De schol De bekendste platvis is de schol (pleuronectes platessa). Deze kan wel 100 cm lang worden, maar is zelden langer dan 50 cm als hij gevangen wordt. Bij deze lengte is hij ongeveer vijftien jaar. Schollen leven in kustwateren in zandige grond, op een diepte van 10-50 meter. De ogen bevinden zich altijd op de rechterzijde van het lichaam. De schol paait in de winter, hoofdzakelijk voor de Nederlandse en Belgische kust, in de Bocht van Helgoland en in de centrale en zuidelijke Noordzee. De vis heeft mooie oranje vlekken op zijn donkere oogzijde en is daardoor goed herkenbaar. Een bekend begrip is de "meischol", schol die in het voorjaar gevangen wordt omdat de paaitijd dan voorbij is en hij weer voldoende vetreserves heeft opgebouwd. Tegenwoordig wordt schol gedurende de paaitijd in de winter beschermd om de voortplanting niet in gevaar te brengen. Schollen met kuit kunnen beter niet gegeten worden omdat dit de visstand voor de toekomst in gevaar zou brengen. De kraamkamer van schol is de Waddenzee en dit is dan ook een van de redenen om dat gebied extra te beschermen. Het groeitempo van de schol verschilt al naargelang het voedselaanbod en de temperatuur. Een schol wordt tussen zijn tweede en vierde levensjaar geslachtsrijp en is dan 18 tot 26 cm lang. Daarom mag deze vis pas gevangen worden bij een lengte van tenminste 35 cm, een andere succesvolle methode om vis te beschermen |