|
|
terug naar overzicht
van verhalen
|
Intens
eilandgevoel
door Jeff
Keustermans
Stipt om
twintig over acht rijdt de bus naar Lauwersoog voor. Er zitten vijf
passagiers in de bus. Ik lees het krantje dat ik op het station in
mijn handen geduwd kreeg. Uitgestrekte polders trekken voorbij, geen
mens te zien in het dichtstbevolkte land ter wereld. De zon
verschijnt en de regen stopt: het wordt een leuke 'blue sky' dag.
Ook de veerboot vaart vandaag met verlies. Hier en daar hoor ik
Fries praten. Ik versta er een aardig woordje van. Op een scherm
volg ik hoe het schip zijn weg zoekt. De vaargeul maakt een grote
bocht. De Waddenzee is op sommige plekken te ondiep om rechtstreeks
naar het eiland te kunnen varen.
Omdat ik jaren geleden met enkele vrienden op Texel eens in een
piepklein huisje terecht was gekomen, had ik besloten om een
voldoende ruim huis te huren: voor vier personen. Met uitzondering
van de laatste nacht, zal ik de hele week de enige gast zijn. De
voordeur is niet op slot. 'De sleutel steekt aan de binnenkant', had
de eigenaresse gezegd, voor het geval ik de deur ooit wel op slot
zou willen doen. Een ruime voorraad hout ligt klaar. Ik droom van
een goed boek bij het knetterende haardvuur. Buiten gaat het vriezen
of gezellig mistig zijn, hoop ik.
Met amper 1000 inwoners vormt Schiermonnikoog de kleinste gemeente
van Nederland. Alle winkels zijn open en in het kleine maar
levendige centrum fietsen, praten, kopen de dorpsbewoners alsof er
hier nooit een toerist komt. De weinige toeristen die er in het
laagseizoen toch zijn, vermengen zich onopvallend, zodat het niet
gemakkelijk is te weten wie hier woont en wie hier op bezoek is.
Ik doe mijn inkopen in de enige supermarkt, waar ik alles vind.
Alleen het assortiment kant-en-klare maaltijden is wat beperkt. Dat
wordt dus zelf koken (aan verse producten geen gebrek)... of de
restaurants proberen. De drogisterij verderop in het dorp is
tegelijk postkantoor. De boekhandel heeft een ruim assortiment aan
tijdschriften en boeken. Aan het pad naar de Rabobank en bij hotel
Duinzicht, vormen metershoge walviskaakbeenderen de ingangspoort.
Anders dan op sommige andere Waddeneilanden ligt op Schiermonnikoog
slechts 1 dorp en ik voel me er onmiddellijk thuis.
De structuur van het oude dorp is uitgesproken en werd bedacht door
de toenmalige Duitse privé-eigenaar van het eiland. 'Ordnung muss
sein': langs een gerespecteerde rooilijn staan kleine
karakteristieke eilander huisjes, vlak naast elkaar (amper een meter
ertussen telkens), over een lengte van vele honderden meters. Voor
de huisjes ligt een voetpad, afgeboord met een haag, een breed
grasveld en dan een laan met bomen. Ik ontdek twee dergelijke rijen
in het oude dorp: de Langestreek en de Middenstreek. Later
toegevoegde straten lopen losser van elkaar. Sommige huisjes hebben
een klein bijgebouw, het 'lytje hus' in de lokale taal. Deze lokale
taal wordt nog door een 70-tal bewoners gesproken.
Ondanks de strakke bouwlijn, straalt het geheel een grote warmte,
schoonheid en rust uit. Heerlijk gevoel.
Ik huur voor enkele dagen een fiets. Mijn eerste tocht gaat
zuidwaarts. De lage middagzon schijnt aangenaam in mijn gelaat, maar
mijn handen blijven fris. Vanaf de veerdam van de jachthaven, zie ik
hoe de Waddenzee door het laagtij ver is teruggetrokken. Ik fiets
verder oostwaarts. rechts ligt de Waddenzee en links de uitgestrekte
intens groene weilanden van de Banckspolder.
Het fietspad laat de Waddenzee rechts liggen en kiest voor een
natuurgebied van zand en stugge grassen: de kwelder. Deze
uitgestrekte vlakten worden geregeld door het zeewater overspoeld.
Dat leidt tot een open landschap met lamsoor, Engels gras en
zeealsem. Bomen groeien er niet.
Met de fiets kom ik gemakkelijk bij de meer dan twintig kilometer
lange, zeer brede stranden. Op de zandbanken in de verte liggen
zwarte stippen: zeehonden. Pech, m'n verrekijker thuis laten liggen.
Langdurig verloren rijden is hier onmogelijk. Het eiland is te klein
en zoals overal in Nederland zijn de fietspaden uitstekend
bewegwijzerd. Via het Bospad en het berkenpad kom ik langs de
ijsbaan terug in het dorpscentrum.
Er staan heel wat fietsen voor de witte gevel van Hotel Van der
Werff. Een oud, geel ANWB-gevelbordje aan de ingang met een
afbeelding van een oude fietsp omp en het woord 'voetpomp', maakt me
duidelijk dat dit hotel een soort publieke functie vervult. Mijn
banden zijn nog prima opgepompt, maar zelf wil ik ook wel tanken. De
tegenwind bij het laatste stuk maakte me dorstig. Het westelijk deel
van het eiland zal ik later verkennen.
De kleine inkom van het hotel is als de teletijdmachine van
professor Barabas. Ze slaat me in enkele seconden ver terug in de
tijd. In gouden letters lees ik op een zwart granieten bord: 'Bij
gesloten telegraafkantoor kunt U hier bellen - Wachtlokaal voor
bussen Rijksveerdienst - Telegrafisch verbonden'. In een oude
brochure lees ik dat het hotel destijds telefoonnummer 3 had. 
De gelagzaal van het reeds in 1726 opgerichte hotel is het stamcafé
in het dorp. Op de tafeltjes liggen vaalbruine kleden. Houten
lambrisering, donkergroene overgordijnen, eerder karige verlichting
en een oude, delftsblauw betegelde schouw, die spijtig genoeg niet
meer in gebruik is, geven het geheel een hoog huiskamergehalte. De
oude houten toog met blinkende tapkranen maakt duidelijk dat het wel
degelijk een gelagzaal is. Je hoort het gerammel van glazen, het
omslaan van de krantenbladzijden, geschuifel van stoelen en het
stille, stemmige geroezemoes van de gasten.
Ik bestel een koffie, die me wordt geserveerd voor slechts 80
eurocent. Ik voel me nu helemaal honderd jaar terug. Een oudere heer
speelt biljart onder twee oude zware koperen lampen die voor extra
licht zorgen bij deze afgemeten sport. Nu en dan gaat de bel, zodat
voor iedereen duidelijk wordt dat hij geld moet bijsteken om te
mogen blijven spelen. Een andere bel kondigt de dochter des huizes
aan dat de warme chocomelk klaar is om te worden opgediend. Ik ruik
dikke erwtensoep met worst, met een donkere Friese boterham met
katenspek... voor maar 4 euro.
Ik betaal mijn koffie aan de toog, neem mijn warme jas en stap weer
op de fiets. Richting vuurtoren.

terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|