Maandag 6 juni 2011
We vertrekken zodra alles ingepakt is wat we denken nodig te
hebben voor een midweek, zonder galatenue, maar eventueel wel
droge kleren: de weervoorspellingen zijn niet onverdeeld
gunstig.
Hoe rustig we ook gereden hebben, we arriveren heel ruim op tijd
bij de aanlegplaats van de veerboot in Lauwersoog. We laten de
bagage in de auto en gaan koffiedrinken in het nabijgelegen
restaurant, tot de loketten opengaan.

Voor me bij het
loket staan een paar jongelui, die voor een groep van 70
passagiers kaarten moeten hebben. Ze hebben vooruit betaald per
bankoverschrijving, maar te laat: het is nog niet binnen. Na
veel heen en weer gepraat wordt het geregeld. Intussen zijn bij
het andere loket al een heleboel mensen gepasseerd. Marijke
staat geduldig te wachten met de bagage. Dan mogen we door. De
bagage gaat in de daarvoor bestemde karren, en wij wachten tot
het hek open gaat.
We vinden een
aangename plaats op het bovendek; het is mooi weer en de wind
niet te hard. We zitten aan de kant waar we het eiland als
eersten van dichterbij te zien krijgen, nadat de veerboot de
zandbank gerond heeft.
Op de Veerdam nemen
we een taxi. Dat wil zeggen: we gaan met acht passagiers in een
busje, met bagage en al. Ik ken onze bestemming, ik ben er al
eerder geweest, naast alle andere keren dat ik op een ander
adres op dit eiland vertoefd heb.
Wij zijn de eersten die uitstappen. De eigenares van het
appartement verwelkomt ons hartelijk, en wijst ons op wat we
moeten weten. We zetten de bagage neer en ik pak meteen de
rugzak uit, die gaan we gebruiken als boodschappentas. Als
eerste gaan we een paar fietsen huren en gaan dan naar de enige
overgebleven supermarkt. Alles past maar krap aan in de rugzak.
Weer thuis (we
voelen ons er inderdaad meteen thuis) ruimen we onze spullen in
en maken het ons gemakkelijk tot het etenstijd is. Koken doen we
deze week niet, we gaan op zoek. Maar het is maandag en dan zit
veel horeca dicht. We belanden bij een snackbar, en dat valt
niet tegen.
We zijn vroeg
genoeg om nog een rondje te fietsen. We gaan om de Westerplas
heen, dan langs Klein-Zwitserland over het fietspad door de
Westerduinen naar de Vuurtoren. Het is een mooie route, met veel
hoogteverschillen – de versnelling bewijst goede diensten!
Helaas hebben we camera en kijker thuisgelaten omdat we die niet
nodig hadden bij het eten…
Dinsdag 7 juni 2011
Vandaag willen we het strand op. Er is me al verzekerd dat het
strand heel erg veranderd is sinds ik er de laatste keer was.
Dat is nu 13 jaar geleden. Ik heb heel veel gevliegerd op het
strand van dit eiland. Een heel breed, vlak zandstrand, met alle
ruimte om je door je (bestuurbare) vliegers te laten meeslepen
als het hard waait. Springen en dergelijke is niet aan mij
besteed.
We nemen de Prins Bernhardweg, wat ons ook langs de grote bunker
voert, de Wassermann. Die moeten we natuurlijk bekijken. Bovenop
de bunker ben je op het hoogste punt van het eiland. Het zicht
is vrij helder, dus we kunnen de vaste wal duidelijk zien. Je
kunt nu ook binnen in de bunker kijken, maar we komen niet ver:
geen zaklamp… Al die jaren dat ik op het eiland kwam, was de
bunker niet toegankelijk, maar ik meen me te herinneren dat ik
er wel in geweest ben, toen ik als ‘bleekneusje’ in koloniehuis
Elim verbleef. Dat zal in de eerste helft van de jaren 50 zijn
geweest.

Op deze bunker wou
de Duitse bezetter een enorme radarantenne plaatsen om
vliegtuigen te spotten tot op zo'n 300 kilometer afstand. Toen
de bunker klaar was, paste de antenne niet – was het sabotage
van de maatvoering? Nu knabbelt ook aan deze machtige bunker de
tand des tijds.
Dichter bij het strand is vroeger een compleet bunkerdorp
gebouwd, waarvan veel resten nog, geheel of gedeeltelijk
verborgen, onder de duinen zitten. In een daarvan is nu een
bunkermuseum ingericht.
In mijn ‘Zoektocht
naar voetsporen van mijn vader’ blijft er een intrigerende
kwestie, waarin de bunkers op het eiland een rol spelen. Uit
correspondentie blijkt dat mijn vader in 1941 werkte aan
betonnen bruggen bij Hardegarijp. Ik weet ook dat hij in
oorlogstijd gewerkt heeft voor bouwonderneming Kool en Wildeboer,
maar niet wat en waar. Over de periode tussen toen en zijn
overlijden in 1944 weet ik verder niets. Heeft hij voor Kool en
Wildeboer c.q. de N.V. Betonbouw meegewerkt aan de bunkers? Dat
die firma daaraan gewerkt heeft is bekend.
Intrigerend ook, dat mijn moeder, toen ik nog een kleine jongen
was, ooit vertelde, dat mijn vader ergens werkte waar Duitsers
toezicht hielden. Toen ik, veel later, dat verhaal bij een oom
wilde nagaan, reageerde die nogal bruusk, dat dat helemaal niet
kon kloppen…
Er werd niet gepraat over die periode: was daar iets
geheimzinnigs? Waarom is er uit die periode geen
correspondentie? Werkte mijn vader op ‘t eiland, maar mochten ze
geen post naar huis sturen? Is er aan het eind van de oorlog
post vernietigd uit angst voor represailles? Of werkte hij zo
dicht bij huis, dat hij gewoon 's avonds thuiskwam?
In het boek: ‘De oorlog in beeld, Schiermonnikoog 1940-1945’
staat een passage: "Goed en fout waren en zijn uiteinden van een
schaal met vooral een grijs gebied. In de Tweede Wereldoorlog
vooral een grijs overlevingsgebied." Ik heb al vaak gelezen en
gehoord dat mensen tewerkstelling in Duitsland voorkwamen door
hun werk hier in Nederland.
Maar mijn vader was bouwkundig opzichter, er is een zwart gat in
mijn kennis wat hij in die periode deed: ik zit te fantaseren
dat hij de maatvoering voor die antenne…
We fietsen verder, naar het strand. Al boven op het duin zie ik
dat het strand, dat in mijn herinnering een heel brede, kale
zandvlakte was, nu voor een groot deel begroeid en heuvelig is.
Het badstrand is bereikbaar via een glooiende vlakte; voertuigen
met materiaal voor de badwachtkeet zoeken een kronkelende route
tussen de duintjes door.

We bereiken de
waterlijn en zien dat er toch nog een flinke strook vlak strand
over is. Ik oefen nog even een strandhobby uit: ‘gezichten’
fotograferen, gecomponeerd door aangespoeld zeewier.
Krijgshaftige houwdegens dit keer.
Als we een poos
heerlijk aan het strand gezeten hebben, onze rug gewarmd door de
zon, krijgen we trek. ‘Thuis’ lunchen we met boterhammen met
aardbeien en een gekookt eitje.
We brengen vervolgens geruime tijd zoek in het Bezoekerscentrum,
waar veel informatie te vinden is over het Nationaal Park
Schiermonnikoog, de natuur en andere aspecten van het eiland.
Van hieruit kun je met excursies mee, een tocht met de
Balgexpres reserveren, of aan een van de vele andere
activiteiten meedoen.
We fietsen wat rond en komen via het Bospad uit aan het eind van
de Badweg. Ik wil graag even kijken bij Thijs' Vliegerparadijs,
dat hier ergens op het strand moet zijn. Ik heb elk jaar dat ik
hier op vakantie was gevliegerd, soms hele dagen, op het toen
nog lege, vlakke, enorm brede zandstrand. Ooit vloog ik mijn
speedwing-trein (oud model, de meeste zelfgemaakt) in
regenboogkleuren bij strandpaal 2, op het Westerstrand. Er kwam
een jonge vrouw naar mij toe, om te vertellen dat ze dat zo'n
prachtig beeld vond. Ze kwam helemaal vanaf het terras van
appartementenhotel Noderstraun, zo'n kilometer verder, om dat te
vertellen en het van dichtbij te bekijken. Jammer, Thijs is er
niet, er zijn wel vliegeraars op het strand.
We eten vandaag bij
de SapKum. Er is nu een terras aan de zonzijde. Ik heb er al
meerdere keren gegeten: lekker en betaalbaar. Naast het terras
is iemand bezig met luidruchtige werkzaamheden, maar die stopt
meteen als we aangeven daar last van te hebben. De omgeving is
weldadig, het eten is heerlijk. De sfeer is voortreffelijk. De
ober blijkt een tijdje dezelfde school te hebben gedaan als mijn
kleinzoon nu.
Het is nog vroeg,
als ons eten op is. We gaan weer een rondje fietsen. Deze keer
langs de jachthaven en de Waddendijk. Er zijn excursies op het
Wad: een paar groepen lopen op de bij eb drooggevallen
slibvlakte.
We rijden verder
langs de dijk. Ik herinner me dat de dijk vroeger tot boven aan
toe geasfalteerd was, en kon je ook bovenop fietsen. Nu is het
een groene dijk: mooier! We kunnen aan de overkant duidelijk de
Groninger kust zien en de sluizen bij Lauwersoog.
Woensdag 8 juni
2011
Woensdagmorgen ben ik om 6 uur wakker. Echt wakker. Ik kleed me
aan, pak een boterham en ga wandelen. Marijke slaapt weer in. Ik
loop langs de Berkenplas naar het Cornelis Visserpad. Dat lijkt
me een geschikt rondje. Eerst een bijzonder stukje duinen, dan
het bos. En ik zie dat ook in een bos een boom kan opvallen. Zo
kom ik ook langs de plek, waar ik bij mijn eerste hernieuwde
bezoek aan het eiland die heel duidelijke herinnering kreeg:
hier ben ik met de groep kinderen langs gekomen toen ik in
koloniehuis Elim verbleef! Ter hoogte van camping Seedune zit
een groep konijnen op het pad.
's Middags regent
het. Ik pak mijn regencape en fiets naar het Bunkermuseum. Het
is gevestigd in een van de bunkers van het voormalige bunkerdorp
en ligt onder een duin. Het museum wordt gerund door
vrijwilligers, en ik maak een praatje met de gastheer. Hij is
ongeveer even oud als ik. Ik vertel hem het verhaal over mijn
zoektocht. Hij haalt een boek tevoorschijn over de oorlog op
Schiermonnikoog, waarin reproducties staan van documenten over
de kosten van de bunkers gebouwd door Kool en Wildeboer. En een
paar krantenartikelen over de rechtszaken na de oorlog daarover.
Ik koop dat boek en ga verder de bunker in.

Door een lange,
smalle gang waar ik een licht claustrofobisch gevoel krijg, kom
ik bij de grote zaal. Daar staat een maquette van dit type
bunker en er is uitleg over de radarsystemen.
Er is een coördinatentafel waarop handmatig de radargegevens
werden geïnterpreteerd; voor onze begrippen zeer primitief. Voor
al die apparatuur was elektriciteit nodig: elke bunker had een
aggregaat, en brandstof – maar voor hoe lang? In het museum ook
restanten van neergestorte vliegtuigen en modellen van
oorlogstuig.
Een foto in die lange gang intrigeert mij extra, is niet erg
scherp en staat niet in het boek: zijn dit ‘tewerkgestelden’ die
net zijn aangekomen op het Rif? Als mijn vader op Schier was in
die tijd, was hij daar bij?

Als ik uit de
bunker kom, schijnt de zon. Ik fiets terug langs de Prins
Bernhardweg en maak onderweg nog wat foto's van een
orchideeënveld en bloemen. Als ik op de knieën een hommel bij
een bloem probeer te ‘vangen’, hoor ik Marijke's stem achter
me.
We besluiten samen
de kwelder in te gaan, een onmisbaar onderdeel van de beleving
van dit eiland. Het is het eind van de gebaande fietspaden en
halverwege het eiland, waar verder alleen de natuur woont. Het
is nu broedseizoen, dus mag je alleen verder met excursies van
Natuurmonumenten. Er lopen wel koeien vrij rond. Hier is het
baken van Kobbeduinen te bewonderen. Veel verder naar het oosten
staat nog het baken van Willemsduin.
We lopen langs de
andere kant van de Kobbeduinen terug. Ik moet ook op de foto bij
het baken, en als ik op de knieën lig om bloemen te
fotograferen, kiekt Marijke mij. Aan mijn riem sleep ik het
tasje met het boek uit het Bunkermuseum mee, maar zo heb ik de
handen vrij.
Vandaag eten we vis
en patat bij de Schiermonnikoger Vishandel. Als we onze
bestelling doen bij een van de dames, kijkt Tom, de baas, een
paar keer naar me. Ik zeg: "Denk de baard maar even weg." Dan
valt het kwartje, en na 13 jaar en de vele duizenden mensen die
intussen langs zijn toonbank kwamen, weet hij nog precies de
trefwoorden die bij mij hoorden! Het is een bijzondere man: ik
heb hem in de 14 jaren / 18 vakanties dat ik daar kwam, niet een
keer chagrijnig gezien.
Na het eten gaat
Marijke soap kijken. Ik ga langs de Westerburenweg naar het
strand. Lang geleden is het dorp Westerburen door de zee
verzwolgen. Naar het westen kun je daar Ameland net boven de
horizon zien uitsteken. Naar het oosten kijk je over de nu
begroeide vlakte naar de duinen. Tussen de duinen en de
begroeide vlakte loopt een pad.
Als ik daar
uitgekeken ben, fiets ik naar het noorden en kom bij de Badweg
uit. Daar ga ik weer het strand op: het loopt tegen
zonsondergang, en die lijkt wel mooi te worden, hoewel niet echt
spectaculair. Terwijl ik het laatste stukje film, krijg ik een
sms van Marijke. Ze wil graag weten of ik niet verdwaald ben of
zo iets…
Donderdag 9 juni
2011
Dit is de laatste
volle dag van onze midweek. We hebben ontdekt dat er een
‘Eilander Taalroute’ is en besluiten die te volgen. Op die
manier zie je ook heel veel van het Eiland. Bij het
bezoekerscentrum is een vertaling van de gedichten verkrijgbaar.
De eigen taal van Schiermonnikoog wordt door nog maar weinig
mensen gesproken, en om dit erfgoed te stimuleren, zijn op 9
plaatsen gedichten in de Eilander taal geplaatst.
Als we na de
gedichtentocht naar huis lopen, komen we langs een bankje met
een tekst waarmee we kunnen instemmen:
We zitten thuis nog
wat te lezen, gaan alvast wat spullen uitzoeken en inpakken. Ik
ga de fietsen terugbrengen. Jammer, maar de midweek zit er bijna
op. Onze laatste volle dag hier is voorbij.
Vrijdag 10 juni
2011
Vroeg opstaan, om 10:00 uur horen we het appartement te hebben
verlaten. Als we aangekleed zijn, gaan we schoonmaken en alles
inpakken. Ik weet het, we zijn een beetje gek misschien, maar we
willen zo lang mogelijk van het eiland genieten: we gaan lopend
naar de boot. Zoveel bagage hebben we niet: een rugzak, een
trolleykoffer en een schoudertas die op de trolley kan. Het is
niet extreem ver en het is prachtig weer. We nemen afscheid van
de eigenaar van het appartement. Hij is zeeman geweest en kan
prachtig vertellen. Uiteraard weet hij ook veel over het eiland.
Hij denkt dat we de boot van half elf niet halen, maar dat is
ook niet onze bedoeling, we nemen de volgende. Ik had geschat
dat we een uur nodig zouden hebben om naar de boot te lopen, hij
denkt hooguit drie kwartier.
De wandeling is
voor mij ook nostalgie. Mijn vroegere vakanties hier begon en
eindigde ik ook altijd lopend met mijn bagage. Dan had ik een
grote rugzak en een grote vliegertas, en die andere locatie was
iets verder van de Veerdam. Ik heb altijd genoten van mijn
vakanties hier, ook in de minder goede periodes van mijn vorige
huwelijk: hier ging het altijd goed. We waren hier 18 keer
verdeeld over 14 jaar.
We gaan lekker in de zon op een bankje bovenop de dijk zitten.
Vanaf hier hebben we een weids uitzicht over het Wad en het
eiland. Tegen de tijd dat de boot de zandbank gerond heeft,
lopen we naar de aanlegsteiger aan het eind van de Veerdam, waar
het nu druk wordt.

Als de aankomende passagiers van boord zijn, mogen wij er op.
Het is eb en het eiland lijkt vlakbij, omdat het Wad tot vlakbij
de vaargeul droog ligt, en tegelijk is het al ver weg…
Onze auto staat op
Lauwersoog trouw op ons te wachten. Om af te kicken nemen we de
‘sightseeing route’ door Nationaal park Lauwersmeer, maar daarna
gaan we rechtstreeks naar huis.
