|
|
terug naar overzicht
van verhalen
|
Wandeling
door
Ruud Zwemmer
Het lijkt wel
hoogzomer vandaag. Het is
windstil, warm en droog. De lucht is helder.
Het lijkt ons een goed idee langs het Wad te lopen, daar zijn we nog
niet zo vaak geweest, ook omdat het in het broedseizoen van 15 april
tot 15 juli verboden gebied is.
We lopen de Langestreek uit naar het oosten toe. Direct valt de
helderheid van de lucht op. Er hangt een mooie wolkenband over het
eiland. Mooi weer is leuk, maar persoonlijk vind ik dat een wolk
meer toevoegt als je - zoals ik - van fotograferen houdt.
We lopen eens anders dan anders: langs het Glop, maar dan rechtsaf
richting Veerdam en dan linksaf langs de boerderij 'De Oorsprong' en
de achterkant van De Kooiplaats naar de Herdershut. We komen op de
schapendijk terecht. Twee groepen wadlopers (totaal 80-100 personen)
komen inmiddels aan land. Een groep ontmoeten we op de dijk, ze zien
er nog redelijk schoon uit. Door het mooie weer zijn ze al snel
opgedroogd.
We blijven enige
tijd rondom de dijk hangen. Prachtige uitzichten. Het is eb op het
wad, maar het wad is niet geheel opgedroogd. Geloei in de lucht van
de veerboot Rottum. De zon schittert in het water. Er staat geen
zuchtje wind. Ik word schaapachtig aangekeken. De schapen op de dijk
denken vast: wat een vreemd persoon en maken zich snel uit de
voeten. Er loopt ook nog een rode rakker tussen.
Het voordeel van een digitale camera is dat je veel meer foto's kan
maken, dat is maar goed ook vandaag. Zulk mooi, helder weer, hier en
daar een wolkje, ideaal gewoon voor foto's.
We lopen het wad op, nog wel vlak langs de kant, want we willen wel
enigszins droog blijven. We kunnen wel een stootje hebben, we hebben
immers de bergschoenen aan. Hier en daar geeft de Zeekraal nog een
rode gloed af. Het Lamsoor is uitgebloeid en het Alsem is ook op z'n
retour.
Op het wad hoppen
we van hoog zandplekje naar hoog zandplekje. Hier en daar treffen we
nogal soppige stukken zeeklei aan, waarlangs we moeten. Ook moeten
we verschillende slenken (soort kreek het eiland in) oversteken. De
ene keer lukt dit gemakkelijker dan de andere keer.
We komen bij een lastige kruising aan; een brede slenk met hoge
kanten. Er overheen springen lukt niet, we moeten weer een stevig
stuk ondergrond zien te vinden. Ik ga voorop. Na zes stappen zak ik
met mijn linkervoet tot mijn enkel in de zeeklei. Mijn schoen en
broek zijn pikzwart. Ik probeer af te zetten met mijn rechtervoet;
hops, in spagaat zak ik nog dieper in de klei. Mijn rechterschoen
loopt vol zeewater. Het is alsof ik mij in een zuigend moeras
bevind.
Corrie doet een poging mij te redden, maar zij valt al bij de eerste
stap met een been tot haar knie voorover. Zij geeft het op. Ik moet
mezelf zien te redden. Ik berg eerst mijn fototoestel in mijn
cameratas op, veiligheid voor alles. Vijf minuten ben ik bezig mijn
linkervoet los te wrikken, mocht dit niet lukken, dan kan ik altijd
mijn schoenen uittrekken. Uiteindelijk kom ik los.
Pikzwart en stinkend besluiten we niet door te lopen naar de
Kobbeduinen, maar via het Kobbeduinenpad terug te lopen naar het
dorp. Onderweg spoelt Corrie zich bij een kwelderplas schoon. De zon
laat de klei op mijn broek hard worden en de brokken vallen er
onderweg vanaf.
We bezoeken boerderij/camping De Kooiplaats van familie Talsma. Hier
drinken we wat en maken een praatje met Margot en Teun Talsma. Zij
verbazen zich een beetje over ons uitstapje op het wad. Een eilander
zou zoiets niet doen. Misschien hebben wij wel meer lef dan een
eilander (haha).
De campingboerderij biedt aan 100 personen een overnachtingsplaats,
er komen veel groepen. Teun Talsma is tevens boer en kooiker. Er is
een kooiplaats, waar hij de eenden vangt en ringt. De eendenkooi kun
je onder leiding van Teun bezichtigen. Over de Kooiweg lopen we
terug naar de Langestreek. De schoenen en de broeken worden
afgespoeld.
Het was een enerverende dag.
terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|