Met
vijftig man tot je middel door het water waden
Auteur: Melle Gerschagen
De paarden die over de buitendijkse
kwelders galopperen houden halt bij de grens tussen land en zee,
maar de vijftig wandelaars stappen door. Eerst ploegend door het
slik, later wadend door heupdiep water.
De
oversteek van Lauwersoog naar Schier staat bekend als een zware
route. Lang niet zo zwaar als de tocht naar het Duitse waddeneiland
Borkum, de Mount Everest van het wadlopen, maar toch pittig voor
ongetrainde wadlopers.
De vijftig wandelaars – allemaal
Nederlanders, veel vaders met hun tienerzonen, veel veertigers, een
paar jonge stellen, geen allochtonen – hebben er voor vertrek zin
in. Vrolijk grappen ze over hun schoeisel. Bijna iedereen draagt
goedkope stoffen gympies of surflaarsjes. Niet echt ideaal om 16
kilometer op te lopen, maar gympen veranderen tenminste niet in een
loden last als ze nat zijn. „Nu zijn ze nog zo mooi schoon”, zegt
een meisje. „En wij nog droog, fris en fruitig”, grapt een vader
tegen zijn zoon.

Foto: Maurice Boyer
Dat duurt niet lang meer. Om de diepste
vaargeul aan het eind van de route veilig over te kunnen steken,
vertrekt de tocht een paar uur voor laag water. Na een kwartier
lopen, waden de vijftig tot hun middel door het water.
Er moet een verraderlijk slikveld
getrotseerd worden. Zonder waarschuwing zakken wandelaars weg. Een
vrouw slaakt een gil, half van plezier, half van schrik. Het is niet
gevaarlijk, maar toch schiet er een kleine schok door je ruggengraat
als je zonder waarschuwing door de bodem zakt en het warme slik
langs je been voelt glijden.
Zandbank vol
pokdalige mossels
Met een gelijkmatige tred en een
motoriek die ervaring verraadt, loopt Menno de Leeuw (39) achterin
de groep. Doordeweeks is hij leraar Engels, maar in het weekeinde
gidst hij tochten over het wad voor Wadloopcentrum Fryslân. Hij pakt
de nautische kaart en legt uit hoe wadlopen werkt. In het Convenant
Wadlopen hebben de zeven erkende organisatoren van wadlooptochten
afgesproken hoeveel bezoekers ze per jaar mogen overzetten. Drie
kleine organisaties mogen 1.000 mensen overzetten. Wadloopcentrum
Pieterburen is met een quota van 17.500 wandelaars de grootste.
Wadloopcentrum Fryslân mag 10.000 mensen overzetten. Maar ze
ontvangen jaarlijks circa 5.500 man, zegt gids De Leeuw. „En dat is
al jaren constant. We zijn vooral druk voor en na de vakantie”, zegt
hij. „Mensen zien dit als aanvulling op hun vakantie.”
Schiermonnikoog ligt in het noorden,
het vasteland in het zuiden. In het oosten en westen lopen twee
systemen van geulen en prielen, fijnmazige geultjes, waardoor het
water bij eb wegvloeit en bij vloed toestroomt. „Waar de systemen
samenkomen, loopt een richel van de kust naar het eiland. Deze
strook valt het eerste droog en stroomt het laatst vol. Daar lopen
we over.”
Na veel geploeter rust de groep uit bij
een zandbank vol pokdalige mossels en half-open Japanse oesters.
„Het is veel zwaarder dan ik had verwacht”, zegt Remco Schrijver
(49) uit Utrecht. Hij is op pad met zijn 16-jarige zoon, drie van
zijn klasgenoten en hun vaders. Ze lopen naar Schier, blijven daar
een nachtje slapen en gaan de volgende dag terug. „Misschien lopen
we”, zegt Marc van der Hoeven (47), een andere vader. De jongens
fronsen. „Of we nemen de boot”, zegt Van der Hoeven.
Het weekendje Wadden is een aanvulling
op hun zomervakantie, zeker geen vervanging. „Lekker naar Italië”,
zegt Schrijver. „Daar is de grond tenminste stevig.” Na een
kwartiertje zit iedereen muurvast in het slik.
Werelderfgoed
Een kwal zo doorzichtig als glas met
een sierlijke turquoise streep zwemt in een geul langs wuivend
zeewier. „De Wadden zijn net door Unesco uitgeroepen tot
werelderfgoed”, zegt Ciryl van Poppel (32) uit Tilburg. „Dat moet je
gezien hebben.” Hij zou wel overwegen zijn buitenlandse vakantie in
te ruilen voor een weekje op de Wadden. „Klets niet man”, zegt zijn
vriendin Sandra de Mol (26). „Oké, misschien nu nog niet. Maar later
als we kinderen hebben wel”, geeft Van Poppel toe.
Als de veerhaven van Schier opdoemt,
nemen de gidsen afscheid van de groep. De 16 kilometer is afgelegd
in 5 uur en 42 minuten, een recordtijd – nog nooit heeft de tocht zo
lang geduurd. Door de toegenomen slikvorming is de tocht voor de
komende tijd te zwaar geworden en daarom zal die dit jaar niet meer
doorgaan, besluit Wadloopcentrum Fryslân nog hetzelfde weekend.
Enkele wandelaars moesten met een bootje halverwege opgepikt worden.
Ze hadden de tocht ernstig onderschat en konden niet verder, ook
niet als de gids ze met een wandelstok voorttrekt.
Door de vertraging moet de groep snel
aan wal om om te kleden, maant een van de gidsen. De laatste boot
vertrekt om half zeven en wacht echt niet.
„Zijn er douches?”, vraagt een vrouw
met zwarte slikbenen.
„Nee”, zegt de gids.
„Maar hoe moeten we ons dan opfrissen?”
„Met een natte onderbroek.”

Foto: Feike
terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |