Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
    geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
   bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
  verhalen
   
   taal
   
  •  kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site
 


terug naar overzicht
van verhalen



 



  blauwe kiekendief   
  
 

 
Ik ronk, dus ik besta
door Koos Dijksterhuis

Een valkje vliegt over de kwelder. Torenvalk, onze gewoonste valk. Sinds in 2004 veldmuizen op Schiermonnikoog zijn aangevoerd met zand voor de nieuwe dijk, zie je er meer torenvalken. Misschien geven veldmuizen ook de laatste broedparen blauwe kiekendieven een herkansing.

Als we langs de Kobbeduinen naar het Oosterstrand doorsteken, wadend en glibberend door de natte kwelder, zien we zo’n elegante roofvogel jagen. Egaal grijs op zijn witte stuit na, zweeft hij schommelend laag voorbij, dekking zoekend achter duintjes en duindoorns. In een diepe plas schieten donderkopjes weg onder overhangende kruipwilgen. De larven van rugstreeppadden.

We bereiken de doorbraak in de stuifdijk bij paal 10. Ik herinner me de zandwal die Rijkswaterstaat elke zomer opwierp in de bressen die winterstormen sloegen. Dat gebeurt niet meer. Natuurmonumenten laat de kwelder aan wind en zee over. Daardoor is de oostpunt van Schier een van de zeldzame plekken waar Nederland steeds mooier wordt.

Kijk eens vanaf Willemsduin tegen het glinsterende licht van de avondzon in. De slenkjes schitteren als zilveren feestlinten tussen lamsoor, zeealsem en kweldergras. Zilvermeeuwen grinniken, scholeksters schallen ’piet, tepiet’, de zee ruikt zout, de zeealsem verspreidt een frisse, kruidige alsemgeur. Zeealsem legt een zilveren gloed over de paarsgroene kwelder. Laat mij daar maar achter.

We stappen het slikkige Oosterstrand op, waar jonge duintjes oprijzen tussen poelen. Jammer van die autobanden die het ene na het andere spoor hebben getrokken. Honderd jaar na een autoverbod zullen die sporen nog te zien zijn. Maar zelfs in een nationaal park van Natuurmonumenten op een autoloos eiland is een autoverbod onhaalbaar.

Ik ronk dus ik besta. Als we niet aan vlijt of plastic zakken ten onder gaan, gaan we wel ten onder aan de auto.



terug naar overzicht van verhalen         naar bovenzijde pagina