Na de Allerheiligenvloed van 1570, die er al weinig van overliet, zetten de stromen er eerst nog wel zand af, maar midden zeventiende eeuw zag je er geen duinen meer, en de Kerstvloed van 1717 maakte definitief korte metten met Bosch.
Bosch was voornamelijk het
eigendom geweest van het
klooster te Aduard en de
jonkersfamilie Lewe, eveneens
van Aduard. Die eigenaren
stelden een strandvoogd aan, een
legale jutter. Deze moest al het
strandgoed zien te bergen, en
kreeg daarvoor een bescheiden
loon met een tonnetje boter per
jaar als emolument. De
strandvoogden woonden met hun
huishoudens in een huisje op
palen.
Omstreeks 1700 werd er in de
Leenster kerk nog een kind van
een Bosche strandvoogd gedoopt,
maar dat is ook het allerlaatste
levensteken van enigerlei
populatie.

