|
|
terug naar overzicht
van verhalen

blauwe
kiekendief
|
Ik ronk, dus ik besta
door Koos
Dijksterhuis
Een
valkje vliegt over de kwelder. Torenvalk, onze gewoonste valk. Sinds
in 2004 veldmuizen op Schiermonnikoog zijn aangevoerd met zand voor
de nieuwe dijk, zie je er meer torenvalken. Misschien geven
veldmuizen ook de laatste broedparen blauwe kiekendieven een
herkansing.
Als we langs de Kobbeduinen naar het Oosterstrand doorsteken, wadend
en glibberend door de natte kwelder, zien we zo’n elegante roofvogel
jagen. Egaal grijs op zijn witte stuit na, zweeft hij schommelend
laag voorbij, dekking zoekend achter duintjes en duindoorns. In een
diepe plas schieten donderkopjes weg onder overhangende kruipwilgen.
De larven van rugstreeppadden.
We
bereiken de doorbraak in de stuifdijk bij paal 10. Ik herinner me de
zandwal die Rijkswaterstaat elke zomer opwierp in de bressen die
winterstormen sloegen. Dat gebeurt niet meer. Natuurmonumenten laat
de kwelder aan wind en zee over. Daardoor is de oostpunt van Schier
een van de zeldzame plekken waar Nederland steeds mooier wordt.
Kijk eens vanaf Willemsduin tegen het glinsterende licht van de
avondzon in. De slenkjes schitteren als zilveren feestlinten tussen
lamsoor, zeealsem en kweldergras. Zilvermeeuwen grinniken,
scholeksters schallen ’piet, tepiet’, de zee ruikt zout, de zeealsem
verspreidt een frisse, kruidige alsemgeur. Zeealsem legt een
zilveren gloed over de paarsgroene kwelder. Laat mij daar maar
achter.
We
stappen het slikkige Oosterstrand op, waar jonge duintjes oprijzen
tussen poelen. Jammer van die autobanden die het ene na het andere
spoor hebben getrokken. Honderd jaar na een autoverbod zullen die
sporen nog te zien zijn. Maar zelfs in een nationaal park van
Natuurmonumenten op een autoloos eiland is een autoverbod
onhaalbaar.
Ik ronk dus ik besta. Als we niet aan vlijt of plastic zakken ten
onder gaan, gaan we wel ten onder aan de auto.

terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|