Maak uw keuze

   home

   
  accommodaties
   
    geschiedenis
   
    dorp/bereikbaarheid
   
   bezienswaardigheden   
    vredenhof - bunker wassermann
    vuurtoren -  bezoekerscentrum -
    jachthaven - schelpenmuseum -
    walviskaken - de eendenkooi
   
    nationaal park
   
    bezoekerscentrum
 
   excursies
   
    landschappen/natuur
     wad - polder - westerplas -
     bos - kwelder - duinen -
     strand
   
    activiteiten
   
  verhalen
   
   taal
   
  •  kunstenaars
    en 't eiland
   
    
   
    links / © 2011
   
    mail webbeheerder
   
    inhoudsopgave site
 


terug naar overzicht
van verhalen




    
  
 

 
Jeugdherinneringen
door Letta Visser


Ik ben op het eiland geboren aan de Noorderstreek 8, waar nu Tjalling Arends woont. Ik woonde naast de familie Hooghart en aan de oostkant woonde de familie Ubbink. Met de kleinkinderen van deze familie speelde ik vaak. Opa Ubbink had geiten en kippen, dus er was altijd wat te doen. Wanneer onze ouders met opa en oma ‘aan de boerenjongens’ zaten, dan voerden wij de rozijntjes aan de kippen en dan vonden het toch wel raar dat die kippen zomaar omvielen!

Daar aan de Noorderstreek en in het duin hebben we wat afgespeeld. Waar nu het zwembad is, was toen - begin vijftiger jaren - een groot stuifduin. Daar maakten we huisjes en versierden we de tuintjes met grassen, besjes en bloemen, die we toen nog mochten plukken.

In de winter was er in mijn herinnering elk jaar sneeuw en ijs en schaatsten we op het ondergelopen landje, dat nu voetbalveld is en natuurlijk gingen we met de slee van het duin. Als het torenlicht aanging moesten we naar huis; een duidelijke regel.
 
 
   Letta met Lytje Willem
Onze tuin grensde aan de tuin van Lytje Willem (1893 - 1982). Ik was daar vaak te vinden. In zijn schuur verzamelde Lytje Willem de mooiste voorwerpen; ook verkocht hij er petroleum en daar mocht ik dan mee helpen. Mijn moeder was daar niet zo blij mee...!

Toen ik weer eens op weg was ‘naar de schuur vol schatten’, kreeg ik de schrik van mijn leven. In de tuin van Lytje Willem werd ik verwelkomd door een aantal kippen zonder kop! Ja, Lytje Willem slachtte ook af en toe een paar kippen en liet ze bij de laatste stuiptrekkingen zo rondlopen. Deze ervaring heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen dat ik een kip op mijn bord nog steeds niet zo ambieer, maar dat ik meer ga voor het - wat minder herkenbare - kipfiletje.
 

Toen ik acht jaar was zijn we naar de Voorstreek verhuisd, waar mijn vader een oud huisje had gekocht en er een nieuw huis werd neergezet door buurman Hooghart. Wij werden de buren van slager De Vries. Het slachthuis stond in de tuin (nu zomerhuisje Sonja). Regelmatig werden er varkens en koeien geslacht en de kinderen uit de buurt hingen dan over de onderdeur om te kijken hoe buurman De Vries de klus klaarde. Als ik er aan denk ruik ik nog de lucht die daar hing. Het gevolg is dat er bij ons geen bloedworst op tafel komt!

Toen ik zes jaar was, ging ik naar school en kwam bij juf Martha Karst in klas 1, 2 en 3, om daarna in klas 4, 5 en 6 bij meester Leopold, meester Van der Meulen en een half jaartje bij meester Koning te zitten. Alles was zo overzichtelijk. In de pauze mochten we naar huis, dat was dan rennen. Als je binnenkwam stond je bekertje warme chocolademelk al klaar, waarna we met een stuk koek in de hand weer hard hollend naar school teruggingen.

Na schooltijd brachten we onze tijd door in de duinen; vlotje varen op de Louwvlakte, waar toen nog geen huizen stonden, maar in aanbouw waren, en wij van oude planken en deuren prachtige vlotten maakten. In de winter en herfst speelden we in de streken: blikspuiten, deurtje bellen, hinkelen, tiepelen, klokkenspel van elven (met soms wel 4 ballen) tegen de muur in de steeg bij Zigterman of tegen de muur van tante Cornelia. We verveelden ons nooit.

Het mooiste was als je 's avonds post mocht halen. Een lange rij stond dan voor het postkantoor te wachten tot Posthumus de deur open deed. En wij maar kattenkwaad uithalen. We waren dus altijd de laatsten en kwamen laat thuis, met de post verfomfaaid in de tas, met alle gevolgen van dien. Maar ondertussen hadden we de pruimen geproefs - die bij smid Faber achter in de tuin groeiden - of de appeltjes ergens aan de Langstreek om de Noord. De buikpijn… daar spraken we maar niet over.

Na de lagere school naar de ulo, om na 4 jaar examen te doen en dan eindelijk de wijde wereld in te gaan. Daar zagen we toch allemaal wel naar uit: spannend, maar ook weer leuk. Wij kwamen niet ieder weekend naar huis, want de boten voeren nog op tij, daar hing het van af of er op een gunstig tijdstip werd gevaren. Als je op de terugreis dan ook nog een lift naar Groningen kon krijgen, was het helemaal top. Prachtig mooi was de winter van 1962/63; we kwamen toen met de ‘Beavertjes’ van vliegbasis Leeuwarden naar huis.

Na mijn examen aan de kleuterkweekschool in Groningen ben ik naar Enschede vertrokken. Daarna zijn er nog veel verhuizingen en scholen geweest, om nu in Vries (Drenthe) te wonen. Wij - Ferry, Wouter, Marijn en ik - zijn in de gelukkige omstandigheid dat we mijn ouderlijk huis als ‘vakantiehuis’ kunnen blijven gebruiken en daar dan ook erg veel gebruik van maken. Ik ben dan weer thuis of is het ‘thuis-thuis’? Of - zoals onze kinderen zeggen - ‘thuis-thuis-thuis’. Dat dit wel eens verwarring geeft, spreekt voor zich.



terug naar overzicht van verhalen         naar bovenzijde pagina