|
|
terug naar overzicht
van verhalen
|
Vakantiegevoel op Schiermonnikoog
door Linda
Stelma (27 juli 2006)
“Genoeg drinken
en goed rusten”. Mijn collega Jaap spreidt een haast vaderlijke
bezorgdheid ten toon terwijl ik de fietstassen van m’n fiets
volstouw. “En ik zou niet naar het oosten gaan. Dan heb je de zon in
je gezicht en de wind tegen”. Ik bedank hem voor zijn advies om
vervolgens snel op de fiets te springen. Ik heb mijn eigen plan
allang getrokken. Schiermonnikoog roept. En wie ben ik om daar geen
gehoor aan te geven? Maar haast is geboden. Het is al bijna tien uur
als ik wegfiets vanaf station Grijpskerk en de boot vanaf Lauwersoog
vertrekt om half twaalf.
Op weg
De eerste kilometers gaan heerlijk. De fiets zit lekker, de zon
schijnt en de wind zorgt nog voor enige verkoeling. Het fietspad heb
ik voor mij alleen. Om mije heen zie ik oneindig veel boerenland en
af en toe een statige hoeve. Groningen is mooi. Via Lauwerzijl en
Zoutkamp kom ik op de fietsroute naar Lauwersoog. Links van mij
begint het Lauwersmeer en rechts zie ik vlak land. Al gauw wordt het
landschap een beetje eentonig. Ik kom ook vrijwel niemand tegen. Het
wordt snel warmer. Mijn wangen beginnen te schroeien en ik bedenk me
dat ik mijn anti-zonnebrand vergeten ben. Ik trap stevig door. Het
laatste stuk naar Lauwersoog heb ik de zon n de wind in de rug. Zo
beland ik keurig op tijd in de haven.
Slaapplaats
Schiermonnikoog blijkt populair op deze warme dag. Een meute
fietsers staat al te dringen om de 'Rottum' op te mogen. Een
echtpaar - Koos en Elma van Lindenberg - blijkt op de boot een
gezellige gesprekspartner. Koos en Elma gaan, net als ik, op de
bonnefooi naar het eiland. Slaapplaatsen voor de nacht zijn zo
geregeld, verzekeren ze me. “En anders wordt het een duinpannetje”,
zegt Elma lachend. De drie kwartier naar Schiermonnikoog vliegen om
en voor ik het weet mogen we alweer van de boot af. Ik neem afscheid
van Koos en Elma en fiets regelrecht naar de VVV in het dorp, zo'n
drie kilometer verderop. Pension Lulu heeft nog een kamer over voor
mij. Snel reserveer ik hem en ga vervolgens weer op weg.
Wasserman
Niet ver buiten het dorp ligt de Wasserman, een Duitse bunker uit de
Tweede Wereldoorlog. Van veraf is het betonnen gevaarte al te zien.
Ik parkeer mijn fiets en beklim de bunker.
Van bovenaf kan ik het hele eiland overzien. Het is warm hierboven.
Ik vermoed dat ik in de bunker wel enige verkoeling kan vinden maar
dat blijkt onjuist. Zelfs hier, half onder de grond, is de warmte
doorgedrongen. Niet ver van de bunker ligt de
drenkelingenbegraafplaats Vredenhof. Het is stil op deze plek waar
Nederlanders, Fransen, Engelsen, Canadezen en Duitsers zij aan zij
liggen. Van veel drenkelingen is niet bekend wie het waren. Teksten
als 'deux inconnus' en 'known unto God' wijzen daarop. Met een
vredig gevoel verlaat ik even later de begraafplaats en loop terug
naar mijn fiets. Ik begin intussen wel een beetje oververhit te
raken. Maar de zee is niet ver, zag ik van bovenaf de bunker.
Duik
Na een heerlijke duik in de Noordzee vervolg ik mijn weg over het
Johannes de Jongpad. Het schelpenpad voert me naar het oosten van
het eiland. Dit is genieten. Vogels kwetteren onafgebroken. Een
meeuw schreeuwt in de verte. Veel te snel naar mijn zin houdt het
fietspad op en ga ik via de zuidkant van het eiland weer terug naar
het dorp. Na een maaltijd, een fietstochtje over het westen van het
eiland, een douche, het Journaal en Netwerk, slaat de vermoeidheid
toe. Voor half tien duik ik in bed en val als een blok in slaap.

terug naar overzicht van verhalen
naar bovenzijde pagina |
|