiets verder oostwaarts. rechts ligt de Waddenzee en links de uitgestrekte intens groene weilanden van de Banckspolder.

Het fietspad laat de Waddenzee rechts liggen en kiest voor een natuurgebied van zand en stugge grassen: de kwelder. Deze uitgestrekte vlakten worden geregeld door het zeewater overspoeld. Dat leidt tot een open landschap met lamsoor, Engels gras en zeealsem. Bomen groeien er niet.

Met de fiets kom ik gemakkelijk bij de meer dan twintig kilometer lange, zeer brede stranden. Op de zandbanken in de verte liggen zwarte stippen: zeehonden. Pech, m'n verrekijker thuis laten liggen.

Langdurig verloren rijden is hier onmogelijk. Het eiland is te klein en zoals overal in Nederland zijn de fietspaden uitstekend bewegwijzerd. Via het Bospad en het berkenpad kom ik langs de ijsbaan terug in het dorpscentrum.

Er staan heel wat fietsen voor de witte gevel van Hotel Van der Werff. Een oud, geel ANWB-gevelbordje aan de ingang met een afbeelding van een oude fietsp
omp en het woord 'voetpomp', maakt me duidelijk dat dit hotel een soort publieke functie vervult. Mijn banden zijn nog prima opgepompt, maar zelf wil ik ook wel tanken. De tegenwind bij het laatste stuk maakte me dorstig. Het westelijk deel van het eiland zal ik later verkennen.

De kleine inkom van het hotel is als de teletijdmachine van professor Barabas. Ze slaat me in enkele seconden ver terug in de tijd. In gouden letters lees ik op een zwart granieten bord: 'Bij gesloten telegraafkantoor kunt U hier bellen - Wachtlokaal voor bussen Rijksveerdienst - Telegrafisch verbonden'. In een oude brochure lees ik dat het hotel destijds telefoonnummer 3 had.

   

De gelagzaal van het reeds in 1726 opgerichte hotel is het stamcafé in het dorp. Op de tafeltjes liggen vaalbruine kleden. Houten lambrisering, donkergroene overgordijnen, eerder karige verlichting en een oude, delftsblauw betegelde schouw, die spijtig genoeg niet meer in gebruik is, geven het geheel een hoog huiskamergehalte. De oude houten toog met blinkende tapkranen maakt duidelijk dat het wel degelijk een gelagzaal is. Je hoort het gerammel van glazen, het omslaan van de krantenbladzijden, geschuifel van stoelen en het stille, stemmige geroezemoes van de gasten.

Ik bestel een koffie, die me wordt geserveerd voor slechts 80 eurocent. Ik voel me nu helemaal honderd jaar terug. Een oudere heer speelt biljart onder twee oude zware koperen lampen die voor extra licht zorgen bij deze afgemeten sport. Nu en dan gaat de bel, zodat voor iedereen duidelijk wordt dat hij geld moet bijsteken om te mogen blijven spelen. Een andere bel kondigt de dochter des huizes aan dat de warme chocomelk klaar is om te worden opgediend. Ik ruik dikke erwtensoep met worst, met een donkere Friese boterham met katenspek... voor maar 4 euro.

Ik betaal mijn koffie aan de toog, neem mijn warme jas en stap weer op de fiets. Richting vuurtoren.



terug naar overzicht van verhalen         naar bovenzijde pagina