Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
    geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
   bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
  verhalen
   
   taal
   
  •  kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site
 


terug naar overzicht
van verhalen

















 




    
  
 

 
Schier(s)e geurherinneringen
door Ebel Pol


Zes weken lang eilandvreugd

In mijn jonge - vijftiger - jaren hebben wij (mijn ouders, zussen en ik) jaren achtereen de zomervakanties op het eiland doorgebracht. Drie maanden oud was ik bij de eerste ontmoeting; iedere zomer zes weken lang eilandvreugd. Mijn band met het eiland is stevig. Schiermonnikoog zit ook in mijn neus gebakken. Een waaier van geurherinneringen heb ik opgeslagen. Als 'het doosje' opengaat zijn daar weer de beelden. 

De kookkist

Het eilandgevoel begon met het tevoorschijn halen van de 'kookkist'. Deze kist kreeg een plekje in het halletje van ons huis en was deel van de voorpret. Het bouquet van deze kist was een vreemde mix van restgeuren van het vorige jaar, stof, het blanke vurenhout aan de binnenkant en de groene verf aan de buitenzijde. Je kon er in kruipen, spelen, tot dat hij gevuld was met alle (kook- en andere) benodigdheden voor een wekenlang kampeerverblijf op 'Schier'.

Als de zware kist vol was, dan werd deze met vereende, verzamelde, krachten naar de boot van Boersma gebracht. De eilander broers Boersma onderhielden vanaf de ligplaats vlak achter de Kapteijnbrug in Groningen een beurtvaartdienst en voeren zo tweemaal per week naar het eiland.

Zeehonden

Soms gingen wij mee aan boord, bovenop het dek. In alle vroegte weg. Een flink aantal uren varen via het Reitdiep, de sluizen in Zoutkamp, dan de Lauwerszee en de Waddenzee, langs de zandplaten met de vele, vele zeehonden. Je róók ze in het voorbijgaan, zo dichtbij waren ze. Onverstoord lagen ze in groepen bij elkaar met hun natte, zilte vachten. Ook de boot van Boersma prikkelde de neus: het zeildoek over het ruim, het verfwerk van de boot, het buiswater en de ronkende diesel, sputterend in de olie.

't Aailand

Met het aanmeren aan de oude pier, met het zicht op de groene zeedijk en de neus vol van de geur van het gedroogde zeewier dat in grote bossen aan de basaltblokken was verkleefd, kon het feest van de vakantie op 't aailand' echt beginnen. (Eens kreeg ik aan de voet van de pier een huilertje in mijn armen gedrukt; de stank van de zeehondenbaby was niet te harden, maar wat keek 'ie lief !) 

Eindeloze reis

Als we om wat voor redenen ook, niet met de Boersma-boot gingen, dan reisden we met de bus. De lichtgroene Marnedienstbus vertrok van de halte aan de kop van de Bedumerweg in Groningen. Schokkend, zoekend naar de goede versnellingen, ronkte de lawaaierige bus door de provincie. Naast de dieseldampen kwamen de geuren van het bladderend chroomwerk van de stoelen, het craquelé van het (kunst?)leer mijn neus binnen. De reis leek eindeloos. Bij het uitstappen in Zoutkamp vulden de longen zich met zeelucht (de Lauwerszee lag direct achter de dijk) en de mix van visrokerijen en garnalen, want werkelijk: uit alle poriën steeg deze lucht op in dit dorp. 

De boot

Daar lag de boot: in de vroege vijftiger jaren nog 'de Vooruitgang III' met de harde houten banken; later de waanzinnig luxe, blinkend witte en veel grotere 'Schiermonnikoog. Via Oostmahorn het Wad op. 

Bij laag water kon het gebeuren dat de boot vastliep en de passagiers moeten overstappen op de 'Brakzand' die vervolgens zwalkend tussen de zwart-grijze modderige zandbanken en de geulen het laatste stuk tot de aanlegsteiger aflegde. 

Kampeerterrein

Dan naar het kampeerterrein, het gebied achter de vuurtoren. Kampeerterrein, inderdaad zo heette het (niks geen camping) en meer was het ook niet. Sober, maar wat een ruimte, zo net achter de brede (zee) duinenstrook!  Kamperen was toen nog bijzonder. Zand, helmgras, oneindig vele konijnenkeutels van de horden konijnen die rondhipten (de myxomatose moest nog toeslaan), de elektriciteitspalen vol creosoot, die dwars door het gebied liepen: alles had geur !

De tent zelf was een oude legertent, met zijn zware tentdoek en de polsdikke tentstokken en het dikke touwwerk. Het was een overblijvertje van de oorlog. In de zon was het binnen niet te harden; het donkere doek broeide. Bij regen kwamen weer heel andere, zware, geuren vrij.


Vakantie op 't eiland (1953)

Bij aankomst op onze kampeerplek lagen de bestelde strobalen klaar. Boersma had deze gebracht met zijn ronkende Chevrolet-vrachtwagen, ook een overblijvertje van de bevrijders.

Het stro werd achterin de tent verspreid en diende, afgedekt met zeildoek, als een geurend, maar stoffig en in de neus kriebelend matras. In de diep gegraven gaten naast de tent werd simpelweg het (vuil)water geloosd; het natte zand reageerde met heftige geuren, stank. Graven, kuilen graven naast de tent mocht nog en met gejut aangespoeld afvalhout werden er door mijn vader de mooiste zitjes in gefabriekt.

Overigens: wat een afval lag er toen op het strand: hout, touwwerk, alles met een zilt aroma, stookolie, flessen. Wat is het nu dan schoon! 

Winkels

In de tijd vóór de supermarkten moest het voedsel bij elkaar worden gesprokkeld door een rondgang langs de middenstand. De groenteboer (De Boer aan de Middenstreek met zijn melancholische blik en de fascinerende aardappelschrapmachine die voor zijn gevel stond), de bakker (Klontje, Middenstreek, maar er waren nog drie anderen. De brosse, smakelijke, eilander koeken haalden wij altijd bij de bakker aan de Langestreek), de slager (Arends, Badweg, slachtte zelf, vanuit de winkel was er soms een doorkijkje in de bloederige, warm geurende, slachtplaats) en de zuivelwinkel (en wat kan verse melk, boter en kaas samen in een kleine ruimte toch bijzonder ruiken). Topper was de vanillevla; zeker met de (emmertjes vol) aangevoerde, geurige, zelfgeplukte bramen !

Een enkele keer bracht een kennis op het eiland ons een 'maaltje' vers gevangen platvis. Het suizen van de butagasvlam onder de bakpan leverde de lekkerste vis op die ik ooit heb gegeten !

Petroleumstel

In  deze geurenwaaier past nog een ander parfum: de lamp en het petroleum(sudder)stel op de kookkist brandde op de brandstof die Lytje Willem met zijn handkar kwam brengen. In maatjes werd de hoeveelheid afgemeten en overgegoten in het petroleumblik. Daarbij werd zo wel het een en ander gemorst; in kleurige kringen vond het zijn weg in de zandbodem. 

Drinken 'uit een flesje'

Met het stijgen der jaren en de toenemende welvaart kan aan het geur- (en smaak)feest van de Schiermonnikoger vakanties nog een andere beleving worden toegevoegd. De waterige dun aangelengde siroop (Ranja) werd ingeruild voor 'frisdrank', een nieuwerwetse term voor drinken uit een flesje en dat je bij De Toko of bij Schut kon halen: Exota, Hero Perl, Joy, dat waren de 'toppers' van toen.

Het water bij de tent werd gehaald en bewaard in een oude melkbus, dat alleen gaf al geur en smaak af. Mijn vader hield vol dat er nergens zulk lekker water was te vinden dan op Schier; hij kon dat zelfs ruiken. Dat kwam mij wat overdreven voor, maar dit duinwater is nog steeds erg lekker.

Ook de geur van het bij bar 'De Koele' (Hotel Duinzicht, een slijter was er kennelijk niet) gehaalde jenever die vader soms in kleine glaasjes 's avonds in het petroleumlicht tot zich nam was voor mij, met de mixodeur van tentdoek, kookkist en petroleumdamp, opsnuivend vanuit het krakende stromatras, bijzonder. Dit alles het kleurde het bijzondere vakantiegevoel. 

Ik mis de geuren van toen

Als ik nu op Schiermonnikoog kom mis ik al deze geuren. De bakkers die op meerdere hoeken van het dorp hun ovens hadden, zijn verdwenen, de geteerde elektriciteitspalen zijn weg. De centrale aan de voet van de watertoren, met het aan de buitenkant afkletterend koelwater met de eigen dampgeuren, ook. Een zuivelhandel is er niet meer, evenals het doktershuis van dokter Van Hiele met zijn vage geuren van ether en teerzalf  (vreemd: er was altijd wel wat in onze vakanties: een hevige oorontsteking, of huidirritatie door een geel/zwarte rupsenplaag, het trekken van kiezen; ik heb de wachtkamer menigmaal gezien en dus geroken).  

En verbeeld ik het me nu of hadden de gele steentjes die vroeger de gehele Badweg sierden ook een geheel eigen aroma ?



terug naar overzicht van verhalen         naar bovenzijde pagina